De sakebrouwerij van Shinjo Inokichi. Na ‘Fukushima’ verloor hij zijn Chinese en Zuid-Koreaanse afzet.

Foto’s Tanja Houwerzijl

Fukushima wordt schoner, maar de reputatie blijft besmet

Kernramp Na de ontploffing van de kerncentrale in Fukushima was het ijswater uit de bergen daar verdacht – dus de sakebrouwer die het gebruikte ook. Ondernemers in de regio voelen jaren na dato nog naweeën van de ramp.

Aizu Wakamatsu ligt aan het Inawashiro-meer in het heuvelachtige westen van Fukushima. Normaal gesproken zijn de bergtoppen rond half februari bedekt met sneeuw, maar tot teleurstelling van sakebrouwer Shinjo Inokichi is dat dit jaar niet zo. Hij staat bij de ingang van zijn brouwerij, naast een ton met ijswater uit de bergen. Een buurman vult zijn jerrycan met het water. „Dat doet iedereen uit de omgeving, het is gratis”, zegt de sakemaker.

In Aizu (spreek uit: ice) is het ijswater cruciaal voor de productie van sake, legt de Japanner uit. Door de kwaliteit van dat water kreeg Shinjo’s sake de ene prijs na de andere. Dat het succes niet vanzelfsprekend is, realiseert hij zich terdege.

Negen jaar geleden alweer, op 11 maart 2011, ontploften 200 kilometer verderop de reactoren in de kerncentrale Dai’ichi, nadat die was getroffen door een aardbeving en een daaropvolgende tsunami. Radioactiviteit verspreidde zich over 1.700 vierkante kilometer land, een gebied 3,5 keer zo groot als Noord-Brabant.

Het getroffen gebied.

De herdenking ervan werd vorige week op veel plaatsen afgelast wegens het coronavirus. Japanse media legden nog een verband: bij zowel Fukushima als de aanpak van het virus noemden ze het overheidsoptreden weifelend.

Uiteindelijk raakte een tiende van de regio Fukushima door de kernramp besmet, maar Aizu Wakamatsu (129.000 inwoners) ontsprong de dans. Ondanks het verwaarloosbare stralingsniveau in de stad had de buitenwereld zijn oordeel klaar: ze ligt in Fukushima en moest dus wel besmet zijn. Wat Shinjo’s sake vóór de ramp zo bijzonder maakte – het pure water – was plotseling een gezondheidsrisico. „Klanten annuleerden massaal bestellingen, mensen wilden mijn sake niet meer.”

In Fukushima kwamen 1.614 mensen om het leven door aardbeving, tsunami en kernramp. Nog eens 2.286 sterfgevallen in de prefectuur werden in verband gebracht met de ramp, veelal mensen die zelfmoord pleegden bij de evacuatie. Langs de Japanse oostkust vielen 15.899 dodelijke slachtoffers, de meesten in de regio’s Miyagi en Iwate, ten noorden van Fukushima.

De drievoudige ramp is de duurste ooit: de schade, vooral aan huizen en infrastructuur, wordt geraamd op 200 miljard euro. En dan moet de ontplofte centrale zelf nog worden opgeruimd. Het ministerie van Economie, Handel en Industrie denkt dat dit 22 biljoen yen (179 miljard euro) gaat kosten. Denktank Center for Economic Research in Tokio schat die kosten op 276 tot 638 miljard euro.

Geen straling

Omdat Aizu ver weg ligt in het westen van Fukushima, viel de schade er mee. Het ging om 24 verwoeste huizen, en er waren geen doden te betreuren. Stralingsgevaar was er evenmin. „We plaatsten op negentien locaties meetapparatuur, zodat iedereen kon zien dat het er veilig was. Ze staan er nog steeds”, verzekert Takayuki Amano, die bij de gemeente verantwoordelijk is voor toerisme en handel. Het stralingsniveau in de stad was nooit hoger dan de achtergrondstraling waaraan inwoners van steden als Tokio of Amsterdam worden blootgesteld, legt hij uit.

Toch zag Amano tot zijn verbazing dat ook Aizu werd meegezogen in de economische malaise die de prefectuur Fukushima trof. „De economie kwam volledig tot stilstand, bedrijven staakten hun productie en mensen durfden nauwelijks nog te consumeren uit angst voor radioactieve besmetting.”

Volgens Amano gingen veel bedrijven failliet, en steeg de werkloosheid aanzienlijk. De uitkeringen voor werkloosheid drukten weer zwaar op de lokale begroting. Veel faillissementen waren volgens hem niet het rechtstreekse gevolg van de ramp, maar vloeiden veeleer voort uit reputatieschade – de stad was niet radioactief geworden, maar de naam was wel besmet.

Traditioneel kaarsen maken in Aizu.
Foto Tanja Houwerzijl
De kaarsenmakerij van Usuki Keiji. Voor de kernramp kreeg hij vaker scholieren in zijn workshops.
Foto Tanja Houwerzijl
Foto’s Tanja Houwerzijl

De economie van Fukushima kromp in de twee jaren na de ramp met 4 procent. Liefst 54 landen hadden invoer van producten uit die regio verboden. Daardoor liepen ook de inkomsten van sakemaker Shinjo terug. Hij kon niet meer exporteren naar landen als Zuid-Korea en China. Dat waren altijd belangrijke exportlanden voor hem. „Het was ongeveer 10 procent van mijn omzet.”

Veel erger vond hij dat andere Japanse regio’s zijn sake niet langer afnamen. Hij realiseert zich dat er tegenwoordig minder sake wordt gedronken, maar toch: „Het werd niet recht in mijn gezicht gezegd, maar ik weet zeker dat ze bang waren voor straling.”

Bijkomend probleem was de daling van het aantal toeristen dat naar Aizu kwam. Tot 2011 bezochten veel Chinezen en Zuid-Koreanen de stad, maar na de ramp schrapten luchtvaartmaatschappijen in China en Zuid-Korea hun vluchten op Fukushima. „Het aantal toeristen naar Aizu daalde met zo’n 40 procent”, weet Amano. Hij hoopt dat de vluchten ooit worden hervat, maar voorlopig is er geen uitzicht op een opleving van Chinees en Zuid-Koreaans bezoek aan Aizu.

Het wordt steeds stiller

In de winkelstraat van Aizu kijkt Usuki Keiji (44) toe hoe zijn vader op traditionele wijze kaarsen maakt, een uitstervend ambacht in deze streek. Achter de kassa staan ook schoonheidsproducten, waarmee Usuki extra inkomsten hoopt te genereren. Het had weinig gescheeld of Usuki had de zaak moeten staken, een jaar na de kernramp. „We waren door onze reserves heen. Er kwamen hier nauwelijks nog mensen sinds het incident. Ik denk dat die angst er nog altijd is.”

Aan de muur hangen tekeningen, in een vitrine beschilderde kaarsen – gemaakt door kinderen die tijdens schoolreisjes zijn winkel bezoeken. Voor de ramp verwelkomde Aizu zo’n negenhonderd van dit soort schoolreisjes per jaar. Een jaar na de ramp waren het er nog maar honderd. Daarna ging het langzaam weer beter; in 2018 ontving de winkel 670 groepen op schoolreis. Maar het inkomstenverlies is pijnlijk groot gebleven; de workshops voor scholieren vormen een kwart van Usuki’s omzet.

Foto Tanja Houwerzijl

Heeft hij ooit overwogen Fukushima te verlaten? „In het begin wel, iedereen was bezorgd om de veiligheid. Maar na de tijdelijke evacuatie zijn we snel teruggekomen. We krijgen nog steeds heel precieze informatie over de straling in dit gebied, en die zit tegen het nulpunt aan”, verzekert hij.

Toch leest hij nog altijd negatieve berichten over Fukushima. „Ik merk dat er veel angst is, mensen die online allerlei leugens verkondigen”, vertelt Usuki. Ook zijn gemeente en de prefectuur storen zich daaraan. Ze noemen het „beschadigende geruchten”, onwaarheden die het herstel van de regio in de weg staan.

Usuki blijft gewoon in Aizu wonen. Maar of de stad de ramp ooit helemaal te boven komt? De wereld staat niet stil, en intussen doen ingrijpende demografische veranderingen zich voelen. „De stad vergrijst. Er worden minder kinderen geboren en veel mensen zijn te oud om een bedrijf te runnen. Ook ik heb geen kinderen die ons familiebedrijf kunnen overnemen. Dan zit er straks niets anders op dan de zaak te sluiten.”

Licht herstel

De afgelopen jaren presteerde de regio Fukushima wisselvallig. In 2019 kromp de lokale economie met 1,9 procent, het jaar ervoor vertoonde ze 2,4 procent groei. Inmiddels hanteren nog 22 landen een verbod op producten uit Fukushima. Bedrijven in de prefectuur hebben er baat bij; de export van landbouwproducten lag in 2017 alweer driemaal hoger dan in 2016.

Ofschoon de ontplofte kerncentrale nog steeds niet is verwijderd, verdwijnen de sporen van de ramp geleidelijk. Steeds meer dorpen in de buurt van de Dai’ichi zijn bewoonbaar of deels bewoonbaar verklaard. Het aantal mensen dat nog steeds niet naar zijn huis terug mag, is gedaald tot 40.000. Een jaar na de ramp waren er driemaal zoveel evacués. Zo’n 337 vierkante kilometer is nog altijd verboden terrein, 2,4 procent van het landoppervlak van Fukushima.

Een deel van de inwoners van Futaba, Okuma en Tomioka mocht deze maand terugkeren naar hun dorpen. Het besluit daartoe kwam de autoriteiten wel op kritiek te staan: op sommige plekken waren hot spots ontdekt, plaatsen waar hoge radioactiviteit werd gemeten. De autoriteiten kwamen onmiddellijk in actie en reinigden die stukken land. Niettemin blijft de kritiek dat de openstelling van de dorpen gehaast en onverstandig is. Het besluit zou zijn ingegeven door de vurige wens van de Japanse regering om bij de Olympische Spelen van komende zomer de wereld te tonen dat de oostkust van het land er weer helemaal bovenop is.

De organisatie van de Spelen heeft eerder al uitgesproken dat de wederopbouw van Fukushima een belangrijk thema zal zijn tijdens het grootste sportevenement ter wereld. Dat verklaart ook de timing van het openen van de drie dorpjes: het is de bedoeling dat de olympische fakkel op 26 maart in Fukushima aankomt en dan ook deze dorpjes passeert. Of dat plan ook kan worden uitgevoerd is overigens de vraag. In verband met het coronavirus moesten de voorbije weken al diverse grote evenementen worden afgelast.