Theo Hiddema, Tweede Kamerlid FVD: De nationale identiteit moet je koesteren, dus moet je ook de balans in de bevolkingssamenstelling houden.

Foto Roger Cremers

Theo Hiddema: ‘Baudet heeft één handicap, dat is het gelijk dat hij heeft’

Interview FVD-Kamerlid

FVD-Kamerlid Theo Hiddema vindt zijn partijleider beslist niet racistisch, zegt hij. Maar: ‘hou op met die twitterfabriek.’

Theo Hiddema heeft zich goed voorbereid. Voor hem ligt een A4’tje, waarop hij zijn werkzaamheden als Tweede Kamerlid heeft opgeschreven die volgens hem te weinig aandacht hebben gekregen. „Waar heb ik de eer aan te danken? Ik stond te buigen toen de telefoon ging. Waar komen jullie eigenlijk voor?”

U heeft alles wat u ons wil vertellen vooraf uitgewerkt?

„Nu net. Ik dacht: die lui van NRC komen straks, ik moet even opschrijven wat me allemaal dwars zit met die kutkrant. Nou, dat is nogal wat.”

Theo Hiddema (75), de tweede man van Forum voor Democratie, zit op zaterdagmiddag achter zijn bureau in zijn grachtenpand in Amsterdam. Zijn kat Bram, een Britse Korthaar, heeft hij net buiten uitgelaten, aan een zwart touwtje van een meter of drie. Hiddema wil geruchten ontzenuwen dat hij het niet meer naar zijn zin heeft bij de partij, zoals recent op sociale media werd gesuggereerd. Ja, hij werd een week eerder gefotografeerd met de vorig jaar van FVD afgesplitste senatoren Jeroen de Vries en Henk Otten, maar daar moeten we niets achter zoeken.

De strafpleiter wil na de verkiezingen van 2021 graag door als Tweede Kamerlid, zegt hij. „Ik heb de normale menselijke behoefte om je met je werk te kunnen onderscheiden van anderen. In mijn geval is dat praatjes verkopen. Maar ik heb natuurlijk ook de wondermooie behoefte om aan de kost te komen.”

Met het A4’tje laat Hiddema zien dat hem veel dwars zit. Voortdurend pakt hij het erbij. „Kijk. Hadden jullie maar kond gedaan van al mijn inspanningen om tot trefzekere en praktische oplossingen te komen en me niet te mengen in bombast en cliché waarmee de hele tent wordt gevuld. Ik heb zulke fijne, trefzekere en originele gedachten. Maar die lees je nooit terug. ”

Toen u Kamerlid werd, zei u zin te hebben op hoog niveau te debatteren. Toch zien we u maar weinig.

„Er ís helemaal geen debat. Niemand luistert naar elkaar. Een debat zou zijn als iemand eens zei: ‘goh, meneer Hiddema’ – ik geef even een aansprekend voorbeeld – ‘zoals u het zei had ik het nooit bekeken.’ Heb ik wel eens hoor. Henk Krol is sportief, Kees van der Staaij ook wel. De rest zit daar puur om de identiteit te bewaren, die gebaseerd is op ficties en ingesleten brave borsten-theorieën.”

Wat doet u daar dan?

„Simpel! Leuke dingen bedenken!” Hij pakt zijn lijstje er weer bij. „Wie heeft het Marrakesh-verdrag ontdekt? Dat was ik. Samen met Salvini. En jullie schreven niks. Niks! Het stikstofdebat! Wie heeft dat nou eigenlijk geagendeerd? Dat zijn wij. Ik heb een boerderij. En dan vraag ik mijn neef, die de boel bestiert: hoe zit het met jouw stikstof? Die komt dan met een hele administratie aankakken. Die krijgt controles op zijn erf. En hij zegt: ‘het is bullshit, het erf ligt er nog net zo bij als toen er geen stikstofprobleem was’.”

Het was toch een uitspraak van de Raad van State, eind mei vorig jaar, die het stikstofprobleem op tafel legde?

„Ja, dat is langer geleden. Ik chargeer. Ik was daarvoor ook al met die kippenziekte bezig. Fipronil! Toen zat ik net in de Kamer en was er een algemeen overleg over. Ik weet daar niks van. Net als dat rare virus nu, corona. Dat werd ook een heel debat. Wat een tijdverspilling. De minister is zeer bekwaam, hij kijkt betrokken uit zijn ogen, wat wil je nog meer? Zelfs dan proberen ze elkaar vliegjes af te vangen. Ik stond daar met mijn verkouden kop, werd wel vier keer onderbroken door de PVV. Dat soort bullshit, daar kan ik niet tegen.”

U noemt dingen op waar wij over hadden moeten schrijven…

„Omdat jullie hier nu zitten, dacht ik: dan zullen ze er ook van lusten.”

Maar u kunt toch niet zeggen dat FVD de publiciteit niet haalt?

„Ja, alleen maar het gezeik. Baudet kan zijn kont niet keren of hij krijgt duizend columnisten achter zich aan. Ik krijg steeds die plofkippen voor me, ehhh… plopkappen. Ik word er geroutineerd in. De eerste keer werd ik van het strand geroepen met Jeroen [de Vries, red.], toen brak de pleuris uit met Henk Otten. En Baudet had buikgriep. Stonden daar dertig journalisten om me heen mij in de hoek te duwen. Maar daar beginnen júllie toch over? Niet ik.”

Vorige week werd een foto van u gepubliceerd met Henk Otten en Jeroen de Vries. Hebben ze wel eens geprobeerd u over te halen naar hun Groep-Otten te komen?

„Zeg ik niet.”

Hoe vindt u dat ze het doen in de Eerste Kamer?

„Geen idee.”

Henk Otten is daar zichtbaarder dan FVD-fractievoorzitter Paul Cliteur.

„Daar hoef je weinig moeite voor te doen. Cliteur is hooggeleerd en heeft wat meer tijd nodig om door te dringen. Dan krijg je dat.”

Intussen komt er van uw plannen weinig terecht. Voelt u zich miskend?

„Wacht maar tot we er straks met twintig man zitten. Dan is het spel uit.

Want?

„Dan moet de tegenpartij tenminste met inhoudelijk verweer komen. Dan zijn alle carrièrepolitici weg. Dan gaan ze vaker naar Forum luisteren, want hun baantje is ermee gemoeid.”

Dus er komt geen cordon sanitaire als jullie twintig zetels halen?

„Natuurlijk niet. Dan staan ze voor gek. We zijn toch geen gekkies? Nou ja, Baudet wil wel eens historisch en filosofisch toelichtingen geven op zijn standpunten. Maar die standpunten zijn politiek-inhoudelijk getint, hoor.”

Wat vindt u van zijn toelichtingen, zoals u ze noemt?

„Daar steek ik ook veel van op. Het leuke is de hypocrisie achter de golf kritiek die er dan loskomt. Oei! Foei! Maar wat heeft hij dan verkeerd gezegd? Niemand bejegent vrouwen met zo veel hoffelijkheid als Baudet. Menig vrouw zou zich een Baudet wensen. Al die andere mannen zitten met zo’n stofnest opgescheept, met een abonnement op Opzij en krulspelden in het haar.”

U vindt niet dat hij wel eens uit de bocht vliegt?

„Op één ding heb ik wel kritiek, en dat meen ik serieus. Ik heb in strafzaken geleerd dat je nooit te snel conclusies moet trekken. Ik zeg altijd: ik bemoei me er niet mee, ik ken het dossier niet. Je kan verschrikkelijk op je bek gaan. Ik zeg daarom tegen Baudet: kijk uit.”

Over welk onderwerp ging dit?

„Dat hij over dingen twittert waar de aap heel anders uit de mouw kan komen. Dat had je ook met de Marokkanentweet. Wat een gedoe! Maar ook als het ging om strafrechtelijk getinte zaken. Geweld op straat, Pietje die alweer na twee jaar vrijkomt, dat soort dingen.”

Ook over de groepsverkrachting in Den Bosch, waar Baudet een uitglijder maakte? Hij suggereerde ten onrechte dat de daders van buitenlandse afkomst waren.

„Dat kan maar zo wezen. Ik weet het niet meer. Het punt is: als hij het zegt, loopt hij 80 procent kans dat hij gelijk heeft. Daarom zeg ik altijd tegen hem: wacht nou maar. Als het echt zo is, kunnen we er altijd nog wel iets mee doen. Maar een schot hagel, dat kun je in de politiek niet doen.”

Lees ook over het onderzoek van NRC naar de tweets van Thierry Baudet: Dit gebeurt er in de ‘Twitterfabriek’ van Thierry Baudet

Een ander voorbeeld: hij meldde op Twitter dat acht boeren per dag failliet zouden gaan.

„Dat bleek niet te kloppen. Ik weet niet hoe hij aan dat getal kwam.”

Uw rol bij FVD is vaak die van sidekick van Baudet. Wat vindt u van die rol?

„Ik wil Baudet helpen waar ik kan. Maar ik heb ook mijn eigen temperament en humeuren. En als je dan om elf uur ’s avonds in zo’n zaaltje staat te springen en huppelen op het podium, denk ik wel eens: bekijk het maar even. Het is altijd fantástisch en iedereen hupsakee! Bom bam bomba.”

Dan hoeft het even niet meer zo voor u?

„Nee, maar dat is ook wel een beetje een act hoor.”

Wat is dan de act?

„Dat ik hem wel eens tot kalmte maan. Dan betrek ik de zaal erbij: vinden jullie ook niet dat ‘ie een beetje doordraaft? Je moet met de mensen spelen.”

Maar toen u zei dat hij wat minder moet twitteren, vond u dat oprecht?

„Nou, als je al die plopkappen weer op je neus hebt, is het wel prettig dat je je een beetje van hem distantieert, dan creëer je speelruimte.”

Dus u doet dat om strategische redenen?

„Ja. Maar niet in het geval van de treintweet. Ik had hem gewaarschuwd niet te snel op dat hapsnapnieuws te reageren. Hou op met die twitterfabriek.”

Als u kijkt naar de manier waarop Baudet ironisch over ‘jongeren’ praat als hij Marokkaanse Nederlanders bedoelt, ‘Amsterdammer’ tussen aanhalingstekens zette. De treintweet…

„Ja, toen de NS op een andere bevinding kwam, zei Baudet: ik heb me vergist. Het waren wel dierbaren, hè? Die waren zijn bron. Je kan hem niks verwijten, hij had het uit tweede hand gehoord.”

Hij lijkt zulke gelegenheden aan te grijpen om bevolkingsgroepen te beschuldigen. Maar na het racisme-incident in het voetbalstadion in Den Bosch zei hij dat hij daar niks van wist.

„Weet je: ik vind dat zo’n hopeloze shit-discussie. Omdat ik geen vleugje racisme bij mezelf kan vinden. Als ik een stel bavianen hoor gillen in een voetbalstadion, dan neem ik die niet serieus. Mijn smaakgenen zijn zo ingesteld dat ik abrupt stilval bij dat soort onzin.”

Waarom sprak FVD zich niet uit tegen racisme in voetbalstadions?

„Dat wil ik best doen. Ik vind het compleet smakeloos als gekleurde spelers voor aap worden uitgescholden. Dat is idioot.”

Het lijkt op selectieve verontwaardiging.

„Daarom moet hij altijd zeker van zijn zaak zijn, als hij zich ergens over uit.”

Baudet sprak ook…

„Beginnen jullie nu wéér over Baudet? Ik dacht in m’n argeloosheid: jullie komen voor míj.”

Hij sprak ook over de ‘homeopathische verdunning’ van de Nederlandse bevolking.

„Nou, soms moet je met krasse voorbeelden komen om mensen wakker te maken. Simpel as that. Het kost generaties om mensen vertrouwd te maken met de rechtsstaat, individuele en religieuze vrijheden, gelijkheid tussen man en vrouw. Dat is een onderdeel van de nationale identiteit. Je krijgt allemaal mensen uit andere culturen binnen die ontvankelijk zijn voor groepsdwang en geloofshysterie. Dat zie je toch?”

Volgens Baudet wordt migratie doelbewust gebruikt om de nationale identiteit te verzwakken, als een vooropgezet plan.

„Baudet heeft één handicap, dat is het gelijk dat hij heeft. De nationale identiteit moet je koesteren, dus moet je ook de balans in de bevolkingssamenstelling houden, en mensen hier handhaven die de Nederlandse identiteit vertegenwoordigen. Dat is onze bevolking, zij hebben al generaties lang vormgegeven aan dit land. Maar zij hebben pech dat ze wít zijn, en hun kinderen steeds opnieuw wit worden geboren. Dus als Baudet zegt dat hij een dominant blank Nederland wil, dan is dit de achterliggende gedachte. Niet omdat een individuele blanke gekoesterd en iemand met een ander kleurtje gewantrouwd moet worden. Het is een demografisch inzicht.”

Hiddema kijkt even stil voor zich uit. Dan zegt hij: „Ik denk wel eens: laat er eens een pilletje komen. Een pilletje dat iedereen de mogelijkheid biedt om naar smaak een eigen kleurtje op z’n kop te kiezen. In godsnaam, dan zijn we van het hele gezeik af. Ik ben benieuwd hoe de bevolking er dan uit zou zien.”

Overwegend wit, bedoelt u?

„Dat weet ik niet. Dat lijkt me nou zo interessant.”

Door sommige uitspraken van Baudet maakt FVD toch onderscheid tussen mensen of bevolkingsgroepen?

„Waarom? Of je nu pimpelpaars bent of roetzwart, dan mag je best het nodige respect betuigen voor de samenleving die je aantreft en die toevalligerwijs qua kleurstelling genetisch gestalte heeft gekregen door een bevolkingsgroep die alsmaar weer wit is. Dan hoef je je toch niet achtergesteld te voelen?”

U zegt dus dat mensen met een kleur de Nederlandse identiteit niet vertegenwoordigen?

„Nee! Jullie lullen je weer helemaal in die rassendiscussie. Yernaz [Ramautarsing, voormalig raadskandidaat voor FVD in Amsterdam] heeft ooit gezegd: ‘Er is een verschil tussen IQ en volken.’ En niet tussen IQ en ras. Daar is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Dat is bewezen. Dat wil niet zeggen dat er in een volk met een gemiddeld lager IQ geen schaakwonder of nieuwe Einstein geboren kan worden. Als je hier nu massaal immigranten naartoe haalt van Arabische snit, met een arbeidsethos dat niet geheel en al correspondeert met het arbeidsethos van de mensen die hier generaties wonen, dan moet je voorzichtig zijn. Het ís geen racisme.”

Maar u maakt nu toch onderscheid naar huidskleur?

„Nee, absolúút niet. De individuele mens krijgt alle rechten ter wereld die ik ook heb, ongeacht de kleur. Als iemand diezelfde hebbelijkheden aantreft bij ons en hij herkent de oorspronkelijke bewoner als wit, dan hoef je toch nog niet achtergesteld te zijn? Ik zou denken: omarm het!

„Ik neem met diepe waardering kennis van de Japanse cultuur, die mensen hebben spleten in de ogen en zijn een beetje gelig opgetrokken. Ik heb groot respect voor hun familiaire verhoudingen; eerbied voor de ouderen en respect voor kennis en kunde, ze zijn prestatiegericht.”

Had u zich in dit alles ook al verdiept voor u de politiek in ging? Nu laat u zich er voortdurend over uit.

„Ik had al boeken gelezen.” Hij wijst op een stapel boeken. „Allemaal van Gerrit Komrij. Als je nu een politiek polemist wil hebben die toen al de hypocrisie hekelde, dan moet je bij hem wezen. Ik was al lang op weg een volbloed FVD’er te worden.”