Opinie

Handen zijn vieze tengels

Wilfried de Jong

Het wordt tijd om mijn werkplek te beschrijven. De leefwereld is deze dagen zo groot als een huis, voor het schrijven van een column zit ik in mijn kamer. Recht voor me blaast Sonny Rollins vanaf een reuzenfoto een deuntje op zijn tenor, links staat mijn vijftigjarige contrabas voor een muziekkast en achter me word ik gedekt door een muur van boeken.

Sport wordt door liefhebbers als ‘de belangrijkste bijzaak in het leven’ beschouwd. Nu hangt hun liefde als een vergeten bokser in de touwen; er is nauwelijks sport op televisie. Er zijn meer herhalingen van coronabulletins te zien dan van doelpunten.

Het grootste sportnieuws kwam uit Turijn: Matthijs de Ligt hield in zijn huiskamer secondenlang een wc-rol hoog met zijn voeten. Alles beter dan een handsbal. Alles met je handen heeft een nieuwe impact. Handen zijn vieze tengels geworden waar mogelijkerwijs ellende aan blijft kleven.

Wie het lichaam op peil wil houden, moet binnenshuis inventief zijn

Voordat ik naar mijn werkkamer ging, zag ik nog een samenvatting van het seizoen van Sven Kramer. De schaatser vertelde na een vijf kilometer over zijn pijnlijke rug, die dag groot nieuws, nu een futiel feit als je bedenkt dat momenteel in Italië stokoude ruggen in hun eentje gelaten bezwijken op een ziekenhuismatras.

Het is stil aan mijn bureau. Dat is het meestal wanneer ik schrijf – hoewel een drummer vanaf een elpee het tikken op de toetsen soms lekker gaande houdt – maar deze keer ontbreekt de swing van de sport van het weekend. In mijn hoofd hoor ik geen ‘doefff’ van een schot in de kruising, het profpeloton valt tijdens een sprint niet te pletter op het asfalt en ik herinner me geen reuzenzwaai van Epke Zonderland.

De sport moet op adem komen.

Wat niets of niemand je afneemt, ook niet het coronavirus, is het verlangen om zelf weer te sporten. Wachten op het moment dat je weer het veld op mag met je teamgenoten, dat je weer mag rennen op de loopplank in de sportschool, of dat iemand je per ongeluk tijdens een training een bloedneus slaat in de boksring.

Voorlopig zijn alle accommodaties verplicht gesloten. Wie het lichaam op peil wil houden, moet binnenshuis inventief zijn.

Na mijn laatste woorden doe ik de laptop dicht en kan ik een alternatieve halter maken. Met de veters van mijn voetbalschoenen bind ik een paar dikke boeken in twee stapels bij elkaar. Voor de literatuurkenners (even omkijken naar mijn boekenmuur): in aanmerking komen Congo van David van Reybrouck, 4321 van Paul Auster, Bonita Avenue van Peter Buwalda en de dikste pil van Johan Harstad.

De twee stapels hang ik aan weerszijden van een roede van de traploper. Dat gewicht moet iedere avond honderd keer boven mijn hoofd. Na afloop van een sessie de halter ontsmetten. En dan mijn handen wassen met zeep, ja, ik weet het.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.