Zelfs de pest kreeg de twaalf eeuwen oude Deventer markt niet klein

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. Wat merkt de markt in Deventer ervan?

In den beginne was er niet de stad, maar de markt. „Want voor je iets kunt bouwen moet je eten, hè”, zegt stadshistoricus Henk van Baalen. In Deventer vormde zich zodoende al in de negende eeuw iets wat op een stad begon te lijken.


Vanaf de veertiende eeuw maakte het Hanzeverbond, een handelsroute die van Gent naar Tallinn voerde, van Deventer een echte marktstad. „Uit heel West-Europa kwamen er handelslieden naar Deventer om hun producten aan te prijzen.”

In dit eeuwenoude decor klappen nog steeds tweemaal per week kooplui ’s ochtends in alle vroegte hun kraam open. Van Baalen: „Ook op vrijdag, zodat de Joodse handelaren die op zaterdag niet werkten ook wat geld konden verdienen.” De markt vormt ook de grootste lakmoesproef van ons sociaal vertrouwen: producten worden getest, geknepen en gewogen. Ze gaan van hand tot hand. Dat vertrouwen lijkt daags nadat er ongekende sterke maatregelen zijn afkondigd nog grotendeels intact.

Lees ook: Al die ruimte om zelf te beslissen leidt maar tot verwarring

De kaasblokjes liggen gewoon uitgestald en vinden gretig aftrek, guldens zijn er nog altijd daalders waard en contanten worden dan ook gewoon geaccepteerd. Er wordt gehamsterd noch gemeden.

Kaasboer Henk Beugeling (68) staat al 52 jaar op de markt. „600 gram”, „één kilo’, „een pondje”: zijn klanten hebben aan het noemen van het aantal grammen genoeg om hun bestelling op te geven. Beugeling weet precies wat ze lekker vinden. Of hij overwoog zijn kazen nog even op de plank te laten vanwege het coronavirus? „Welnee, ’t kumt zoals ’t kumt. Dat waren de laatste woorden van mijn moeder en daar leef ik nog mee. Laatst was ik er even vier, vijf maanden uit vanwege mijn enkel. Toen ik terugkwam, was ik een beetje bang: zouden mijn klanten wel weer komen? Maar ze kwamen. Daarom ben ik er nu ook voor mijn klanten. Die zal ik nooit zomaar in de steek laten.”

Pestepidemie

Historicus Van Baalen kan zich niet herinneren dat de markt ooit dicht moest blijven vanwege een virus. Zelfs de Pestepidemie in de veertiende eeuw heeft deze markt doorstaan, hoewel die ziekte vreselijk huishield onder de bevolking. Vooral, ook toen, door internationale handel. Een markt hier 8.469 kilometer vandaan, in Wuhan, dreigt nu in Deventer toch roet in het eten te gooien. Of de markt deze zaterdag weer opengaat, is nog onzeker. In de appgroepen van de marktkooplui gonst het: „Rotterdam is al dicht.” Een groenteboer zucht: „Als ze elders ook markten gaan sluiten, kan ik straks voor veertien man ww gaan aanvragen.”

Intussen is het deze vrijdagochtend in Deventer net zo rustig als op een normale regenachtige vrijdag. „Het voordeel is dat je nóóit aan 100 mensen tegelijk komt”, grapt kaasboer Beugeling er maar over. „En als de supermarkten open mogen blijven, dan de markt toch zeker? Je zit hier midden in de frisse lucht.”

De Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel spande om die reden een kort geding aan tegen de gemeente Dordrecht, een van de eerste gemeenten die tot een verbod besloten. De uitspraak van de rechter hoopt de brancheclub ook te gebruiken voor andere gemeenten waar de markten niet door mogen gaan. De vereniging noemt een verbod terwijl supermarkten openblijven „100 procent onrechtvaardig.” In den beginne was er de markt. En het ziet er naar uit dat het ook het laatste is wat stilvalt. Zelfs in tijden van corona.