Opinie

Experts met meningen en experts met feiten

Op Twitter heb ik de woorden ‘coronavirus’ en ‘Covid-19’ geblokkeerd. Ik zie vrijwel geen berichten over de coronavirusepidemie meer. Ik blijf graag op de hoogte, maar Twitter was daarvoor niet langer het juiste medium. De grens tussen kennis en opinie was vervaagd. Ik kon niet meer beoordelen aan welke informatie ik wel waarde kon hechten en aan welke niet. De ene wetenschapper zegt dat het aantal besmettingen exponentieel stijgt, de ander zegt van niet. De een vindt dat de overheidsmaatregelen veel te ver gaan, de ander niet ver genoeg. Allemaal experts, maar niet op dit gebied.

In mijn onderwijs over kritisch denken ging het vorige week over experts en expertise. „Wie is volgens jullie expert op het gebied van de coronavirusepidemie?”, vroeg ik de studenten van de bacheloropleiding gezondheidswetenschappen. „De epidemioloog?”, aarzelde de eerste. De les kon niet beter beginnen. „Ik ben een epidemioloog,” antwoordde ik, „maar ik weet vrijwel niets van epidemieën.”

Expertise is subjectief

Een expert is iemand met uitgebreide kennis en ervaring op een bepaald onderwerp of gebied. Iemand die door anderen wordt erkend om zijn of haar deskundigheid. Een autoriteit. Moet iemand professor of doctor zijn? Hoeveel jaar ervaring moet iemand hebben? Dat valt niet te zeggen. Er bestaan geen criteria wie op een bepaald onderwerp of gebied expert is. De beoordeling van expertise is subjectief en relatief. Iemand is expert vooral wanneer anderen dat vinden.

Expertise kent grenzen. Een expert is gespecialiseerd in een beperkt onderwerp, vaak op het grensvlak van meerdere disciplines. Dat maakt dat een expert goed geïnformeerd is over een scala aan onderwerpen. Mijn specialisatie is op het gebied van de voorspellende dna-testen voor complexe ziekten, zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Ik heb daarvoor verstand van voorspellen, dna, testen en de risicofactoren voor complexe ziekten, maar dat betekent niet dat mijn expertise al die onderwerpen helemaal bestrijkt. Over die onderwerpen weet ik wellicht meer dan de gemiddelde burger, maar daar gaat mijn kennis over in sterke vermoedens. Ik kan veronderstellen dat mijn vermoedens kloppen, maar dan ben ik over de grenzen van mijn expertise. Iemand is expert op een bepaald onderwerp, maar niet daarbuiten.

Wat experts vertellen valt dus in twee categorieën: onderwerpen waar ze verstand van hebben en onderwerpen waar ze geen verstand van hebben. Het is cruciaal om die twee uit elkaar te houden. Als experts praten over onderwerpen waarvan ze verstand hebben, dan praten ze op basis van kennis en kunde. Ze nemen de relevante feiten en onderzoeksresultaten onder de loep, onderwerpen die aan een kritische evaluatie, en komen daarop tot een uitspraak. Ze kunnen uitleggen wat die feiten en resultaten zijn, waarom ze belangrijk zijn, en hoe ze leiden tot die conclusie.

Gebrekkige kennis

Als experts praten over onderwerpen waar ze geen verstand van hebben zijn zij gewoon, net als iedereen, mensen met een mening, met intenties en interesses, maar ook met vooroordelen, gebrekkige kennis en haperende introspectie. Mensen die iets vertellen wat ze ergens gehoord hebben. Zeg maar: gewone mensen zoals u en ik.

Op sociale media is het lang niet altijd even helder of een expert feiten of een mening de wereld in stuurt. Een tweet met een foto van de hond laat geen twijfel, maar serieuze berichten wekken al gauw de suggestie dat daaraan een gedegen afweging vooraf ging. Wetenschappers worden op sociale media immers gevolgd vanwege hun expertise. Maar hoe moeten volgers weten achter welke berichten deskundigheid schuilgaat? Hoe moeten zij weten, bijvoorbeeld, dat ‘geen handen meer schudden’ een expertadvies is als het RIVM dat tweet, maar niet als ik dat deel, als epidemioloog?

Mijn timing was misplaatst

Nog verwarrender is het als wetenschappers zonder relevante expertise over expertadviezen gaan discussiëren. Ik maakte mij daaraan deze week zelf schuldig. Een collega schreef dat er voldoende aanleiding was om bijeenkomsten te cancelen, waarop ik vroeg wat er bekend is over de effectiviteit van zelfisolatie. Wellicht een legitieme vraag, maar de timing was misplaatst. Het RIVM, de ministeries en andere autoriteiten weten dat zij verstrekkende maatregelen moeten nemen over onduidelijke toekomstscenario’s die gebaseerd zijn op onbetrouwbare en schaarse data. Zij weten dat de effectiviteit van de maatregelen niet 100 procent vaststaat, maar kunnen het zich niet permitteren om eerst onderzoek af te wachten. Moest ik echt die vraag stellen?

Expertise kent grenzen. Wanneer wetenschappers uitspraken doen op het gebied van mijn expertise, zie ik direct wie het begrijpt, wie slecht geïnformeerd is maar het zou kunnen begrijpen, en wie de plank flink misslaat. Ze geven daarmee een indruk over de kwaliteit en stevigheid van hun werk. Dat maakt uitlatingen over onderwerpen waar je geen verstand van hebt niet alleen zinloos, maar ze trekken – wellicht onterecht – je expertise in twijfel.

Cecile Janssens is hoogleraar translationele epidemiologie aan Emory University in Atlanta.