Opinie

Overheidssteun in tijden van corona

Marike Stellinga

Kwam de financiële crisis van 2008 uit het hart van de economie, de coronacrisis komt van alle kanten. Er is een aanbodschok: de productie van bedrijven stokt doordat halffabrikaten uit China niet worden geleverd, en doordat mensen niet kunnen werken omdat ze thuis moeten blijven als ze hoesten. Er is een vraagschok: evenementen en reizen worden afgezegd en restaurants niet bezocht. En er is een vertrouwensschok: niemand weet welke gevolgen dit virus heeft voor de economie en plots lijken zaken risicovoller dan een maand geleden, bijvoorbeeld bedrijven die hoge schulden hebben. Zijn er onderliggende zwakheden die comfortabel onzichtbaar bleven onder de deken van economische groei?

Wat dat betekent voor de economie? Schade. Maar hoeveel schade en vooral hoelang de dip duurt, is moeilijk te zeggen. Want dat hangt in belangrijke mate af van hoe het virus zich verspreidt, hoe snel het wordt ingedamd. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, zei donderdag in Nieuwsuur dat je geen zwaar coronascenario nodig hebt om een recessie te verwachten. Maar waarschijnlijkheden kan hij niet aan scenario’s hangen. „Het kan meevallen, het kan niet meevallen.”

Economen noemen het coronavirus een externe schok. (Een financiële crisis is een interne; er is iets mis in de kern van het systeem, en dat zorgt voor jarenlange problemen.) In theorie zou de klap tijdelijk kunnen zijn. Als het virus onder controle is, zou de economie de verloren groei snel weer kunnen inhalen. Maar of dat lukt, hangt af van wat er in de tussentijd is gebeurd. Of er permanente schade is aangericht, bijvoorbeeld omdat veel bedrijven failliet zijn gegaan.

Hoe beperk je permanente schade? Uit alle recepten van economen destilleer ik voor nu drie cruciale ingrepen. Centrale banken en overheden moeten ervoor zorgen dat de kredietmarkt niet vastvriest. Dat er geen tekort komt aan financiering. Dit mag begonnen zijn als externe crisis, als er te veel wantrouwen ontstaat, als er te veel bedrijven in problemen komen, kan het overslaan op het financiële systeem. De Europese Centrale Bank weet dit en doet er wat aan, zo bleek donderdag. Knot: „Wij kunnen ervoor zorgen dat er geen financieringsknelpunten ontstaan in de economie.”

De tweede ingreep: let op mensen die buiten de traditionele vangnetten vallen zoals zzp’ers of kluswerkers. Zij zouden zich gedwongen kunnen voelen door te werken ook al zijn ze verkouden. Dit speelt sterker in landen als de VS waar het vangnet klein is. De derde ingreep: geef gericht, snel en ruimhartig steun aan getroffen bedrijven. Hele sectoren zien ineens hun afzet kelderen: evenementenbureau’s, horeca, de luchtvaart. Veel meer dan bij een gewone neergang moet de overheid voor bedrijven als stootkussen fungeren.

Er zijn slimme regelingen als de werktijdverkorting die bedrijven nu al gretig aanvragen. Zien ze hun omzet dalen met meer dan 20 procent, dan mogen ze hun personeel een deel van de week op kosten van de overheid naar huis sturen. Begin deze week hadden bijna 1.000 bedrijven om die hulp gevraagd, vrijdag stond de teller al op ruim 5.000. Het kabinet kondigde donderdag bescheiden extra steun aan: zo wil de overheid garantstaan voor sommige leningen, en kunnen bedrijven uitstel aanvragen bij de Belastingdienst voor hun afdrachten. Landen als Duitsland geven ruimhartiger steun. Ondernemersorganisaties vragen al om noodfondsen voor zwaar getroffen sectoren. Dikke kans dat er meer van het kabinet nodig is.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.