Recensie

Recensie Boeken

Verhalen uit de coulissen en zolderkamertjes

Literaire rebellen Een bundel met verhalen van nieuwe literaire stemmen laat zien dat de Nederlandse literatuur wemelt van talent. Perfect van stijl die verhalen nog niet, maar leuke vondsten genoeg.

Als vrouwen een orgasme moesten krijgen om een bevruchting tot stand te brengen, was de emancipatie volmaakt. Of toch niet? Deze uitdagende gedachte ligt ten grondslag aan ‘Zink’, het eerste verhaal van het verzamelbundeltje Rebel, rebel. Nieuwe literaire stemmen, uitgegeven door Prometheus voor de Boekenweek. Fay van Kerckvoorde (1990), de auteur van ‘Zink’, won eerder een schrijfwedstrijd, maar heeft nog geen roman of verhalenbundel gepubliceerd.

Ze vertelt onder gebiedende tussentitels zoals ‘Stroom’, ‘Absorbeer’ en ‘Kapseis’, hoe het een meisje vergaat dat vlak na haar geboorte een speciaal spiraaltje krijgt ingeplant, zoals bijna alle meisjes in haar tijd. Het leidt tot een klaarkomverplichting voor elke bevruchting. Het is slim en (naar)geestig hoe Van Kerckvoorde stukje bij beetje laat zien wat de consequenties zijn van dit in aanvang zo verlicht klinkende idee. Het verhaal moet het niet zozeer hebben van de (hier en daar nog onmachtige) stijl, maar het uitgangspunt is sterk genoeg. Wat eens een kleine kans was — klaarkomen tijdens penetratie — wordt nu een groot gevaar: een orgasme betekent zwangerschap. Voor je het weet liggen vrouwen weer achter gesloten gordijnen klaar op de keukentafel, niet voor een abortus nu, maar voor ‘artificiële chlamydia’, om zo in hemelsnaam maar onvruchtbaar te worden.

In Rebel, rebel zijn jonge stemmen bijeengebracht die volgens de inleiding klinken ‘in de coulissen, de underground, de zolderkamertjes’. Het rebelse in hen neemt verschillende gedaantes aan: ‘Steeds gaat het echter om auteurs die op een authentieke wijze trachten te schrijven over een wereld waarin het almaar moeilijker wordt je af te keren van hoe we dingen nu eenmaal doen.’ Zo lust ik er nog wel een paar: onder deze noemer valt willekeurig welke auteur van wanneer dan ook wel te plaatsen. Het lijkt er meer op dat dit gewoon allemaal jonge mensen zijn die graag schrijven, daar al enig succes mee boekten, en nu verder willen groeien — dat is al mooi zat.

Onvermijdelijk zijn niet alle verhalen in het bundeltje even geslaagd. Een misverstand onder jonge auteurs van alle tijden is dat iets diepgang heeft wanneer onduidelijk is waarover het gaat. Maar het is niet boeiend of gedurfd de lezer te onthouden van houvast of richting, het is eerder onmachtig en wordt gauw saai. Een aantal auteurs schrijft het bovendien nog wat te mooi op allemaal: dan ‘pulseren [de geuren] neusgaten in’, of ‘verdunt’ een gezelschap ‘geleidelijk’.

Daartegenover staan gelukkig allerlei vondsten, bijvoorbeeld in vergelijkingen, soms zelfs in een en hetzelfde verhaal. Sandro van der Leeuw (1990) laat in ‘Hier ben ik’ de hoofdpersoon zijn geliefde hond de keel openzagen. Dat voelt ‘als het doorsnijden van een stevig gevoerde jas’. Selin Kuscu (1991) schreef in ‘Niet zoals hij’ over waterpokken bij een baby: ‘Haar huid bubbelde als noppenfolie’, wat bijna té beeldend is, zo vies. Later komen er indrogende korstjes op: ‘Van bubbeltjesplastic naar babykroket.’ Geestig is ook Lotte Krakers (1995), die haar verhaal aldus begint: ‘Marga Jonkers leefde van pleziertje naar pleziertje’. Rebel, rebel is al met al een vrolijk stemmend boekje, dat smaakt naar meer.