Reportage

Dagboek uit Brabant: ‘We worden steeds verder teruggedrongen in onze huizen’

Dagboek uit Brabant Noord-Brabant kreeg als eerste te maken met de maatregelen om het coronavirus in de dammen. Dag na dag gaan die het leven meer beheersen, noteert Esther Wittenberg in een dagboek vanuit Den Bosch. „We worden steeds verder teruggedrongen in onze huizen.”

Esther Wittenberg en haar gezin woensdag thuis in Den Bosch. School ging niet door, thuiswerken werd dringend aangeraden.
Esther Wittenberg en haar gezin woensdag thuis in Den Bosch. School ging niet door, thuiswerken werd dringend aangeraden. Foto Merlin Daleman

Zondag 8 maart Snotneus

Mijn hulp laat weten dat ze morgen niet kan komen. Ze heeft net een mail gekregen waarin staat dat de juf van haar jongste volgens de richtlijnen van het RIVM niet mag komen werken en dat er geen vervanging is. Tsjonge, ja, die richtlijnen. Ik heb er het hele weekend niet over nagedacht. Mijn oudste van dertien heb ik vrijdagavond vrolijk naar zijn schoolfeest laten gaan. En hoewel hij vandaag begon te snotteren en niezen, mocht hij van mij gewoon met een vriendje naar de bioscoop. „Het was echt druk, mama.”

Nu begin ik toch te twijfelen. Moet ik hem dan morgen vanwege zijn snotneus thuishouden? Dat voelt tegennatuurlijk.

Ik app een bevriende doktersassistente en een bevriende verpleegkundige om advies. De doktersassistente reageert als eerste. Ik moet hem thuishouden, schrijft ze heel duidelijk. Ze schrijft ook dat voor mensen die in de gezondheidszorg werken, de GGD-richtlijn anders is. Zij moeten alleen thuisblijven als ze koorts hebben. Waarschijnlijk omdat in de gezondheidszorg nu juist extra handen nodig zijn. Maar het lijkt toch een beetje gek.

De verpleegkundige heeft navraag gedaan bij haar broer, een arts in Brabant. Ook die zegt: „Het overheidsadvies is om hem thuis te houden.” De broer heeft zelf twee verkouden kinderen, maar hij en zijn vrouw mogen zich om die reden niet ziek melden want ze werken allebei in de zogenaamde acute as. Hij zit met een duivels dilemma. Moet hij grootouders inzetten, die het allerkwetsbaarst zijn? Of zijn kinderen toch maar naar school sturen?

Inmiddels heeft de middelbare school van mijn oudste een mail verstuurd, waarin ouders worden opgeroepen hun verantwoordelijkheid te nemen. Ook de basisschool van de jongste herhaalt in de klassen-app het RIVM-advies en meldt voor welke vier klassen er morgen geen leerkracht beschikbaar is. Scholen nemen de richtlijnen duidelijk uiterst serieus.

Lees ook: Geen voetbal, wel school. Leg dat maar eens uit

Maandag 9 maart A4’tjes

Ik houd mijn oudste thuis. De jongste van zeven snottert niet, dus die breng ik gewoon naar school. De schooldirecteur staat in de hal om vragen te beantwoorden. Overal hangen A4’tjes die duidelijk maken dat er geen handen meer mogen worden geschud.

Mijn moeder woont in een flatje in een woonzorgcomplex voor ouderen met ook verpleegafdelingen. „Het mandala-tekenen ging vanmorgen niet door”, meldt ze. Alle gezamenlijke activiteiten zijn afgelast. Bij de hoofdingang hangt een bus met desinfecterend middel voor de handen. En ook hier maken A4’tjes duidelijk dat er geen handen mogen worden geschud. Hier wonen de mensen die het kwetsbaarst zijn voor het coronavirus. Gelukkig is mijn moeder pas 67 en gezond, stel ik mezelf gerust.

Ik ga naar mijn afspraak bij de fysiotherapeut. Zij is net terug van zwangerschapsverlof, maar maakt zich geen zorgen over haar kleintje, zegt ze. „Ik heb hem gewoon naar de opvang gebracht.” Haar praktijk loopt ook gewoon door. „Weinig afmeldingen.” Wel maakt ze nu steeds de handgrepen van de loopbanden en hometrainers tussendoor schoon.

In de klassen-app van de jongste wordt duidelijk dat er morgen voor haar klas geen leerkracht beschikbaar is. „We bekijken het van dag tot dag. We zijn er de hele dag mee bezig alles zo goed mogelijk te regelen en aan u te communiceren”, schrijft de school.

Mijn man zit tot morgenavond in Portugal. Hij appt: „Roept Rutte nou net alle Brabanders op thuis te werken?!” Ik check het nieuws en inderdaad. In plaats van minder, komen er juist steeds meer maatregelen. Waar gaat dit heen? Ik erger me aan mensen op televisie die lacherig doen over alle maatregelen. Wij zitten er hier maar mooi mee. Zo grappig is dat niet.

Dinsdag 10 maart Naar huis gestuurd

Steeds meer mensen vragen mij of ik me zorgen maak over mijn eigen gezondheid. Ik sloot in december met een laatste chemokuur mijn borstkankerbehandeling af en ben nu weer aan het opknappen. Ik ben niet ongerust, antwoord ik dan. Ik ben 43 en bij het laatste bloedonderzoek waren mijn rode en witte bloedlichaampjes weer op volle sterkte. Ik weet eerlijk gezegd niet zeker of ik geen extra risico loop. Ik weet wel dat ik blij ben dat ik nu niet in de chemokuren zit. Dan zou ik echt doodsbang zijn.

Mijn oudste nieste gisteren eigenlijk nauwelijks, dus ik besluit hem weer naar school te sturen. Hij heeft tenslotte ook een proefwerk Nederlands vanmorgen. De jongste breng ik naar mijn moeder, want ik heb een afspraak.

Lees ook: Al die ruimte om zelf te beslissen leidt maar tot verwarring

Als ik uit mijn afspraak loop, belt de school van de oudste. Dat mijn zoon toch wel erg snottert. En dat ze hem naar huis sturen. Even later heb ik hem zelf aan de lijn. „Ik nieste één keer in de pauze en toen nam de conciërge me al mee”, zegt hij verontwaardigd. „Gisteren zijn er vier kinderen uit mijn klas naar huis gestuurd. Vandaag zijn er negen thuis.” We spreken af dat hij niet naar oma gaat, zoals zijn zusje. Bij de hoofdingang van het woonzorgcomplex hangt inmiddels namelijk een briefje waarop staat: „Bent u géén medewerker en heeft u een van de onderstaande klachten, dan vragen wij u dit pand niet te betreden.” En dan met bullets daaronder: „Hoesten, verkoudheid, koorts.”

Halverwege de middag wordt duidelijk dat ook morgen voor de jongste geen leerkracht beschikbaar is. „Voor de leerlingen die thuiszitten, hebben we een thuisaanbod. Dit wordt per e-mail naar u toe gestuurd.” Ik check mijn mail en zie dat ze via rekentuin, taalzee en muiswerk aan de slag kan.

Ik breng de jongste naar haar atletiektraining, maar zie bij terugkomst een oproep tot sociale onthouding. We worden steeds verder in onze huizen teruggedrongen. Het coronavirus gaat zo langzamerhand ons leven beheersen.

’s Avonds bel ik de vriendin die verpleegkundige is. Ze vertelt dat haar dochter, die in Eindhoven op kamers woont, zich niet zo lekker voelde en op haar advies een thermometer ging kopen. Die waren overal uitverkocht. „En hier ook, hè. Net als de paracetamol. Terwijl ik toch in Gelderland woon. Wat als ik straks echt koorts krijg?”

Ik vraag haar of ik zelf extra risico loop. Ik hoor haar even twijfelen aan de andere kant van de lijn. Shit. Ze bekent dat ze haar broer, de dokter, afgelopen zondag diezelfde vraag heeft gesteld. „Je bent natuurlijk nog niet in topconditie, dus je moet het ook niet opzoeken”, zegt ze voorzichtig.

Woensdag 11 maart Even niet zoenen

Mijn man is gisteravond thuisgekomen en werkt thuis omdat hij geen belangrijke afspraken heeft. „Als Brabander moet ik thuiswerken als het kan, zeggen ze.” Normaal werkt hij in Amsterdam.

In de klassen-app van mijn jongste vragen ouders wier kind voor de tweede achtereenvolgende dag thuiszit waarom leraren niet rouleren. De school laat weten niet te kiezen voor rouleren omdat dat werkdrukverhogend is, maar in te zetten op lesaanbod voor alle thuiszittende leerlingen.

Ik kom mijn buurvrouw tegen. Ze heeft een dochtertje van elf weken en een zoontje van drie. Ze maakt zich zorgen. „De baby is nog zo klein en kwetsbaar. En ikzelf ben ook nog aan het herstellen van de bevalling. Ja, ik weet wel dat kinderen of 37-jarigen geen grote risico’s lopen. Maar ik wil niet net die uitzondering zijn.”

Ze vertelt over een kennis die over twee weken een keizersnee gepland heeft staan. „Ik heb haar geadviseerd dat te laten vervroegen. Wie weet hoe het over twee weken in de ziekenhuizen is.”

Ze is gisteren naar het winkelcentrum gegaan om te hamsteren, vertelt ze. In drie verschillende winkels heeft ze in totaal zes pakken babyvoeding gekocht. Dan kan ze zes weken vooruit. „Maar dan ben ik zó voorzichtig en dan loopt er in het winkelcentrum een vrouw voorbij de kinderwagen terwijl ze keihard hoest zonder iets voor haar mond te houden.”

Binnen haar gezin hebben ze afgesproken elkaar even niet meer op de mond te kussen. En met haar ouders heeft ze afgesproken elkaar voorlopig niet te bezoeken. „Die zitten in een soort zelfgekozen thuisquarantaine. Ik stuur ze elke dag foto’s van de kindjes.”

Mijn man krijgt te horen dat de Britten die morgen naar Amsterdam zouden komen voor een bespreking, hebben afgezegd. De bespreking zal nu via Skype plaatsvinden. Zijn baas adviseert hem ook de komende twee dagen thuis te werken. Daar baalt hij van.

De fotograaf van de krant komt foto’s maken. Ik wil hem bij de begroeting drie zoenen geven. Hij zegt: „Dat kunnen we beter even niet doen, toch?” Oeps, even niet aan gedacht. Hij kent het eerste coronageval van Nederland, vertelt hij, die man in Loon op Zand. En in zijn woonplaats Heusden is een vriend besmet. „Ze waren allebei in Italië geweest.”

’s Avonds ga ik een kop thee drinken bij de achterburen. Hun twee kinderen zitten op dezelfde basisschool als mijn jongste. Maandag was hun oudste thuis omdat er geen leerkracht was en dinsdag hun jongste, vertellen ze. Maandag bleef hij thuis om te zorgen, dinsdag zij. Zijn vader en haar moeder zijn niet kerngezond, die zetten ze nu liever niet in. „We zijn onze normale back-up een beetje kwijt.”

De achterbuurvrouw is schooldirecteur en had gisteren geen personeel om de telefoon op te nemen. „Eerst dacht ik: het is niet meer dan een griepje. Inmiddels ben ik er wel van doordrongen dat het ernstiger is en dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen.” Ze vertellen over een vriend die zo’n hoge koorts had dat hij zelfs wegviel. De ambulance kwam, maar nam hem niet mee omdat hij niet benauwd was. Zij denken dat hij het coronavirus heeft, maar hij voldeed niet aan de testvoorwaarden en is dus niet getest. Nu zit hij thuis, onder strikte voorwaarden.

Donderdag 12 maart Restaurant gesloten

Weer zitten we met zijn vieren thuis. Ik tik op zolder, man en kinderen zijn beneden. Weer hebben we een mail gekregen van de juf van de jongste met te maken oefeningen. De juf kan zien hoe ijverig we zijn. Ruzies over wie op de PlayStation mag, zijn op dagen als deze onvermijdelijk.

Mijn vader is komend weekend jarig. Hij wordt 67. Hij belt om te zeggen dat hij heeft besloten zijn feestje van zondag niet door te laten gaan.

Het restaurant in het woonzorgcomplex van mijn moeder is inmiddels ook dicht, in ieder geval tot maandag. „Vanwege voorzorgsmaatregelen in het kader van het coronavirus”, staat op een briefje op het raam. De atletiekvereniging van mijn jongste laat weten dat op advies van NOC-NSF alle trainingen en wedstrijden tot en met maandag zijn afgelast. De ict-afdeling van mijn mans werk stuurt alle medewerkers een mail met wat ze moeten doen en downloaden bij een eventuele totale lockdown.

Ik ben niet bang, maar ik word hier ook niet rustiger van. Alle maatregelen zijn ontzettend ontregelend. Geen sport, geen school, verplicht thuiswerken. Mensen die fluisteren dat een kwart van de Brabanders corona heeft. Mensen die via via weten dat Brabantse ziekenhuizen zich coronaklaar maken en dat draaiboeken voor overvolle IC-afdelingen klaarliggen.

Mijn oudste verzucht: „Echt een rare situatie hè, mam. Ik denk dat dit zo’n week is waar ik later mijn kinderen nog over ga vertellen.” Ik hoop dat het bij een week blijft, denk ik, maar ik zeg maar niks.

’s Middags wordt duidelijk dat de Rotterdam Marathon niet doorgaat, waar mijn man al maanden voor traint. Terwijl hij nog aan het bijkomen is van dat nieuws, nemen we met zijn vieren voor de televisie plaats voor de persconferentie over aanvullende maatregelen. Voor ons verandert er niet veel. Behalve dan dat mijn man de rest van de maand niet naar zijn werk in Amsterdam mag. „Ik moet echt even nadenken over hoe ik dat ga doen”, stamelt hij.

’s Avonds app ik met drie Bossche vriendinnen. Ze vertellen over voorstellingen die niet doorgaan, een cursus die is afgelast, een coronageval op het werk. Eentje stuurt een bericht door van een vriendin over haar zoon. Meerdere van zijn vrienden zijn besmet, schrijft die. „Hij heeft nog geen klachten, maar de kans dat hij het wel heeft of gaat krijgen is best groot. Feestje gehad met deze jongens en spelletjes gedaan waarbij ze uit hetzelfde glas hebben gedronken.”

Vrijdag 13 maart Weer naar school

Eerste dag deze week dat allebei mijn kinderen naar school gaan. De jongste omdat er weer een leerkracht is, de oudste omdat hij nu toch echt niet meer snottert.

Ik vraag aan mijn moeder of het verstandig is als de jongste, zoals elke vrijdag, na school naar haar toe gaat. „Waarom dinsdag wel en vrijdag niet”, vraagt ze verontwaardigd. En direct daarna: „Moet ik drie weken alleen gaan zitten?” Ze komt gewoon, stel ik haar gerust.

Volgens mij zijn mijn keelamandelen wat opgezwollen. Daar word ik nu onrustiger van dan normaal. Dit is geen tijd waarin ik ziek wil worden.