Opinie

Kabinet is eindelijk doordrongen van de ernst van het coronavirus

Covid-19

Commentaar

Op slot zit het land misschien nog net niet, maar in de praktijk scheelt dit toch maar weinig. De onstuitbare opmars van het coronavirus heeft geleid tot een oproep van het kabinet voor een ongekende beperking van het openbare leven. Waar dit allemaal toe zal leiden, valt in dit stadium absoluut nog niet te overzien. In elk geval zullen de gevolgen immens zijn en nog geruime tijd doordreunen. Iets wat geldt voor de hele wereld.

Aan het begin van de week overheerste aan de bestuurlijke kant van Nederland nog altijd de ‘rustig-aan-geen-paniek-benadering’. Geen handen meer schudden en extra voorzorgsmaatregelen in Noord-Brabant moesten afdoende zijn voor de pogingen om verspreiding van het coronavirus in te dammen. Dat bleek dus niet het geval. Zoals directeur Jaap van Dissel van het RIVM donderdag op een gezamenlijke persconferentie met premier Mark Rutte (VVD) en minister Bruno Bruins (Medische zorg, VVD) zei is er geen grip meer op hoe het virus zich verspreidt. Dat maakte drastischer maatregelen nodig.

Een groot deel van het buitenland waar sprake was van eenzelfde verloop ging Nederland hierin voor. Dit rechtvaardigt de vraag of het kabinet niet te lang een afwachtende om niet te zeggen laconieke houding heeft aangenomen tegenover het coronavirus. Natuurlijk is het een dilemma. Vanwege de (economische) neveneffecten van te nemen maatregelen moet worden gewaakt voor een overreactie die de schade kan verergeren. Dat vraagt om voorzichtigheid.

Maar deze instelling - „nuchter”, benadrukte premier Rutte meermaals - kan ook worden overdreven. En dat is gebeurd. Het was tamelijk naïef te denken dat Nederland als samenleving met open grenzen gevrijwaard kon blijven van een ‘ongecontroleerde’ verspreiding van het virus. Datgene waartoe het kabinet nu heeft besloten, had het ook al eerder kunnen doen.

Er ligt nu een pakket aan maatregelen waarbij de vraag is of deze wel als zodanig kunnen worden gekwalificeerd. Dwang is vooralsnog in beperkte mate aan de orde. In de brief die het kabinet aan de Tweede Kamer heeft gestuurd overheersen de woorden „opgeroepen” en „verzocht”. Met andere woorden: er wordt in hoge mate geanticipeerd op het zelfregulerend vermogen van de samenleving.

Op zich is dit een verstandige aanpak. Met de oproep zoveel mogelijk thuis te werken, het bezoeken van kwetsbare personen te beperken en af te zien van het organiseren van grootschalige bijeenkomsten wordt een beroep gedaan op gedragsverandering. Deze is het eenvoudigst tot stand te brengen als de aangesprokenen hier zelf in geloven. Dat is de afgelopen weken gebleken. In zekere zin liep het gedrag van veel burgers vooruit op de aanbevelingen van het kabinet. Maar het kabinet moet oppassen niet te vervallen in vrijblijvendheid. Dat geldt dan met name voor het besluit het primair en voortgezet en MBO-onderwijs op de gewone manier door te laten gaan. Dat kan al snel onhoudbaar blijken.

Nederland zal er de komende weken heel anders uitzien. Hoe lang en of het hierbij blijft, het is nog allemaal ongewis. En dan zijn er nog de ongetwijfeld ingrijpende economische gevolgen. Weliswaar is het woord historisch aan inflatie onderhevig, maar dat er sprake is van historische gebeurtenissen kan zonder meer worden gezegd. Getuige de inzet van het kabinet is dat besef nu eindelijk ook daar doorgedrongen.