Recensie

Recensie Boeken

Hoog in de bergen kún je tot inzichten komen, maar niet in dit boek van Cognetti

Paolo Cognetti In zijn nieuwe boek wandelt de schrijver door Nepal om zijn leeftijd met vrienden te overdenken. Maar waar blijven de goede, betekenisvolle gesprekken?

Dolpo, een klein Tibet, in het noord-westen van Nepal.
Dolpo, een klein Tibet, in het noord-westen van Nepal.

Hij moest nóg beter zoeken, nóg verder weg om erachter te komen of ze nog bestonden, de echte bergbewoner en de puurheid van de natuur. Dus ging de Italiaanse schrijver Paolo Cognetti voor zijn nieuwe boek Zonder de top te bereiken wéér de bergen in. Dit keer geen roman maar een reisbeschrijving van een ‘bedevaart’ die hij maakte met twee vrienden om zijn veertigste levensjaar in stijl af te sluiten. Het liefst wilde hij naar Tibet, maar omdat dat niet goed bereikbaar is en niet meer zo mythisch als vroeger, gaan ze naar Dolpo: een klein Tibet, hoorde hij, op Nepalees grondgebied. Daar liepen ze ongeveer een maand over kale, dorre hoogvlaktes van de Himalaya op gemiddeld 4.500 meter hoogte.

In zijn bestseller De acht bergen was Cognetti, via hoofdpersoon Pietro, ook al in de Himalaya geweest. Daar leerde hij van een Nepalese drager dat hij ‘de tocht langs de acht bergen’ aan het maken was. Namelijk, legde hij uit, trek een cirkel om jouw lievelingsberg, ofwel het beginpunt van jouw zoektocht naar ‘meer’ en ‘hoger’, en verdeel de cirkel in acht vlakken, dan heb je acht bergen.

Ook de titel Zonder ooit de top te bereiken is ontleend aan de wijsheid van boeddhistische Tibetanen: je hoeft geen top te bereiken om gelukkig te zijn. Waar alpinisten vlaggen planten op de top, lopen boeddhisten er met respect omheen.

Cognetti (1978) vraagt zijn nieuwe vriend Nicola mee, in wie hij veel van zichzelf herkent, hij had hem Dolpo beschreven. De vriendschap moest immers onderhouden worden en er viel nog zo veel in elkaar te ontdekken. De andere reisgenoot is Remigio: een jongen uit het dorp in Valle d’Aosta, waar Cognetti de helft van het jaar woont, en die de streek nog nooit had verlaten. ‘Ik wist dat je in de bergen altijd alleen loopt, ook als je met iemand samen bent, maar ik was blij mijn eenzaamheid met deze reisgenoten te kunnen delen.’

Zij lopen natuurlijk niet met z’n drieën; de karavaan bestaat uit 47 lastdieren en mensen, vooral dragers. Maar er is nóg een denkbeeldige ‘vriend’ die meeloopt, en dat is de Amerikaanse schrijver Peter Matthiessen. Zijn beroemde De sneeuwluipaard (1978) lijkt Cognetti’s bijbel waaruit hij citeert en precies dezelfde paden volgt. Matthiessen had bovendien dezelfde belangstelling voor het zenboeddhisme.

Lees ook: ‘In de bergen kan ik alles op mijn manier doen’

Wanneer Cognetti als een westers mannetje berekent hoever ze al hebben gelopen, hoort hij zelfs Matthiessens stem: ‘Kies voor andere woorden. Kies voor een andere manier van denken.’ Daarna zet hij weer bedachtzaam de ene voet voor de andere zonder in kilometers te denken.

De beschrijving van de bergen, hun onderlinge samenhang en hun duizelingwekkende uitgestrektheid, is net als in De acht bergen vol overgave. Maar wat je mist in dit vervolg, zijn de overpeinzingen en gesprekken over wat het met je doet om veertig te worden, waar je dan over piekert. In een interview met Repubblica.tv vertelde Cognetti dat je op onverwachte momenten, zittend bij een bergstroompje tot glasheldere inzichten komt over jezelf, het leven, de mensen om je heen of over belangrijke beslissingen die je moet nemen. Die gedachten komen niet tot leven. De mannen vragen wel naar elkaars wensenlijstje voor de jaren die gaan komen. Nicola wil graag schilderen, veel kinderen om zich heen en een vrouw die goed in haar vel zit. En Paolo? Die wil alleen maar een ‘heleboel bergen’ om zich heen.

Waar blijven de mooie, diepere bekentenissen over vriendschap, of die ‘belangrijke beslissingen’ in je leven waarover Cognetti sprak? Maar als je wandelt, zo concludeert Cognetti, ben je alleen. De omstandigheden zijn zwaar – verbrande oogleden bedruppelt hij met water terwijl hij denkt: ‘Maak dat ik in staat ben te zien en maak dat ik de woorden vind om te vertellen wat ik gezien heb.’ ’s Avonds zijn zij te moe en duikt hij liever in zijn boek dan dat er mooie gesprekken ontstaan. En als er een opening is om gevoel toe te laten, dan kapt Paolo het gesprek af, ritst zijn slaapzak dicht en gaat slapen. Morgen wacht hen weer een zware klim.