Niet hamsteren, maar behoedzaam sprokkelen

Wat eten we? Het moderne huishouden is niet meer ingericht op het aanleggen van voorraden. Als we nu eens beginnen met behoedzaam sprokkelen, hoeven we nooit meer te hamsteren.

Foto Getty

We gaan niet hamsteren, zeg ik tegen mezelf, elke dag als ik aan het einde van de dag naar de supermarkt ga. Waar ik mezelf wel op betrap: twee blikjes kokosmelk in plaats van één, een extra zakje bevroren doperwtjes en als de crackers dan toch in de aanbieding zijn… Maar hamsteren? Nee. Wij. Gaan. Niet. Hamsteren.

Kan ook moeilijk. Waar láát je het. Geen kelder, geen bijkeuken, geen vrieskist, zelfs geen behoorlijke voorraadkast. Ineens realiseer je je dat het moderne huishouden helemaal niet meer is ingericht op een leven met voorraden. Het huis niet, maar ook het leven niet, het is totaal uit onze routine verdwenen om klaar te zijn voor strenge winters, een dichte winkeldeur of ander ongerief. Je kunt elke minuut van de dag beslissen wat je nu wilt eten en die paar uur per dag dat er geen supermarkt open is, rijden er nog jongens en meisjes rond met een vreetkubus op hun rug.

Lees ook: Nederlanders slaan vooral extra wc-papier in

In Frankrijk ken ik mensen met een bijkeuken om je vingers bij af te likken. Grote stellingkasten met ingemaakte groenten en fruit, twintig soorten jam, een grote vriezer vol, zakken meel voor de broodmachine. Jaloersmakend, zo’n geordende overvloed. Maar noodzakelijk ook, want die moestuin blijft maar geven en voor een pondje snijbonen en een stokbrood ga je niet een half uur in de auto zitten. Het is hard werken in de hof van Eden.

Bewondering heb ik ook voor thuiskoks die nooit met lege handen staan. Mensen die, als je onaangekondigd verregend voor de deur staat, zeggen: ‘kind, je moet wat eten’, en dan binnen een kwartier een dampend bord voor je neus zetten met iets wat ze ‘toevallig’ nog in huis hadden. Cassoulet. Een pasteitje van bladerdeeg uit de vriezer met restjes kip. En het gemak waarmee dat even nonchalant wordt klaargemaakt. Want natuurlijk zijn er ook altijd nog lekkere augurkjes of zelfgemaakte atjar voor erbij.

Geen voorraad voor een half jaar

Dit is niet het moment om in één klap voor een half jaar eten in huis te halen – want we gaan niet hamsteren – maar het zet wel aan het denken. Hoe kunnen we, behoedzaam sprokkelend, geleidelijk een fijne provisiekast samenstellen? En zo stuiten we in The New York Times op ‘how to stock a modern pantry’, met tips voor de ‘essential’, ‘expanded’ en ‘expert’ pantry. De basale blikken tomaat en bonen, maar voor de expert ook Japanse mirin, kimchi en ghee. Spullen waar je in geval van nood ook heel goed zonder kunt.

Ik duik nog eens in de keukenkastjes. Een zootje is het, en een beetje prepper zou er zijn neus voor ophalen, maar we kunnen nog weken vooruit. Het vrolijkst word ik van de souvenirs die er soms al jaren liggen: blikjes vis uit Spanje, bouillonblokjes uit Italië, gedroogde paddestoelen uit Frankrijk.

Die hele coronacrisis is voor niemand leuk, maar je ziet wel overal hoe mensen kleine lifehacks verzinnen waar ze misschien wel aan vasthouden als het gewone leven zijn loop weer neemt. Op vakantie niet meer bezuinigen op lekkere blikjes, potjes en zakjes voor thuis, neem ik me voor. Niet hamsteren maar sprokkelen. En als alles stilstaat, eten we spaghetti met ansjovis, kappertjes, knoflook en rode peper. Misschien gewoon vanavond al.