Recensie

Recensie Boeken

Soms zijn de oninteressante dingen juist de moeite waard

Kinderboek Vertaler en dichter Robbert-Jan Henkes ontpopt zich steeds meer als kinderboekenschrijver, nu met De bende van Lieke. In de bundel korte verhalen nestelt hij zich op Guus Kuijer-achtige wijze in de tegendraadse Lieke.

Illustratie Aart Clerkx

‘Niet alles wat ik meemaak is even interessant – maar ik schrijf ook geen dagboek of zo. Ik schrijf helemaal niks. Ik vertel gewoon wat ik de moeite waard vind om te vertellen. Maar soms zijn dat juist de oninteressante dingen.’

Aan het woord is Lieke, een jaar of negen, levenslustig en prettig tegendraads. Wat ze zegt klopt helemaal. Ze zijn weliswaar opgetekend door Robbert-Jan Henkes die faam verwierf als vertaler en met twee kinderdichtbundels en zich steeds meer ontpopt als kinderboekenschrijver, maar Liekes huis-tuin-en-keuken-avonturen zijn nou niet echt opzienbarend. Buiten bankhangen met haar ‘bende’ vriendinnen, (bal)spelletjes verzinnen en kleine schoolbelevenissen: veel meer gebeurt er niet in de ruim dertig verhaaltjes in De bende van Lieke.

Daarom niet

Toch verveelt deze verhalenbundel geen moment. Niet het minst komt dit door de sprankelende taal. Henkes heeft zich op een Guus Kuijerachtige wijze in het hoofd van zijn geesteskind weten te nestelen en gaf haar, gebruikmakend van haar onbevangen kinderblik, precies de juiste verteltoon: luchthartig, licht beschouwend en kordaat. Dit resulteert in levendige, onbeduidende vriendinnengesprekjes in heldere zinnen en schijnbaar logische gedachtekronkels die feitelijk de kern van Henkes’ bundel vormen.

Karakteristiek voor Henkes’ aanpak is bijvoorbeeld het verhaal ‘De toverknikker’, waarin Lieke haar glanzend witte toverknikker met koraalrode adertjes kwijt is. Als ze zich herinnert dat ze hem heeft uitgeleend, maar niet meer weet aan wie, doet ze net zo lang navraag bij haar vriendinnen totdat ze hem terug heeft. De laatste die ze tegenkomt is Sara. Als het meisje bevestigt dat ze de knikker heeft, zegt Lieke: ‘O Sara! Je bent de enige van mijn vriendinnen die eerlijk is. Alle anderen zeiden dat ze hem niet hadden!’

Even treffend en humoristisch zijn de momenten waarop Lieke en haar vriendinnen verstrikt raken in de betekenis van hun eigen woorden. Wanneer Lieke op een bankje zit ‘niets te doen’ en ‘de bende’ zich nietsdoend bij haar voegt, gaat het al snel over hoe iets en niets doen zich tot elkaar verhouden. Als wachten ook iets doen is, kan je dan eigenlijk wel niets doen? Ronduit geestig is ook de spraakverwarring die in ‘Ruzie’ ontstaat als Amira Lieke vraagt waarom ze niet buiten komt spelen en vervolgens genoegen neemt met Liekes antwoord, ‘om daarom niet’. Lieke: ‘Vraag je niet verder? “Waarom niet om daarom niet”, bijvoorbeeld?’ Amira: ‘Nee hoor’. Lieke: ‘Waarom niet?’

Kwakkenmolen

Door het alledaagse steeds een licht absurde draai te geven, maakt Henkes het gewone ongewoon gewoon. Daarbij blijft hij niet hangen in zijn talige spel. Veel verhalen, die trouwens subtiel naar elkaar verwijzen door opmerkingen als ‘dat heb ik misschien al een keer verteld’, hebben uiteindelijk een clou. De meest ontroerende is die van het slotverhaal, als Lieke met haar ouders in de trein zit en, plots beseffend dat in al die huizen en flats die aan haar voorbij trekken allemaal mensen wonen, zichzelf voor het eerst bewust door de ogen van de ander ziet en vice versa, waarna ze scherpzinnig concludeert: ‘Al die mensen zijn ook ik/ En ik ben al die mensen ook.’

De blijmoedige uitstraling van de verhalen wordt aangezet door de tableau vivant-achtige illustraties in stripstijl van Aart Clerkx die een nostalgische sfeer ademen. Het retrogevoel dat de bundel oproept, voert soms net wat te veel de boventoon. Al zal dit kinderen vermoedelijk weinig storen: met voetballende meisjes en vaders die vegetariër zijn en ‘kwakkenmolen’ maken, zorgt Henkes voor voldoende eigentijdse herkenbaarheid. Maar belangrijker, Henkes weet uit taal een wereld te creëren waarin je hoe dan ook moeiteloos kunt geloven. Dat hij kan schrijven en weet wat taal vermag, bewees hij al eerder met onder meer zijn zwierige vertaling van Russische kindergedichten (Bij mij op de maan). Met De bende van Lieke bewijst hij dat weer.