Opinie

Knoei niet met het bestel, zeker in crisistijd

Coronacrisis Deze crisis gaat over kennis en doortastend bestuur, schrijft . En staat dus haaks op demagogisch populisme. Maar hoe bestuursvaardig is de overheid nog?
Illustratie Cyprian Koscielniak
Illustratie Cyprian Koscielniak

Een crisis is een moment om ongemakkelijke waarheden onder ogen te zien. Infecties zijn een test van iemands persoonlijke gezondheid. Een pandemie, of een economische crisis, is een test van de gezondheid van het staatsbestel. Onder druk komen de zwakke plekken aan het licht. De een krijgt hoofdpijn bij stress, de ander buikpijn. De Nederlandse overheid wacht lang, maar kan dan knopen doorhakken waar anders eindeloos wordt gezanikt. Crisis als kans.

Alles staat op scherp. Zoals premier Rutte donderdag zei, moet nu met vijftig procent kennis honderd procent van de beslissingen worden genomen. Onvolmaakte maatregelen zijn beter dan geen. Dat kan alleen als ministers kunnen leunen op inhoudelijk deskundige ambtenaren.

In de jaren ’80 was de hoogste ambtenaar, J. van Londen, een arts en sociaal-psychiater. Hij was het medisch kompas van het ministerie. Nu topambtenaren steeds meer passerende procesmanagers zijn zonder specifieke vakkennis, vallen ministers terug op wetenschappelijke instituten. In dit geval het RIVM.

Daarbij treft het niet dat deze wereldwijde pandemiecrisis, die ook de economie zwaar treft, zich aandient in een tijd waarin toch al duidelijk werd dat ons staatsbestel niet zo goed werkt als we pretenderen. De neoliberale opvatting over wat de overheid is blijkt een doodlopende weg, ontdekt Nederland schoorvoetend, net als de rest van West-Europa.

Daarom is de vraag gerechtvaardigd: kan onze overheid deze immense, onoverzichtelijke viruscrisis aan? Dezelfde overheid die vastloopt als er zo iets relatief simpels als een hogesnelheidslijn of bescherming tegen Q-koorts moet komen ?

Is de minister voor Medische Zorg in staat doelmatig deze coronacrisis aan te pakken terwijl tienduizenden zorgverleners al jaren overbelast zijn, mede door toedoen van diezelfde overheid? Die heeft zoveel financiële parameters ingesteld en verantwoordelijkheden over zoveel zorgverzekeraars en andere zorginstituten uitgesmeerd dat velen te weinig tijd overhouden om te doen waarvoor zij zijn opgeleid: goede zorg verlenen.

Deskundigen: Grijp nóg fermer in om corona in te dammen

Vlotvaderlandse persconferentie

De coronacrisis schuift de bestuursvaardigheid van de overheid onverbiddelijk in de CT-scan. Voorbij de vlotvaderlandse persconferentie. Zoals de financiële crisis van 2008 dat in Europees verband deed. En de meer Nederlandse crises – de onopgeloste Groningse gasravage, de toeslagencrisis bij de Belastingdienst – laten zien dat bewindslieden hun politieke verantwoordelijkheid vaak niet kunnen overzien, laat staan dragen.

Dat is niet alleen omdat de wereld ingewikkelder is geworden, maar ook door de manier waarop de politiek de laatste decennia is omgegaan met de eigen functie. Door kennis van zaken bij de overheid laag aan te slaan. Door zich moreel uit de voeten te maken en alleen de samenlevingscoach uit te hangen.

Bij de coronacrisis komt het erop aan dat we als maatschappij een diagnose stellen op grond van alle, ook internationaal beschikbare feiten en wetenschappelijke kennis. Als iedereen de eigen verantwoordelijkheid kent en er naar handelt, worden de beste resultaten geboekt. Politieke bestuurders moeten nu handelen. Polderen, bezuinigen, die trucs kunnen zij zich niet meer veroorloven. Geld genoeg. Complottheorieën brengen genezing niet dichterbij.

Corona is slecht nieuws voor Donald Trump. Deze koning van de wetenschapsontkenning heeft sterk bezuinigd op centrale diensten die epidemieën moeten volgen en indammen. De acteur Tom Hanks kon met verkoudheidsverschijnselen alleen vroeg getest worden omdat hij in Australië is. In de Verenigde Staten is daar een tekort aan. Daarom moet Trump nu zijn toevlucht nemen tot bluf en een inreisverbod dat de EU afdoet als brenger van een ‘foreign virus’. Trump verraadt zijn politieke hand door een uitzondering te maken voor het Verenigd Koninkrijk, dat onder leiding van zijn politieke vriend Johnson ook handelt in soevereiniteitsdromen.

Afkeer van kennis

De weg van het wantrouwen tegen het weten dat in reactionair Amerika nu hoogtij viert, werd in de jaren ’80 ingeslagen door de Republikeinse partij van president Ronald Reagan. Economisch was Margaret Thatcher in London zijn bondgenoot. Zonder zijn afkeer van kennis te delen.

Nederland en de EU namen sindsdien gestaag afstand van een overheid die gemeenschapszin symboliseert. Door publieke functies als bedrijven te organiseren is de op grond van politieke idealen bestuurde overheid in veel Westeuropese landen haar ziel kwijtgeraakt. In Nederland werd het maatschappelijk middenveld vervangen door de markt, of een imitatie daarvan.

De overheid werd een soms overspannen, soms nonchalante dienstverlener, maar ging ook de burger beschouwen als een in principe onbetrouwbare klant. Tegelijk bleven publiek en politiek naar diezelfde overheid kijken om risico’s en ongemakken van het leven weg te nemen.

Wanneer de bijbehorende dienstverlening tekortschoot werd verwijtend naar politieke ambtsdragers gekeken, die er onder druk van het parlement nog een taskforce tegenaan gooiden en de klanten nog harder gingen controleren. Zie het rapport-Donner over het toeslagendrama en alle parlementaire enquêtes waar de Kamer zichzelf tegenkwam wegens medeplichtigheid aan onkundig bestuur.

Column: Corona, lakmoesproef van het regeergezag

Illusie met duizenden vacatures

Meer van hetzelfde is ook het recept geweest sinds de politiek begin deze eeuw besloot dat de ‘justitiële keten’ (politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak) bedrijfsmatig moest worden georganiseerd. De politie werd als één nationaal bedrijf opgezet – een illusie met duizenden vacatures, kasten vol onopgeloste kleinere zaken en machteloosheid tegenover het grote criminele geweld.

Het OM is even structureel onderbemand en overweldigd door de feiten. De Eerste Kamer, die deze week haar jaarlijkse debat over de rechtsstaat hield, wijdde er vermoeid bezorgde woorden aan. De minister wilde nog net toezeggen dat er een deltaplan tegen criminele ondermijning komt . Het was een machteloos en beginselarm debat.

En de rechtspraak? Ik heb er de laatste tijd onderzoek naar gedaan, met velen gesproken en gerechten bezocht. Rechters zijn de eersten om te beamen dat zaken veel te vaak te lang duren. Hoewel er minder zaken zijn en hoewel zij structureel 40 procent overwerken.

Zaken zijn ingewikkelder, technischer geworden. En rechters en hun medewerkers zijn gewoon met te weinig. Terwijl de wetgever steeds meer ruimte heeft gegeven aan OM en ambtelijke diensten om soms forse boetes uit te schrijven zonder dat er een strafrechter aan te pas komt – vaak zwaar genoeg voor een strafblad. Opeenvolgende kabinetten hebben de rechtspraak financieel op rantsoen gezet en getracht langs efficiency-lijnen te stroomlijnen.

In het koortsige klimaat van wereldwijde onzekerheid zien politici als Baudet en Wilders het als een verdienmodel de rechtspraak aan te vallen. Wegens te links en te gretig om politiek gemotiveerde vonnissen te wijzen. Met als voorlopig dieptepunt een hoorzitting onder de halfhartige titel ‘Dikastocratie?’.

Derde staatsmacht

Noch in de Tweede noch in de Eerste Kamer werd helder onder woorden gebracht wat de essentie van de rechterlijke functie als derde staatsmacht is. Er werd wel lippendienst bewezen aan de scheiding der machten, terwijl iedereen weet dat er in veel gevallen sprake is van een platgeslagen trias politica: bestuur en wetgever zijn twee handen op één regeerakkoord.

Dat is een belangrijke reden waarom de rechterlijke macht vaker een controlerende rol toevalt. Zolang het parlement de essentie van de politieke functie – oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken bepleiten – verwart met meebesturen, zal rechters worden gevraagd in concrete gevallen te vertellen wat recht is. Zo’n verzoek mag de rechter niet weigeren. En die rechters, die op grond van de Nederlandse wet en bindende internationale verdragen, recht spreken een greep naar de macht verwijten is een gotspe. Een hele geruststelling dat Thierry Baudet voldoende vertrouwen in de rechter had om deze week in kort geding rectificatie te vragen van de wijze waarop het tv-programma Buitenhof zijn woorden over een veerdienst tussen Afrika en Europa had samengevat.

Tijden van crisis maken extra duidelijk dat er instituties moeten overblijven waar men (terecht) vertrouwen in kan hebben. Daarbij zou het helpen als bewindslieden zich weer omringden met ambtenaren die deskundig zijn, in plaats van de hijgende herten van de Algemene Bestuursdienst.

Het in twijfel trekken van wetenschappelijk advies zou politiek ondubbelzinniger buiten de orde moeten worden verklaard – waarbij het overigens normaal is dat geleerden onderling gemotiveerd van mening kunnen verschillen.

Zo is ook het ondermijnen van de rechtspraak een luxe die geen enkele samenleving zich kan veroorloven. Deze crisis gaat over kennis, samenwerking, doortastend openbaar bestuur. En staat dus haaks op alles waar het demagogisch populisme het van moet hebben. Sorry jongens, even belangrijker dingen te doen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.