Opinie

Rechtspraak en cultuurstrijd in twee wereldprocessen: MH17 en #MeToo

De ombudsman

Alle slachtoffers werden bij naam genoemd op de eerste dag van het MH17-proces. Een moment dat opnieuw indruk maakte – en de eerste dagen na de catastrofe in herinnering bracht.

In de zes jaar daarna besteedde ook NRC uiteraard grote aandacht aan de zaak. Maar waar de krant niet in slaagde, schreef ik hier eerder, was na de ramp een vaste kerngroep vormen waarin de expertise over MH17 werd samengebracht. Verslaggevers van diverse redacties schreven stevige verhalen, maar structurele coördinatie – niet overdreven bij een verhaal van deze omvang – ontbrak jarenlang. De meest spraakmakende onthullingen kwamen van andere media of van het collectief Bellingcat. Nieuws had NRC in 2015 wel met het bericht dat een hoge Russische officier werd verdacht en onlangs over het ontslag van alle Oekraïense MH17-officieren.

Inmiddels is de belangrijkste verbetering dat de berichtgeving in één hand komt, zij het op een wat onorthodoxe manier. Het begin van het proces werd verslagen door Steven Derix, die al uitgebreid over de zaak schreef en het dossier beheerst – maar die lezers ook kennen als correspondent in Rusland. Hij zal de zaak ook volgend jaar in Nederland verslaan, als het proces naar verwachting in een hogere versnelling gaat. De coördinatie is in handen van de chefs Binnenland en Buitenland.

Bijkomend voordeel is dat Derix als correspondent de Russische kant van de zaak heeft leren kennen, inclusief de spiegelbeeldige manier waarop media daar over de ramp en het onderzoek berichten. Het dossier is immers inzet van informatie-oorlogen en cultuurstrijd, ook hier tussen bloggende burgerjournalisten en gevestigde media. Het ‘officiële verhaal’ – een term die al suggereert dat er ook een ‘echt’ verhaal is – zou dan maar een ‘narratief’ zijn voor goedgelovigen.

En zo is MH17 online beland in dezelfde conspiratieve sfeer als andere catastrofes, zoals de aanslagen van 9/11. Argwaan over het ‘officiële verhaal’ wordt niet alleen aangejaagd door Russische desinformatie, maar ook door het psychologische mechanisme, of filosofische misverstand, dat grote en complexe feiten ook grote en complexe oorzaken moeten hebben. Het kán niet waar zijn dat een handvol jihadisten met vliegtuigbestek 9/11 heeft veroorzaakt. Er móet meer achter zitten.

Daar komen nog twee dingen bij. Allereerst: wie een vergrootglas op een gebeurtenis legt, vindt altijd open vragen, hiaten en tegenstrijdigheden – die lang niet altijd iets betekenen, laat staan veel of alles. Ten tweede: inderdaad, er bestaan ook echt complotterende inlichtingendiensten en liegende regeringen.

Maar elke redelijke twijfel heeft zijn grenzen. Als het proces iets kan bezegelen, is het de conclusie waar ook het journalistieke onderzoek al jaren naar convergeert: dat MH17 vanuit rebellengebied is neergehaald met een door Rusland geleverde BUK-raket. Al zal aan de esoterische rand van het debat altijd de verdenking blijven smeulen dat er duistere krachten in het spel waren. Koorts kan ten slotte prettiger zijn dan weer een doorsnee dag op kantoor.

Cultuurstrijd beheerste een ander proces, dat deze week werd afgerond: dat tegen de gevallen filmmagnaat Harvey Weinstein, Graaf Dracula van de #MeToo-beweging. Zijn veroordeling leidde tot gejuich: dit was het einde van het tijdperk van machtige aanranders.

In die cultuurstrijd bracht NRC getuigenissen van vrouwen, een aanklacht tegen een medisch onderzoeker (die ik hier besprak) én een daverende onthulling over een Amsterdamse hoogleraar. Het dichtst in de buurt van de Weinstein-wereld kwam in Nederland de val van castingdirecteur Job Gosschalk, aan het rollen gebracht door verschillende andere media.

Over één aspect van de zaak zou denk ik nog wel meer te zeggen zijn, zowel daar als hier. Weinstein noemde zichzelf eens „een kind van de jaren zestig en zeventig”. Schuilen achter de rug van de tijdgeest is natuurlijk slap en geen excuus – maar helemaal onzin is het ook weer niet. Zoals een columnist van The New York Times opmerkte: „Seksueel roofdiergedrag was toen de norm” in de amusementswereld.

Dat mag overdreven zijn, het staat buiten kijf dat het anti-burgerlijke evangelie van ‘vrije’ seks dat toen werd verkondigd, voor vrouwen (en kinderen) geen onverdeelde zegen was. Opmerkelijk dat bijvoorbeeld de bedrijfstak waarin die blijde boodschap luidkeels werd bezongen én in praktijk gebracht, de muziekindustrie, nauwelijks aan bod is gekomen in #MeToo. Er gaat wel eens een rapper voor de bijl, maar in Hotel California is voor zover ik weet nog niemand door #MeToo onvrijwillig uitgecheckt. Terwijl, zoals rocker en vuurwapenfanaat Ted Nugent zong, het hem niet uitmaakte „dat je 13 bent [...] ik heb het je mama gevraagd”.

Ach ja, die rocksterren toch.

Ongetwijfeld speelt een rol dat het seksisme van de rockwereld een alternatief, rebels randje had. Groupies was het ook niet te doen om een contract of carrière, maar om aandacht van de ster (en soms een afgietsel van zijn edele delen als souvenir). Die groupie-cultuur is dus nog iets anders dan MeToo. Maar toch: dertien?

In de letteren kwam de culturele context van #MeToo recent wél aan bod, in het demasqué van de Franse schrijver Gabriel Matzneff, die een reeks bekroonde romans publiceerde over zijn pedofiele avonturen. Oh-la-la, die jaren zestig toch. Totdat vorige maand een van zijn misbruikte minettes eindelijk haar eigen verhaal deed.

Natuurlijk is culturele context nooit zwart-wit en ja, de casting couch zal best van alle tijden zijn – al is ook dát geen excuus. Maar naast individuele gevallen biedt ook breder onderzoek naar zulke culturele macht stof genoeg voor een journalistiek ‘narratief’.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.