Reportage

‘Mijn moeder wordt 96. We mogen het niet vieren. Gaan we toch doen’

Reportage door Nederland Hoe beleefde Nederland het eerste 'coronaweekend’? Een impressie van Roosendaal tot Delfzijl.

Riet Ippel (rechts in beeld) op de Markt in Werkendam.
Riet Ippel (rechts in beeld) op de Markt in Werkendam. Foto Merlin Daleman

In Noord-Brabant is de coronacrisis al langer een feit, maar pas nadat premier Rutte donderdag landelijke maatregelen aankondigde, kreeg de crisis nationale betekenis. NRC reisde van Roosendaal naar Delfzijl om te zien hoe Nederland zijn eerste zaterdag tijdens de landelijke coronacrisis doorbracht. „Mijn moeder wordt 96. We mogen het niet vieren. Dat gaan we toch doen”.

Roosendaal, 9.00 uur

Een kraai heeft het hele veld van de Rooms Katholieke Voetbal Vereniging voor zich alleen. Waar normaal rond deze tijd op zaterdagochtend de jongste teams hun thuiswedstrijden spelen, heerst nu stilte. Net als bij de aanpalende hockeyclub, de tennisclub en de volleybalvereniging. Achter het sportcomplex ligt het Bravis Ziekenhuis, waar vier patiënten en tien medewerkers het coronavirus hebben. Deze dag sterft één van de patiënten, een zeventigjarige vrouw.

In de Praxis, een kilometer verderop, gaat het leven door. Kristof Boden (32) is uit het Belgische Kalmthout gekomen voor een zak tuinaarde en twee dakgootdelen. „In België zijn alleen nog de voedingswinkels open en ik wilde vandaag wat klussen doen.” Hij vindt niet dat hij overheidsmaatregelen ontwijkt. „Je moet je gezond verstand gebruiken. Als mensen nu bouwmaterialen aan het hamsteren waren, zou ik niet hierheen komen.”

Volgens verkoopster Libbey (liever geen achternaam) heeft de bouwmarkt nog geen last van de crisis. De maatregelen lijken zelfs gunstig: „Mensen die moeten thuiswerken komen tussendoor even spullen kopen voor klusjes die waren blijven liggen.” Over haar eigen gezondheid maakt ze zich weinig zorgen. „Gisteren werd ik nog in mijn gezicht gehoest door een oudere meneer. Toen ben ik me even gaan wassen. Maar als het virus komt, dan komt het.”

In designeroutlet Rosada is het zo rustig dat Antwerpenaar Roland De Laedt (64) en zijn vrouw en zoon het een beetje ongezellig vinden. Ze drinken koffie in Mockamore, een licht ingericht zaakje met witte kuipstoeltjes en plastic bloemen op tafel. De Laedt vindt het nog niet nodig om hun zaterdagse winkeluitjes op te geven. „Ik pak het openbaar vervoer niet meer, maar verder sta ik er niet echt bij stil.”

Barista Femke (19) vertelt dat er vrijdag maar driehonderd klanten waren, tegenover duizend op een gewone vrijdag. „Ik maak me zeker zorgen over onze banen. Onze werkgever heeft al maatregelen getroffen.” Welke dat zijn, wil ze niet zeggen.

Werkendam, 12.00 uur

Een echtpaar dat met twee pakken wc-papier uit de supermarkt komt, wil niet met de pers praten. De familie De Jong – vader, moeder, twee jonge kinderen – is in de tuin aan het werk en vindt het wel prima. „Laat alsjeblieft de scholen open, anders heb je ze thuis”, zegt moeder, die als verpleegkundige veel met de coronacrisis te maken heeft. „Je kunt het ook krijgen als je naar de supermarkt loopt”, vindt vader Gerrit. Hij is orgelbouwer, ook voor hem zit thuiswerken en tegelijk op de kinderen passen er niet in.

De autoradio had ’s ochtends gemeld dat een kerk in het nabijgelegen Aalburg een creatieve oplossing heeft voor het verbod op grote bijeenkomsten. In plaats van één dienst zijn er zondag drie kleinere, waarbij de gemeenteleden worden verdeeld in cohorten op basis van achternaam.

Riet Ippel (69), astmapatiënt, vindt het niet erg om de dienst morgen in de Nederlands Hervormde gemeente in Werkendam over te slaan. „Ik luister wel naar een dienst op de radio.” Ze rekent op de markt wat groente en fruit af. Ippel vindt het een groter probleem dat de kerk de bejaardenmiddag schrapt, waar ze zou helpen bij een maaltijd voor tachtigplussers. „Ik denk dat een hoop oude mensen geïsoleerd gaan raken.”

Pantyverkoper Corné van den Abbeelen – blauwe ogen, sjekkie – denkt vooral aan de economische gevolgen. „Alles valt stil. Bij de schoonheidssalon van mijn vrouw belt de een na de ander af. De horeca in mijn woonplaats heeft de deuren al dicht, de KLM ontslaat mensen.” Hij voorziet dat ook de markt moet sluiten, zoals in Dordrecht en Rotterdam zaterdag al het geval was. „Terwijl ze wel met honderden tegelijk bij de Jumbo naar binnen mogen.”

In de supermarkt, waar overigens alleen het wc-papierschap leeg is, vertelt een ouder echtpaar dat niet met naam in de krant wil hoe hun sociale leven in hoog tempo stilvalt. „Onze schoondochter belde dat zij morgen niet komt omdat ze verkouden is”, zegt de man (86). „De sjoelavond in ons wooncomplex is afgezegd, de ledenvergadering ook, en de themamiddag van de ouderenbond. Onze kleindochter wilde langskomen, maar we vinden het beter van niet.” Mevrouw (78): „Je weet niet hoe lang het gaat duren, hè.”

De autoradio meldt dat Rotterdamse koopmannen hebben geprotesteerd tegen de sluiting van hun markt. Een analist zegt: „Zoals beleggers afgelopen week een nieuwe realiteit hebben ingeboekt, zo doen burgers dat nu ook.”

Het lijkt alsof de wielrenners op deze zonnige dag in het rivierenland allemaal hebben gekozen voor soloritten.

Amersfoort, 14.00 uur

In de stationshal is het rustig. Luuk Smink (20) komt sigaretten en Red Bull kopen in de kiosk. „Ik ben voorzichtiger, maar ik ga nog wel naar mijn maten toe. Mijn stiefvader wil dat ik twee meter afstand tot anderen houd. Dat lukt niet als je met je vrienden aan het chillen bent. Ik zou nee zeggen als iemand me meevroeg naar een grote club. Maar ik ga wel zo een terrasje pakken.”

Cultureel Amersfoort, waarvan een deel is ondergebracht in het enorme Eemhuis in het centrum, is stilgevallen. De Kunsthal, het theater, de bibliotheek en de muziekschool zijn dicht. Alleen het café is nog open, krap de helft van de tafeltjes is bezet. Serveerster Janke Verhulst vindt dat ook de Kunsthal best open had kunnen blijven. „Daar kun je goed afstand van elkaar houden.” In het café heeft ze nu de tijd om de deurklinken en de iPad voor de bestellingen regelmatig te ontsmetten. „Ik denk dat de hele culturele sector het gaat voelen.”

In de naastgelegen Albert Heijn zijn de groente- en fruitschappen zo goed als leeggekocht, wat medewerker Alwin Kok de gelegenheid biedt om de schappen eens goed schoon te maken. „De mensen stonden vanmorgen in drommen voor de deur. Als we een schap kwamen vullen, trokken ze de spullen van de kar. Niemand luistert naar de oproep van premier Rutte om niet te hamsteren.”

Op de autoradio maakt een bloemkoolteler zich zorgen over de oogst. Hoe moet dat als er geen Poolse seizoensarbeiders meer komen? Een analist praat over kudde-immuniteit, de fase waarin zo veel leden van een populatie antistoffen hebben opgebouwd dat een ziekte uitdooft. Zo ver zijn we nog heel lang niet.

Giethoorn, 16.30 uur

In Giethoorn bepaalt het virus al weken het leven. De bussen met Chinese groepsreizigers blijven weg sinds februari. Toeristen die nog wel komen reizen zelfstandig, zoals William en Wendy Gossa uit het Canadese Calgary. Zij hebben net de Kilimanjaro beklommen en verheugden zich op een paar dagen in Amsterdam. „In Afrika hoorden we weinig over het virus. Maar toen we hier donderdag landden, was dat wel even anders”, vertelt Wendy. „Omdat in Amsterdam alle musea dicht zijn, komen we nu hier naar de natuur kijken.”

Rondvaartschipper Jan Nijenhuis wordt volgende week zeventig, vertelt hij staande aan zijn tuinhek. „Dan hoor ik bij de risicogroep!”, lacht hij. „Ik heb de hele week niet hoeven werken. Je kunt nu al zeggen dat het een slecht seizoen is.”

Nijenhuis vindt de zorgen grotendeels overdreven en maakt de vergelijking met griep. „Mijn moeder wordt 96, maar in het verzorgingstehuis mogen we het niet vieren en we mogen haar niet mee naar buiten nemen. Dat gaan we toch doen. We hebben een zaaltje gehuurd en komen daar met de familie bij elkaar. De kleinkinderen ook. Ze vinden vast over een paar weken een medicijn.”

Op de autoradio noemt een dj een lijst van cluboptredens die vanavond geschrapt zijn. „Gaat. Niet. Doorrrrrr!”

Delfzijl, 21.15 uur

Op een gewone zaterdagavond is partycentrum De Bolder het middelpunt van het uitgaansleven in Delfzijl. Grote partijen kunnen er eten, bowlen, lasergamen en nog veel meer. Maar juist die partijen hebben afgezegd. „De ontwikkelingen gaan te snel om te bedenken wat je ermee moet”, zegt directeur Siewert van der Zweep. Hij houdt rekening met een nationale horecasluiting. „En daar ben je niet voor verzekerd.”

In Grand Café Het Lokaal is meer volk. Barman Teun Henderikse denkt dat mensen die niet naar de bioscoop of het theater kunnen dan maar naar de kroeg komen. Ook hij verwacht dat alle horeca binnenkort moet sluiten.

Dat zou vrachtwagenchauffeur Richard Kremer (39) een teleurstelling vinden. „Wij hebben geen corona, wij hebben Hertog Jan!”, zo heft hij zijn glas. De ritten die hij naar Italië maakt zijn geschrapt, maar door België moet hij nog wel. Dat wordt lastig met de horecasluiting daar. „Je moet toch eten, douchen en naar de wc.” Zijn wekelijkse bezoek aan zijn opa en oma heeft hij afgezegd, al valt dat bij hen niet goed. „Zij zeggen: stel je niet aan, wij hebben de oorlog meegemaakt. Ze hebben geen idee wat er aan de hand is.”

Kapster Jessie Pijper is heel de dag met het haar van andere mensen in de weer geweest en ziet daarom geen reden om niet naar het café te gaan. „Er hing een heel nare sfeer op het werk, alsof we allemaal doodgaan. In de winkel is het alsof iedereen voor het laatst inslaat.” Ze wil voorlopig doorgaan met werken. „Ik blijf niet bij elke snotneus thuis. Anders komt er geen geld meer binnen.”

Op de autoradio is het nieuws dat het kabinet zondagmiddag bijeenkomt om zich nogmaals op de ernst van de situatie te beraden.