Analyse

Mark Rutte weet dat hij nu leiderschap moet tonen

Politiek Premier Rutte heeft deze week de regie in de coronacrisis overgenomen. Kiezers weten leiderschap in crisistijd te waarderen.

Premier Mark Rutte (VVD) kijkt minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) aan tijdens het Kamerdebat over het coronavirus.
Premier Mark Rutte (VVD) kijkt minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) aan tijdens het Kamerdebat over het coronavirus. Foto ANP/Sem van der Wal

Het was een ongebruikelijk beeld, donderdagmiddag in de persconferentie in Den Haag over nieuwe en veel steviger maatregelen om het coronavirus in Nederland te bestrijden: premier Mark Rutte (VVD) had net het woord gegeven aan partijgenoot en minister voor Medische Zorg Bruno Bruins – „Kun jij het toelichten, Bruno?” – en kwam meteen ook dichter bij hem staan. Een paar seconden lang keek Rutte mee in de aantekeningen van Bruins.

Wie hem al wat langer meemaakt, weet: als deze premier zijn enorm sterke controledrang uitbreidt naar anderen, moet je uitkijken. Dan vertrouwt hij je niet meer. Want Bruno Bruins weet vermoedelijk net zo goed als andere bewindslieden uit Ruttes kabinetten dat de premier het liefst wil dat die zelf hun problemen oplossen, zonder hem. Maar Bruins kwam de afgelopen weken weinig daadkrachtig over, hij leek in de debatten in de Tweede Kamer ook lang niet alles goed te weten.

Lees ook In deze tijd van crises kijken burgers naar hun leiders: zeg ons wat we moeten doen

Voor Rutte zelf staat er ook te veel op het spel: het is een crisis waarvan het einde nog lang niet in zicht lijkt, mensen worden onzeker en bang. En als zijn kabinet beoordeeld wordt op het getoonde leiderschap, draait het om hém. Rutte, die openlijk speelt met de gedachte opnieuw VVD-lijsttrekker te worden, moet laten zien wat hij waard is, in de wellicht meest disruptieve crisis uit zijn loopbaan.

Geen genade

In het Tweede Kamerdebat over het coronavirus op donderdagavond was al duidelijk geworden dat andere politiek leiders, ook die uit de coalitie van Rutte III, geen genade zullen hebben als Rutte zwaktes laat zien. D66-fractievoorzitter en coalitiegenoot Rob Jetten zei dat de serieuze toon van Rutte in de persconferentie op donderdag dringend nodig was, na de „olijke filmpjes” over de „handshake” op dinsdag. Toen schudde Rutte de hand van RIVM-baas Jaap van Dissel. Hij deed dat na een lang betoog over dat we dat niet meer doen in Nederland, handen schudden.

Lees ook deze reportage over de gevolgen van het coronavirus in Den Haag.

Rutte leek geïrriteerd. Nog voordat hij in het debat aan de beantwoording van de vragen uit de Tweede Kamer begon, en Jetten voorzichtig een stap deed naar de interruptiemicrofoon, zei Rutte: „Ik zie de heer Jetten staan met een blik van: ik wil me nu al met de gang van zaken bemoeien.”

Zo’n scherpe uitval zal de andere politieke leiders allesbehalve afschrikken: Rutte laat er vooral mee zien dat hij te raken is met het verwijt dat hij ernstige situaties ‘weglacht’. Hij zal zichzelf vanaf nu en zo lang deze viruscrisis duurt, vermoedelijk ook geen grappen meer toestaan, en in plaats daarvan zijn ernstigste gezicht trekken: met opeengeklemde lippen, de blik vaak naar beneden gericht.

Met nog ruim een half jaar te gaan tot zijn tienjarig jubileum als premier, heeft Mark Rutte ook nogal wat te verliezen. Uit een peiling onder 2.180 Nederlanders van I&O Research, op verzoek van NRC, blijkt dat kiezers hem in vergelijking met andere mogelijke kandidaten (CDA’er Wopke Hoekstra bijvoorbeeld, of D66’er Sigrid Kaag) nog steeds het meest betrouwbaar vinden als minister-president. Het percentage dat Mark Rutte betrouwbaar vindt als minister-president is nu, met 52 procent, wat lager dan in januari 2017, toen 58 procent dat nog zo zag. „Maar Rutte wordt nog altijd gezien als de man die het land kan leiden”, zegt onderzoeker Peter Kanne „Er dient zich nu geen alternatief aan. Hoekstra, De Jonge en Kaag komen enigszins in de buurt, maar op links zien kiezers geen alternatief.”

Crisis matigt kiezers

Het onderzoek werd verricht op het moment dat de coronacrisis zich openbaarde. En hoewel de waardering voor het kabinet met 42 procent erg laag is, krijgt Rutte duidelijk „het voordeel van de twijfel”, zegt Kanne. „Uit antwoorden blijkt dat kiezers zien dat hij in een gepolariseerd land in staat is de zaak bij elkaar te houden.”

Als Rutte deze crisis zonder faux pas doorstaat, kunnen kiezers hem daarvoor belonen, zegt Kanne. „Zijn voordeel is dat kiezers in het midden, ook centrumlinkse kiezers, geen hekel aan hem hebben. Op het moment van een crisis trekken mensen over het algemeen meer naar het midden, naar de bestuurderspartijen. En op economische zaken trekken ze een beetje naar rechts: kiezers willen zekerheid.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Besturen in crisistijd

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.