Recensie

Recensie Boeken

Zelfhulp bij het sterfproces

Iedereen leest Wekelijks schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: Je kunt het maar één keer doen. Een persoonlijke zoektocht naar sterven, het grootste taboe in ons leven, van Barbara van Beukering.

Het is geen onderwerp waarover we graag denken. Erover praten doen we liever ook niet. Maar lezen, ja, dat wel. Je kunt het maar één keer doen. Een persoonlijke zoektocht naar sterven, het grootste taboe in ons leven van Barbara van Beukering ligt niet voor niks in hoge stapels in de boekwinkel.

De titel geeft al een deel van de verklaring: iedereen krijgt ermee te maken, vroeg of laat. En het boek combineert een aantal populaire genres.

Zingeving en sterven zijn thema’s die het goed doen. In de top 60 van het CPNB staan deze week behalve Van Beukering (op 21) ook het boek van Arielle Veerman over de zelfgekozen dood van haar ex-man Joost Zwagerman (De langste adem, op 24) en dat van Fokke Obbema, die na een hartstilstand een serie interviews maakte over de zin van het leven (De zin van het leven, op 33). De ontkerkelijking zet door, maar dat betekent niet dat we minder bezig zijn met zingeving – in tegendeel zelfs, ben je geneigd te denken.

Je kunt het boek van Van Beukering, oud-hoofdredacteur van Het Parool, ook lezen als een zelfhulpgids (eveneens een populair genre). Een zelfhulpgids voor stervenden.

En verder staan er gewoon goed geschreven menselijke portretten in van beroemde stervenden. Om er enkelen te noemen: Jos Brink, Renate Dorrestein, Frans Swarttouw en, vooral, Hugo Claus.

Wat kun je leren van het boek? Je hebt praters en niet-praters. En praten is goed, in ieder geval voor de nabestaanden.

Neem de ouders van Van Beukering, die allebei overleden aan darmkanker. Haar moeder is een prater, ze neemt heel bewust afscheid en kan op het laatste moment nog grappen maken. Op de avond voor haar euthanasie, nadat ze twee „heel dure flessen” chablis hebben leeggedronken, vraagt ze haar dochter uiteindelijk naar huis te gaan: „Anders maken we nog een fles open en ik wil niet doodgaan met een kater”.

Lees ook het interview met Arielle Veerman, ex-vrouw van schrijver Joost Zwagerman

Haar vader kon niet praten. „Machteloos stond ik naast zijn sterfbed”, schrijft Van Beukering, „zonder dat we afscheid konden nemen.” Als hij overleden is, weet ze niet of hij een crematie wilde of een begrafenis. Ze kiest voor een begrafenis omdat ze dat zelf mooier vindt. Bij het opruimen van zijn huis vindt ze een crematiewens.

Nee, dan Hugo Claus, die ook overlijdt na euthanasie – over hem gaat het mooiste hoofdstuk. Hij kiest samen met zijn vrouw Veerle de muziek voor zijn begrafenis, ‘intens en intiem’. Op de laatste dag gaan ze naar de bioscoop en eten een ijsje. En vlak voordat hij zijn laatste adem uitblaast zingen ze samen een liedje: Un jour, tu verras, on se rencontrera.

Reacties: boeken@nrc.nl