Reportage

Hier, in Napoleon, Ohio, nam Trump de onmacht weg

‘Vergeten’ Amerikanen Plaatsen als Napoleon, Ohio staan sinds 2016 in de Amerikaanse psyche bekend als ‘fly-over country’ vol ‘vergeten’ volk. Mensen die, zo blijkt, lijfstraffen op scholen missen en het nieuws mijden. „Trump impeached? Huh?”

Gebed in de Eerste Baptistenkerk in Napoleon. De gelovigen zingen over „dat ruwe, oude kruis.”
Gebed in de Eerste Baptistenkerk in Napoleon. De gelovigen zingen over „dat ruwe, oude kruis.” Foto Maddie McGarvey

We lezen 1 Petrus 2 vers 9. In de woorden van de King James vertaling: „U bent het uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een eigenaardig volk.”

Zo’n vierhonderd mensen passen in de Eerste Baptistenkerk in Napoleon, Ohio. Deze zondag zitten er misschien veertig; veel oudere mensen, sommigen alleen in hun bank, enkele gezinnen met jonge kinderen, één Afrikaans-Amerikaanse vrouw. De gelovigen zingen over „dat ruwe, oude kruis” waaraan zij zich vastklampen totdat zij het op een dag misschien „verruilen voor een kroon”. Een grote, kale man met een ronde baard en een rood T-shirt gaat voor in het gezang.

Dan stapt pastor Jeff Wallen achter het altaar. Hij predikt over het woord ‘eigenaardig’, peculiar. Wat bedoelt Petrus daarmee? „Dit is de koele realiteit”, zegt Wallen. „Ik zeg dit niet uit hoogmoed, ik zeg het niet uit arrogantie, ik zeg het als een Bijbels feit.” Hij wipt op de bal van zijn voet, op het ritme van zijn zinnen. „Niet iedereen hoort bij de familie van God. Niet iedereen gaat naar de hemel. Niet iedereen zal gered worden.” In de kerk gaat een enkele hand omhoog. „Dank u, Heer”, roept iemand uit. Wallen veegt met zijn duim en wijsvinger langs de poten van zijn bril, alsof het een haarlok is. „Je kunt het overal in de Schrift lezen: er is een verschil tussen Gods volk en de rest van de mensen.”

Na de preek vraagt de pastor of iemand nog in het bijzonder dank wil zeggen. Een man met een gaasje voor zijn linkeroog dankt God voor de knappe dokter die hem heeft geopereerd. Een andere man vertelt dat zijn schoonfamilie last had van erfelijke aneurysma’s. Hij dankt God dat zijn zwager net is onderzocht en het niet blijkt te hebben. De reus in het rode T-shirt staat op en barst in huilen uit. Zoveel liefde geeft God hem en hij is die onwaardig.

Over de parkeerplaats waait een snerpend gefluit. Ik tuur in de boom waar het precies vandaan komt. „Cicaden”, zegt een man in het soort geblokte bloes met korte mouwen dat zeker de helft van de mannen in de kerk draagt. „Dallas Hodge”, zegt hij. „Mijn ouders hadden al zoveel zonen dat de gewone namen op waren toen ze mij kregen.” Hij houdt mijn hand vast en vraagt of ik Jezus in mijn hart heb. Het kerkelijk mededelingenbord aan de straat zegt: „In de grootte van zijn dwaasheid zal hij verdwalen.”

Hodge wijst naar de kentekenplaat van mijn auto. Washington DC. Hij schudt zijn hoofd en pakt opnieuw mijn hand vast. „In Washington leven de twee soorten mensen die we het meest haten”, zegt hij met zijn vriendelijke blik. „Politici en journalisten.”

Het platte land

Plaatsen als Napoleon, Ohio, kregen in 2016 ineens een andere betekenis in de Amerikaanse psyche. Vanaf dat moment heetten ze „fly-over country” en de inwoners „forgotten men and women”. Ze hielpen dat jaar Donald Trump aan een verrassende overwinning op Hillary Clinton.

Vorig jaar september besloot ik enkele weken in Napoleon te bivakkeren om te kijken wie deze ‘vergeten mensen’ zijn, zoals Trump ze blijft noemen. Ik wilde weten of zijn presidentschap hun had gebracht wat ze ervan hadden gehoopt, en hoe ze naar de presidentsverkiezingen van 3 november 2020 toeleven. Afgelopen week, een week voor de Democratische voorverkiezingen in Ohio, ging ik nog eens. Ik groette bekenden die in de supermarkt met enorme pakken wc-papier naar de kassa liepen. Er zijn nog maar drie gevallen van covid-19-besmetting in heel Ohio vastgesteld, maar maar hier was al geen hand sanitizer meer te krijgen.

Als ik in september Napoleon over Scott Street binnenrijd, is het eerste wat opvalt de reeks borden van de supermarkten en de fastfoodketens. Overal wordt om personeel gevraagd. „Voor de vers-afdeling, tweede en derde shift”, schrijft de Chief supermarkt. „Voor alle shifts”, schrijft DQ Grill & Chill. „$ 200 tekengeld”, schrijft Wendy’s. Dit is de economische groei waar Trump trots op is, de recordcijfers voor de werkgelegenheid. Aan de andere kant: het geboden uurloon bij Burger King is $9,75. Boven Ohio’s minimumloon van 8,55, maar onder het loon dat een volwassene moet verdienen om zichzelf te kunnen onderhouden, laat staan wat een ouder met een kind moet verdienen.

Napoleon, Ohio, telt ruim 8.200 inwoners.
Foto Maddie McGarvey
Fastfoodketens en supermarkten in Napoleon, Ohio, vragen alom om nieuw personeel.
Foto Maddie McGarvey
De pastor in kerk, Jeff Wallen, predikt: „Er is een verschil tussen Gods volk en de rest van de mensen.”
Foto Maddie McGarvey
Foto’s Maddie McGarvey

Onder de gouden M van McDonalds („personeel gevraagd voor het weekend en de nacht”) staat een wat onverzorgde jonge vrouw met haar hond te bedelen. „Geen geluk, alle beetjes helpen. Dog bless”, staat op het bord dat ze ophoudt. Ze heet Leia, zegt ze, en komt uit Chico, Californië. Ze heeft een grote toer door de VS gemaakt en al zulke mooie dingen gezien. Als ze geld nodig heeft, moet ze dan niet een paar dagen bij McDonalds aan de slag? „Pff, ik zit liever in de ellende dan dat ik daar ga werken.” Ze staat hier net een half uurtje, ze wil gewoon wat geld voor benzine en dan verder liften.

Dat is dus precies waar de mensen in Napoleon de pest aan hebben, hoor ik in de dagen en weken daarna. Het arbeidsethos is hier hoog – inwoners die Meyer, Rohrbach of Fruts heten zien de Duitse wortels van Napoleon als verklaring.

Plat land is het hier, landbouwgebied en uitzonderlijk wit. Henry County, waarvan Napoleon de hoofdplaats is, bestaat voor meer dan 95 procent uit witte inwoners. Zelfs de asfalteringswerkzaamheden op route 24 worden uitgevoerd door witte arbeiders. Dat zie je nooit in etnisch meer verscheiden gebieden elders in het land, daar zijn ze altijd zwart of bruin.

Decennialang zijn ze gezien – of liever: niet gezien – als nevenschade van de globalisering. De bevolking van Napoleon liep sinds 2000 terug van ruim 9.300 naar ruim 8.200 inwoners. Fabriek en bedrijven in deze omgeving sloten de deuren of bezuinigden op personeel. In 2006: Plastech, auto-onderdelen, 200 banen weg. In 2016: General Motors sluit een gieterij in het nabijgelegen Defiance, 150 banen weg. Aan Washington Street, ooit een fiere winkelstraat met goeie stoepen en bijna Europees aandoende panden met grote winkelruiten, zijn nu enkele etalages leeg of in beslag genomen door ideële organisaties.

Anders

In 2016 versloeg Donald Trump in Henry County Hillary Clinton met 66,8 tegen krap 27 procent. Noem Henry County dus geen Trumpland, een derde van de inwoners steunt hem niet en de Republikeinen stemden al overwegend conservatief toen de zakenman zijn eerste miljoen nog van zijn vader cadeau moest krijgen. In 2016 kozen de meeste Republikeinse kiezers in Henry County niet voor Trump maar voor John Kasich. Dallas Hodge en zijn vrouw Vernie, inmiddels Trump geheel toegewijd, stemden op hersenchirurg Ben Carson.

Sinds de overwinning van Trump gaat het in de VS altijd over de verdeeldheid in het land. Dan wordt gewezen op de kloof tussen de rijke kusten en het arme binnenland, de kloof tussen stad en platteland, tussen hoog- en lager opgeleid, tussen groei en krimp, tussen monochroom wit en etnisch divers, tussen gelovig en seculier. De huilende reus uit de kerk, Mike Armstrong, vertelt dat een vrouw uit Napoleon voor haar werk naar Californië was verhuisd, een paar jaar geleden. Onlangs ging ze met pensioen en keerde ze terug naar Ohio. „Ze heeft er nooit kunnen wennen”, zegt Armstrong. „De mensen spreken daar anders, doen daar anders, denken anders, zijn anders.” Hoe, anders? „Ze zijn hartstikke links. Ze hebben nergens respect voor, vertelde ze. Sommige mensen poepen gewoon op straat.”

Lees ook de recensie van het boek ‘Hoe Donald Trump Amerika op de proef stelt’

Aangejaagd door sociale media zien de meeste mensen die ik hier spreek de kloof in de eerste plaats als een verschil in waarden en cultuur. Daarbij vertegenwoordigen zij in hun eigen ogen een ouder, eerbiedwaardiger Amerika dan de liberals die aan de kust en in de steden leven, en die hun moderne ideeën opdringen aan de rest van de natie.

Andrew Rohrbach leunt achterover in de stoel van kapper Jim Fruts. Onder zijn voeten liggen nog de haren van de vorige opgeschoren klant. Fruts staat deze dag alleen in kapsalon Legends aan de overkant van de Maumee-rivier. Jong als hij is, 25, geeft Rohrbach toch al dagelijks leiding aan een reinigingsbedrijf voor industriële koelsystemen. „Het is begonnen toen de liberals lijfstraffen op school verboden”, zegt Rohrbach. „Ik heb nog meegemaakt dat een leraar je een loei voor je hoofd gaf”, zegt zestiger Fruts. „Nou dan wist je wel dat je moest ophouden met je geklier.” Het uitbannen van geweld en gevaar uit de samenleving is tegennatuurlijk, vinden ze allebei. „Jongens moeten hun energie kwijt, die moeten stoeien, die moeten naar het bos, in een boom klimmen en desnoods een arm breken”, zegt Fruts. Zelfde geldt voor wapens, zegt Rohrbach. Als we elkaar later nog eens treffen, zal hij al trekkend aan een grote sigaar uitleggen dat de Jodenvernietiging is mogelijk gemaakt doordat Hitler de Duitse wapenwetten aanscherpte. „Anders hadden ze zich kunnen verdedigen.” Ik had dit eerder van iemand gehoord in Virginia, toen dacht ik nog dat diegene het zelf had bedacht, maar de theorie blijkt op internet gretig te worden verspreid.

De riem

In een Amerikaanse diner vraag ik aan Mike Armstrong of hij ook het gevoel heeft dat de maatschappij verandert, en wel ten nadele. „Daar maak ik me dagelijks zorgen over”, zegt hij. Volgens hem is het een jaar of twintig geleden begonnen. „Toen hebben ze ons het gebed in de klas afgepakt, de pledge of allegiance. Daar komt de strofe ‘one nation under God’ in voor. Mocht niet van de liberals: scheiding tussen kerk en staat.” Daarna werden lijfstraffen op school verboden. „Dat heeft geleid tot meer geweld op school, de schietpartijen op scholen die in de jaren negentig opkwamen. Er is geen respect meer voor leerkrachten. Leerlingen spreken ze aan bij de voornaam.”

In de kerk is bijna iedereen wit, zoals 95 procent wit is in Henry County, waar Napoleon de hoofdplaats van is.Foto Maddie McGarvey

Armstrong is opgegroeid in een predikantengezin. Zijn vader zwierf van staat naar staat en van kerkgenootschap naar kerkgenootschap. Hij predikte bij de methodisten, bij de nazarenen en uiteindelijk bij de baptisten. „Mijn vader sloeg mij regelmatig”, zegt Armstrong. „Met de riem, met een lat, met een plank, met zijn handen. De riem was zijn lievelingsgereedschap.” Was kleine Mike zo lastig? „Ik was echt een predikantenzoon, opstandig.” Hij heeft het zijn vader nooit kwalijk genomen. „Hij had het weer van zíjn vader overgenomen. Die sloeg omdat hij wílde slaan. Mijn vader sloeg om mij te disciplineren.” En wat doet Mike Armstrong met zijn eigen kinderen? „Ik zal ze nooit met de riem slaan. Soms met de hand. Ik trek wel eens aan een oor. Daarna kom ik bij ze zitten om uit te leggen waarom ik dat heb gedaan.” Is dat een verslechtering of een verbetering, vraag ik. Hij neemt een wafelfrietje en zegt: „Ik heb lieve, lieve kinderen.”

In januari 2016 zei Trump op een verkiezingsbijeenkomst dat „het christendom aan de macht” zou zijn als hij werd gekozen. „Jullie hebben dan iemand die je heel goed vertegenwoordigt.” Het is moeilijk te onderschatten wat een krachtige boodschap dat was. Hij sprak een van de machtigste electorale blokken in de VS aan – in 2016 zou een kwart van alle kiezers zichzelf kenschetsen als evangelical – en vertelde precies wat ze wilden horen: jullie voelen je machteloos, maar ik zal je macht geven.

Als ik moest zeggen wat de conservatieven in Napoleon het meest dwars zit, dan denk ik: het schijnbare plezier waarmee de culturele elite hun land onherkenbaar verandert. Alsof ze genieten van de vernedering van Amerikanen die zichzelf patriotten noemen. Die zien dat in de politiek en in de media.

In Napoleon lezen veel mensen geen kranten meer, ze kijken niet meer naar de doorsnee tv-zenders. In de laatste week van september werd het impeachment-onderzoek tegen president Trump aangekondigd. De volgende dag vroeg ik mensen bij de Chief wat ze daarvan vonden. „Huh?” Ik vond één echtpaar dat erover had gehoord.

Grote Mike Armstrong zegt dat hij zijn nieuws vooral van Facebook haalt. Dallas Hodge kijkt naar de christelijke zender CBN. Maar ook mensen buiten de baptistenkerk, progressieve Napoleon’ers hebben de traditionele media afgezworen. Vader en zoon John en Jim Jacobs, biologische boeren, noemen tv een „kermis”. Judy Korak van het bric-à-brac winkeltje Just Stuff – „geen Trump-fan, ik ben een geregistreerde Democraat” – heeft haar favoriete programma Good Morning America van NBC op zeker moment voorgoed uitgezet. „Elke dag had Trump wel iets verkeerd gedaan volgens het panel daar. En elke dag weer iets anders. Ik werd er somber van.”

En het klopt. Als je naar tv kijkt, worden daar meestal clipjes van Trump getoond, en vervolgens wordt hij of domweg uitgelachen (bij The Daily Show of The Late Show with Stephen Colbert) of helemaal weg geanalyseerd (bij CNN of ABC News). Het versterkt het idee dat alles wat mensen hier belangrijk vinden – patriottisme, geloof, gehoorzaamheid – door invloedrijke personen en bedrijven elders in het land expres onbelangrijk wordt gevonden.

Ik vertrouw hem

De acht jaar dat Obama president was, hebben het gevoel van onmacht bij mensen in Napoleon vergroot, het gevoel dat hun land onder hun kont werd afgebroken en uitverkocht. Bij sommige mensen. De biologische boeren Jacobs vonden Obama een verstandige president, die de puinhopen van George W. Bush met zorg heeft opgeruimd. Joel Mazur, Napoleons city manager, zoveel als burgemeester, werd geïnspireerd door Obama’s strijd voor een beter milieu. Hij legde een zonnepanelenveld aan en sloot allianties met gemeenten in de omgeving om gezamenlijk een stroombedrijf op te zetten en zo onafhankelijk te zijn van monopolist American Electric Power.

Conservatieve Amerikanen hebben een hekel aan Barack Obama die nog verrassend vers is na drie jaar Trump. Ik vraag Dallas Hodge of hij het niet vervelend vindt dat Trump zo vaak liegt. Ja, maar toch, zegt hij, God heeft hem daar aangesteld. „Hij is onze president. Ik vertrouw hem.” En Obama dan? Was die ook door God aangesteld? „Ja, maar hem vertrouwde ik niet.”

Op een doordeweekse dag loop ik de kerk binnen, waar pastor Jeff Wallen zit te werken. Hij vertelt dat hij niet van hier is, maar uit West-Virginia komt, uit de bergen. En hoeveel moeite het een buitenstaander kost om in de hechte gemeenschap van Napoleon te worden geaccepteerd, maar dat hij het gevoel heeft dat het hem nu, een jaar na zijn beroeping, is gelukt.

Ik vraag hem hoe hij kijkt naar de worsteling tussen de progressieve en conservatieve krachten in het land. „Het is duidelijk dat de progressieve krachten de overhand hebben”, zegt hij. Abortus, homohuwelijk, zaken die niet te verenigen zijn met het christelijk geloof, worden aan de christenen in het land opgedrongen. Daarom steunt hij Trump onvoorwaardelijk. Niet dat hij een perfect mens is – „verre van” – niet dat hij de nieuwe messias is. Wel omdat Trump honderdvijftig rechters in het land heeft benoemd die tegen abortus zijn. Omdat hij twee ‘pro life’-rechters heeft benoemd aan het hoogste gerechtshof. „Moet je nagaan als Hillary Clinton president was geweest, dan was dat nooit gebeurd.”

Economisch en politiek is hij het vaak niet eens met Trump, hij zadelt de VS op met hoge schulden. „Maar spiritueel geeft Trump dit land precies wat het nodig heeft.” Hij grinnikt even. „Donald Trump, spiritueel. God kiest wonderlijke instrumenten uit om zijn plan te volbrengen.”

Hij weet in zijn hart, zegt hij, dat het waarschijnlijk maar een tijdelijke oprisping van het ‘echte’ Amerika is, deze Trump-jaren. De backlash, zoals hij het noemt, zal onvermijdelijk voortgaan. „De jonge generatie is zo ontzettend verwend. Geen wonder dat de democratische presidentskandidaat Bernie Sanders onder hen zo populair is. Al die plannen voor gratis collegegeld en gratis ziekenzorg.”

Wallen bekijkt het in Bijbelse termen: op weg naar de eindtijd en de wederkomst van Christus die de reborn Christians komt halen op de Dag des Oordeels. „Als ik de profeten in de Bijbel lees, zie ik eigenlijk niets meer dat die wederkomst in de weg staat. Behalve de zeven jaar dat de Duivel eerst op aarde moet regeren.” Hij kriebelt even aan zijn oog. „Ik denk dat ik het in mijn leven nog ga meemaken, dat koninkrijk van Christus. En ik denk dat we dat dan aan Trump te danken hebben.”

Papieren en plastic rietjes

We drinken koffie en thee in Country Gourmet Coffee aan Washington Street, een broeinest van heel verschillende mensen. Soms zitten er vrouwen achter laptops fondsen te werven voor een kankerstichting. Soms pennen meisjes er ijverig hun huiswerk in grote multomappen. De eerste keer dat ik een loslopende Amerikaan met pistool zag, was toen hier een rossige jongen zich over de vitrine met de modelhuisjes boog, waarbij zijn holster met een schildje van de confederate flag even bloot kwam te liggen.

Op de toonbank staan papieren én plastic rietjes in aparte bakjes. Eronder hangt een bordje: „Wij zijn een onafhankelijke coffeeshop, wij spreken geen Starbucks. Bestel gewoon een kleine, een middelgrote of een grote beker.” Hier wordt goeie koffie gezet en vers brood gesmeerd.

Dallas en Vernie Hodge zitten aan tafel. Hij heeft zijn rug verrekt bij het sneeuwruimen. Als hij hoort dat Wallen denkt dat Trump de Schrift vervult, is hij het er meteen mee eens. „De profeet Jeremia schrijft dat de Joden na hun ballingschap in Babylon teruggaan en Jeruzalem zullen herbouwen als de hoofdstad van hun land. En wat heeft Trump gedaan? Hij heeft de ambassade verplaatst naar Jeruzalem en de stad erkend als hoofdstad. Dat is duizenden jaren geleden voorspeld en nu gebeurt het.”

Dallas Hodge en zijn vrouw. Foto Maddie McGarvey

Ik vraag hen of zij zich zorgen maken over hun land. Nee, zeggen ze beslist. Het is allemaal in Gods hand.

Nou, zegt Dallas Hodge dan. Hij maakt zich wel zorgen over al die vreemdelingen die binnenkomen. Mensen die geen Engels, maar Spaans spreken. Vrouwen met hoofddoekjes die in het parlement zitten en wetten maken voor Amerikanen. „Zij willen het land veranderen. En niet op basis van de Bijbel.” Is het land niet ook gegrondvest op het idee van de Amerikaanse Revolutie, dat wie hier woont, mag meebeslissen over hoe de maatschappij wordt ingericht? Natuurlijk, zegt Hodge. „Maar zij zijn van een andere cultuur. En zij proberen mij op te leggen hoe ik in mijn land moet leven. We zien overal de moraal achteruit gaan. Weet je dat er al christelijke missionarissen naar de VS worden gestuurd? Zo onchristelijk is dit land geworden.”

En omgekeerd, vraag ik. Probeert hij niet vanuit zijn waarden te bepalen hoe andere mensen moeten leven? Hij kijkt naar zijn vrouw. Ja, zegt hij, dat doen we.