Analyse

‘Patiënt’ Europa heeft nieuw medicijn nodig

Wat kan Europa doen? De ECB deed een stap. En de Europese Commissie wil budget- en staatssteunregels flexibeler toepassen. Maar regeringen van lidstaten krijgen het verwijt dat ze nog te weinig doen. Een recessie ligt op de loer.

De Duitse DAX Index op de beurs van Frankfurt op donderdag 12 maart. Alle ogen zullen de komende tijd gericht zijn op Duitsland.
De Duitse DAX Index op de beurs van Frankfurt op donderdag 12 maart. Alle ogen zullen de komende tijd gericht zijn op Duitsland. Foto Ralph Orlowski/Reuters

De vooruitzichten van de patiënt verslechteren zienderogen. Maar is er al een medicijn beschikbaar? En wie moet het toedienen?

Terwijl een groot deel van Europa begint aan een ongekend experiment van isolatie, dringen ook de ontwrichtende economische effecten van de corona-uitbraak zich steeds duidelijker op. Paniek bereikte de beursvloer deze week niet één maar twee keer, met historische verliezen op maandag en donderdag. Of Europa afstevent op een recessie is de vraag al niet meer. Vrijdag voorspelde een hoge EU-ambtenaar dat de economische groei van de eurozone dit jaar onder de nul zal duiken – mogelijk fors daaronder. De onzekerheid over de ontwikkeling van het virus is groot, tegelijk zoekt Europa naar het juiste antwoord op de grote economische onrust.

Het monetaire antwoord kwam donderdag van de Europese Centrale Bank. Voorzitter Christine Lagarde presenteerde een pakket zeer gunstige leningen voor banken. De ECB gaat extra staats-en bedrijfsleningen opkopen. Opvallender was de scherpe manier waarop ze regeringen opriep „snelle en doelgerichte actie” te ondernemen om de schade te beperken. Zo scherp, dat ze de eigen rol van de ECB leek te minimaliseren en zo zorgde voor grote paniek op de Italiaanse staatsobligatiemarkt.

Eurogroep maandag bijeen

Het deed weinig goed voor de boodschap die ze had willen overbrengen: de ECB kan niet veel méér doen dan dit, Europese overheden moeten nu snel met een „ambitieus en gecoördineerd stimuleringspakket” komen. Haar oproep richtte zich expliciet op aanstaande maandag, als Europese ministers van Financiën tijdens de Eurogroep vergaderen. Maar of ze met het antwoord zullen komen waar Lagarde en de financiële markten om vragen is allesbehalve zeker.

Het signaal vanuit de Europese Commissie vrijdag was alvast duidelijk: wij zullen er alles aan doen om de klap op te vangen. Zo wil Brussel ruime flexibiliteit gaan toepassen bij de interpretatie van de begrotingsregels, om lidstaten de kans te geven forse investeringen te doen. Daarnaast wil ze de staatssteunregels oprekken, waardoor het voor overheden makkelijker moet worden om bedrijven te helpen met het doorbetalen van loon aan hun werknemers, of hun tijdelijk bepaalde belastingen kwijt te schelden. Ten slotte wil ze een deel van de EU-begroting omvormen tot een speciaal fonds om de economie te stutten.

Maar tegelijk zijn het alleen de contouren die de handelsruimte van de lidstaten bepalen. Anders gezegd: de Commissie kan het hek openzetten, regeringen moeten er wel doorheen stappen. Zowel Lagarde als analisten benadrukken: voor dit type crisis is een Europees signaal nodig dat zowel krachtig als gezamenlijk klinkt. Regeringen presenteerden afgelopen week elk hun eigen noodmaatregelen. Maar, rekende Lagarde donderdag voor: het telt tot nu toe slechts op tot 27 miljard euro, ofwel, 0,25 procent van het bbp van de eurozone. Bij lange na niet de kracht die nodig is.

Antwoord als in 2008 nodig

Bovendien zouden de maatregelen volgens analisten gecoördineerd moeten worden. Met een gezamenlijk en op elkaar afgestemd stimuleringspakket voorkom je dat de eurozone verder uit balans raakt of zelfs gaat rafelen. Bovendien zijn maatregelen als het gericht ondersteunen van getroffen sectoren veel effectiever als ze op Europees niveau worden genomen, betoogden deze week economen van de Brusselse denktank Bruegel.

Een vergelijkbaar gezamenlijk stimuleringsplan kwamen Europese lidstaten overeen in december 2008, in reactie op de zich toen net aandienende financiële crisis. Destijds spraken regeringsleiders af dat ze in twee jaar 1,5 procent van hun bbp extra zouden investeren – een bedrag van bij elkaar opgeteld 200 miljard.

Het is het soort besluit waarop Lagarde hintte. Het is ook waarvoor de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire afgelopen week herhaaldelijk pleitte: „massale en gecoördineerde” Europees stimuleringsmaatregelen. Om ervoor te zorgen dat alle landen toegang houden tot voldoende kapitaal, zouden ze zonder extra obstakels toegang moeten krijgen tot het Europees Stabiliteitsmechanisme, dat tijdens de crisis 2011 tot stand kwam en waar lidstaten in nood kunnen blijven lenen.

„Het grootste voordeel dat we nu hebben ten opzichte van de financiële crisis is dat we nu de instrumenten hebben om toegang tot de markten te garanderen”, schreef econoom Lucas Gutenberg vrijdag in een paper. „Maar de effectiviteit daarvan hangt af van de politieke wil om ze te gebruiken in tijden van nood.”

Is die wil er? Zo nieuw als de coronasituatie is, zo vertrouwd zijn de patronen die zich in de Europese respons aftekenen. Je zag het aan lidstaten die direct hun voorraad mondkapjes afgrendelden, en regeringsleiders die geen woord over Europa repten in hun beloftes de economie te ondersteunen.

Geen lidstaat had zich kunnen voorbereiden op de coronaklap. Maar dat het juist Italië is dat zo snoeihard wordt getroffen maakt het nog vele malen lastiger. De vrees was al dat dat zorgenkindje bij een klein zuchtje tegenwind zou gaan wankelen. Toen kwam deze orkaan. En hoezeer Europese politici hun solidariteit met Italië ook uitspreken, hun jarenlange ergernis over de groeiende Italiaanse schuldenberg beïnvloedt ook hun bereidheid schokken op te vangen.

Alle ogen zullen gericht zijn op Duitsland, traditioneel zeer kritisch over zowel stimuleren als Europese verzekeringsstelsels. Dat de Duitsers hun eigen begrotingsregels laten vieren maakten ze krachtig duidelijk. „We leggen al ons wapengerei op tafel”, zei minister van Financien Olaf Scholz bij de aankondiging van 460 miljard aan maatregelen vrijdag.

Ook minister Wopke Hoekstra benadrukte deze week voldoende geld in kas te hebben om de economie waar nodig te stutten. „Onze zakken zijn echt heel diep en ik ben bereid om ze allemaal te legen.” Maar hoe het verder moet als de bodem van de veel minder diepe zakken elders in Europa in zicht komt en de coronacrisis een eurocrisis wordt? Maandag zal de Eurogroep dat soort netelige kwesties vermijden. Dat ook Europa op termijn op zoek moet naar een nieuw medicijn is zeker.