Opinie

Betere opvang voor wie anders buiten moet slapen prima; maar daarna?

Wetten en regels maken het voor daklozen lastig om hun leven opnieuw op te bouwen, ook als ze eenmaal opvang hebben. Soepeler toepassing van gemeentelijke regels en afgelasten van CJIB-maatregelen zouden moeten kunnen worden afgedwongen, zegt Heleen Evenhuis.

Illustratie Stella Smienk

‘Wie nooit zeker is van goede opvang, wie nooit rust of slaap kan vinden, komt er nimmer aan toe het heft in eigen handen te nemen”, schrijft arts Arianne de Jong in haar pleidooi voor betere nachtopvang voor daklozen (NRC, 28-2-2020). Toevallige contacten op straat in Rotterdam hebben me geleerd dat wetten en regels dat ‘heft in eigen handen nemen’ nog aardig kunnen belemmeren. Daarbij geef ik direct toe dat ik mijn informatie alleen van de mensen zelf heb. Streetwise als ze zijn, hebben ze vast zaken aangedikt of afgezwakt. Maar door de jaren en over de contacten heen klinken sommige feiten behoorlijk consistent. Het strandt nogal eens op betalingen.

Zo is daar de regel: eerst woonruimte, daarna overige hulpverlening als een uitkering, schuldhulpverlening, werk op maat. Echter, is er eenmaal een kamer voorhanden, dan moet je eerst twee maanden huur vooruitbetalen, evenals achterstallige zorgverzekeringspremies. Er bestaat wel zoiets als bijzondere bijstand, maar die krijg je niet. De gemiddelde dakloze haakt daar al af.

Je uitkering wordt van hogerhand beheerd en jij krijgt 50 euro per week in handen. Van de rest worden, naar ik aanneem, huur, zorgverzekeringspremie en schuldaflossing betaald. Maar van 50 euro kun je bijvoorbeeld geen treinretourtje betalen, als dat noodzakelijk is. Je kunt daarvoor ook geen beroep doen op wat extra van je eigen uitkering. De ex-dakloze die jarenlang zichzelf gered heeft, reist dus zwart.

Schulden zijn nooit alleen een financieel probleem

Zodra de dakloze is ingeschreven op een woonadres, is hij ‘op de radar’ van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Kennelijk vallen niet alle schulden onder de gemeentelijke schuldhulpverlening; dit lijkt met name te gelden voor opgelopen boetes bij openbaar vervoeraanbieders. Als je niet direct betaalt, word je opgepakt en naar een gevangenis gestuurd: vervangende hechtenis of ‘gijzeling’, waarvoor een strafmaatregel van de rechter nodig is. Op dat moment houdt je uitkering op; na vrijlating moet de aanvraagprocedure opnieuw doorlopen worden.

Denk niet dat na het uitzitten van de tijd je schuld weg is. Zolang je die niet kunt betalen, kom je er niet vanaf en lopen de bedragen op, leidend tot steeds langere perioden van hechtenis. Ik ken een ex-dakloze die eindelijk zicht had op een baan en een normaal bestaan, maar na een reeks gevangenisperioden van enkele weken tot 3 maanden de winter weer op straat doorbrengt. Kan de rechter dit zomaar bepalen, als iemand niet in staat is om zijn schuld te voldoen? Nee. Het gaat hier om vonnissen in het kader van de ‘Wet Mulder’. Deze wet gaat over het betalen van boetes voor lichte verkeersovertredingen – te hard rijden en dergelijke – maar kennelijk heeft het openbaar vervoer daar ook een vinger in de pap. De wet bepaalt dat de rechter geen vervangende hechtenis mag opleggen als iemand aantoonbaar geen middelen heeft om te betalen. Maar dat lijkt dus door de rechtbank onvoldoende zorgvuldig uitgezocht te worden. Deze misstand is door de Nationale Ombudsman al eens onder de aandacht gebracht (rapport Gegijzeld door het systeem, 2015).

Wat doen deze repeterende mislukkingen met mensen? Betekent eens dakloos altijd dakloos? Als gewone burger constateer ik dat bovengenoemde belemmeringen met een beetje gezond verstand zouden kunnen worden weggenomen. Het vereist slechts een humane omgang met gemeentelijke regels in het geval van mensen die niets meer hebben. Overigens zou voor degenen die via een wijkteam hulp krijgen, het daaraan verbonden maatschappelijk werk in alle bovengenoemde situaties een actieve bemiddelende rol kunnen en moeten spelen. Ook richting het CJIB. Liefst preventief, want je kunt de situaties zien aankomen. En dan moet het altijd nú – een lastig begrip voor gemeenten.

Concrete aanbevelingen:

Regel bij mensen zonder inkomen eerst de uitkering en daarna de woning, of liever beide in één pakket, omdat de aanloopkosten veel hoger zijn dan het bedrag dat de betroffene van de uitkering in handen krijgt. Eén of twee maanden huur en één of meer maanden zorgverzekeringspremie vooraf komt op honderden euro’s.

Organiseer in geval van centraal beheer van de uitkering een persoonlijk potje waaruit op korte termijn incidentele extra kosten bovenop die voor het dagelijks leven kunnen worden vergoed: OV-pas, treinkosten, nieuw paspoort, noodzakelijk familiebezoek (ziekte, overlijden), etc. Zelfs als bijzondere bijstand wordt toegekend, kost de aanvraag vele weken.

Voorkom gijzeling van mensen die boetes en strafmaatregelen aantoonbaar niet kunnen betalen. De rechtbank – of het CJIB als uitvoerder – moet dat toch bij gemeenten gemakkelijk te weten kunnen komen?

En centraal: een krachtig multidisciplinair wijkteam dat niet alleen een nieuw leven helpt opbouwen, maar gelijktijdig ook ondermijning daarvan voorkomt door in individuele gevallen, beargumenteerd, soepeler toepassing van gemeentelijke regels en afgelasten van CJIB-maatregelen af te dwingen.

, voormalig hoogleraar Erasmus MC, Rotterdam