Foto Jean Goldsmith

Interview

Esther Perel: ‘Patronen in privérelaties spelen ook op de werkvloer’

Esther Perel Relatiepsycholoog Esther Perel, beroemd van podcasts en TED-talks over liefdesrelaties, richt zich nu ook op relaties op de werkvloer. „Start-ups mislukken vaak doordat de oprichters botsen. Daar kon ik iets mee.”

‘Is ons werk ons een betekenisvol leven verschuldigd?” Het is halverwege het gesprek in het Amsterdamse Ambassade Hotel als Esther Perel opmerkt dat mensen tegenwoordig hoge verwachtingen hebben van hun banen, zeker in de westerse wereld. „We willen niet alleen een salaris, maar ook zingeving, persoonlijke ontwikkeling, een levensdoel.”

Het verbaast Perel niets. De 61-jarige Belgische relatietherapeut merkt al jaren in haar praktijk in New York dat mensen net zulke uitgebreide verlanglijsten loslaten op hun liefdesrelaties. „Onze partner moet ons niet alleen liefde en aandacht geven, maar ook onze interesses delen, intellectuele uitdaging bieden, een beste vriend of vriendin zijn. En, oh ja, ook nog spannende seks graag.”

Dat enorme eisenpakket is een van de vele overlappende patronen die Perel ziet tussen werk en liefde. Perel, die opgroeide in Antwerpen en studeerde in Jeruzalem en Boston, bereikte een internationaal miljoenenpubliek met haar boeken en TED-talks over monogamie en affaires. Nu verbreedt ze haar blik van de slaapkamer naar het kantoor. Eind april geeft ze drie lezingen in Amsterdam en Rotterdam, twee over liefde en eentje over ‘relationele intelligentie op het werk’.

„Het onderwerp werk kwam naar mij toe, niet andersom”, vertelt Perel tijdens een kort bezoek aan Nederland. Eenmaal beroemd, na decennia als anonieme therapeut, werd ze ook door mensen uit het bedrijfsleven om hulp gevraagd. „Meer dan de helft van de start-ups mislukt omdat de oprichters met elkaar botsen. Daar kon ik iets mee. Het faciliteren van moeilijke gesprekken tussen collega’s is niet heel anders dan het geven van relatietherapie aan stellen.”

Als Perel de oprichters eenmaal met elkaar had herenigd, vroegen ze haar vervolgens vaak advies te geven over emoties en conflicten in de rest van de organisatie. „Ik bemerk in het bedrijfsleven een groeiende aandacht voor gevoelens. Opeens worden woorden als vertrouwen en veiligheid in dezelfde zin genoemd als omzet en nettowinst.”

Hoe verklaart u dat?

„Mensen beginnen in te zien dat de patronen die we telkens herhalen in onze relaties, niet plotsklaps verdwijnen zodra we ons werk binnenlopen. Als je mij vertelt hoe je bent opgevoed, kan ik redelijk goed voorspellen welke problemen jij ervaart in je werk.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Een vraag die ik mensen vaak stel, is of ze zijn opgevoed tot zelfstandigheid of tot samenwerking. Dat bepaalt bijvoorbeeld hoe gemakkelijk ze het vinden om hulp te vragen in hun werk en of ze open staan voor feedback.”

Vallen dat soort patronen te veranderen?

„Voor een deel wel. De eerste stap is om bewust te worden van je blauwdruk, en hoe die doorwerkt in je relaties. Of dat nou is met je liefdespartner, je familie of je collega’s. Daarna kun je kijken wat je kunt en wilt veranderen.”

Als systeemtherapeut kijkt u ook naar de grotere context waarin wij als individuen leven. Hoe beïnvloedt ‘het systeem’ onze patronen?

„Hoe kinderen worden opgevoed wordt bepaald door de behoeften van volwassenen. Dat zijn hun ouders, maar ook het economische systeem. In een agrarische samenleving vraag je niet aan een kind van twee welke kleren hij of zij die dag aan wil. Je maakt ze gehoorzaam, zodat ze zonder klagen het land bewerken.

„In de moderne diensteneconomie, waar beide ouders vaak werken, wordt kinderen juist geleerd om zich wel te uiten. Ze gaan van school naar opvang naar sportclub. Ouders investeren in hun emotionele ontwikkeling zodat ze zich overal staande weten te houden.”

Hoe vertaalt zich dat naar de werkvloer?

„De aandacht die babyboomers zoals ik en mijn man hebben gegeven aan de gevoelens en de persoonlijke ontwikkeling van onze kinderen zie je terug in een generatie jonge werknemers die dat ook verwachten van de organisaties waarvoor ze werken. Dat zie je bij millennials en ook bij hun opvolgers, generatie Z, van wie de eersten nu beginnen te werken.”

Worden hun behoeften vervuld?

„Bedrijven worstelen daarmee. Moeten managers sturen op resultaten, of zijn ze een ‘personal coach’ voor de mensen in hun team? Wat mensen vroeger vonden in de kerk, zoeken ze nu in hun carrière. Dat is veel gevraagd.”

Zijn onze verwachtingen te hoog?

„Je ziet tegenwoordig dat voor veel mensen hun baan het middelpunt van hun leven is. Vroeger trouwde je jong en ging je om vijf uur naar huis voor je gezin. Nu geven mensen eerst minstens tien jaar van hun leven aan hun carrière. Vooral de jongere generaties stellen hoge eisen aan hun werk. Maar ze geven ook veel.”

U spreekt van een identiteitseconomie.

„Inderdaad. Vroeger hoefden we ons niet af te vragen ‘Wie ben ik?’, dat lag al vast bij onze geboorte op basis van klasse en geloof. Nu dat is weggevallen, wordt alles een identiteitsproject. Onze liefdesrelaties, ons werk.”

Geldt dat ook voor u?

„De maatschappij die ons allen omringt, beïnvloedt mij natuurlijk net zo goed. Mijn werk geeft me voldoening. En ik vraag mijzelf met regelmaat welke rol ik wil innemen als therapeut. Wat draag ik bij? Hoe doe ik dat het beste?”

En wat is uw antwoord, op dit moment?

„Al een tijd geleden realiseerde ik me dat ik een groter publiek wilde bereiken dan de geprivilegieerde ruimte van mijn praktijk. Wat wij therapeuten doen, hoort thuis in de publieke ruimte, la place publique. Anders bereiken we te weinig mensen met kennis en vaardigheden die velen nodig hebben.

„Bovendien, als ik ’s ochtends wakker werd, het idee om weer een hele dag opgesloten te zitten in mijn gesprekskamer…”

Hoe voelde dat?

„Ik verlangde naar vrijheid. Creativiteit. Samenwerking. Ik houd van het geven van therapie. Maar het blijft in essentie een eenzaam beroep, ook al doceerde ik daarnaast aan de universiteit en overlegde ik met collega’s.

„Het zoeken van een publieke rol, met mijn boeken en mijn lezingen, was voor mij dan ook geen professioneel doel. Het was een existentieel doel.”

U en een paar collega’s zijn uitgegroeid tot ‘sterpsychologen’. Voorheen klopten we aan bij de dominee, priester, de rabbijn. Wat zegt dat over deze tijd?

„We leven al lange tijd in een seculiere wereld. Geestelijken zijn vervangen door therapeuten. We denken niet meer in zonden, maar in ziektebeelden. Mijn beroep bevindt zich daardoor in het centrum van het sociale leven van vandaag de dag. Dat wil zeggen, in het westen.”

Lees ook: Psychiaters zijn nu supersterren, wat zegt dat over deze tijd?

Uw Vlaamse collega Damiaan Denys zoekt het podium met de boodschap dat we weerbarstiger moeten zijn, niet bij ieder wissewasje moeten uithuilen bij de psycholoog.

„Ik zie dat anders. Vroeger werden alle grote levenskeuzes voor jou gemaakt. Wat je moest geloven, met wie je moest trouwen, wat voor werk je ging doen. Nu moeten we al die grote beslissingen zelf nemen. We hebben veel vrijheid, maar ook veel eigen verantwoordelijkheid. Dat weegt op mensen.

„Neem liefdesrelaties. Vroeger was het geen optie om je partner te verlaten. Klopte je aan bij de priester, dan wist je wat hij zou zeggen. Nu hebben we de vrijheid om te vertrekken. Maar dat brengt ook veel vragen mee om te ontwarren. Is het gerechtvaardigd dat je weg wilt? Wat zoek je elders? Wat ben je je partner verschuldigd? Eventuele kinderen? Wat ben je jezelf verschuldigd?”

Hoe gaat het met uw missie als seks-expert serieus te worden genomen in het bedrijfsleven?

„Goed. Als je in één maand wordt geïnterviewd door de Financial Times, The Wall Street Journal en The Economist, dan lijkt het te werken. Voorheen werd je als cheap gezien als je over seks praatte, zeker in de Verenigde Staten. Dat stigma lijkt af te nemen.”

Wat zegt dat u over de samenleving?

„Ik heb met mijn boeken en lezingen willen laten zien dat je op een intellectuele manier naar seksualiteit kunt kijken. Het draait niet alleen om de daad. Het staat voor veel meer dan dat. Blijkbaar begint dat idee post te vatten.

„Achteraf verbaast het me dat ik dat inzicht zelf niet eerder had. Ik werkte al twintig jaar als psycholoog, voornamelijk met migranten die nieuw waren in de VS. Ik analyseerde hoe relaties veranderen na grote culturele veranderingen. Op een dag voegde ik seksualiteit toe aan de analyse. Toen viel het kwartje.”

Want?

„Seksualiteit is een belangrijke lens om een samenleving door te bekijken. De progressie en de regressie van een systeem wordt uitvergroot. Komt een conservatief regime aan de macht, dan krijgen de vrouwen een sluier. Een progressief regime en de sluier gaat weer af.”

Hoe ziet u MeToo in dat licht?

„Het is bemoedigend dat de slachtoffers eindelijk naar buiten durven te komen met hun verhalen. Je ziet nu dat het gesprek over seksueel misbruik ook het gesprek over gezonde verhoudingen makkelijker maakt. Opeens gaat het over zaken als zorgzaamheid, respect, vertrouwen, integriteit. Onderwerpen die al langer langskomen in mijn praktijkkamer, hoor ik nu terug op de werkvloer.”

U geeft nog altijd relatietherapie. Waarom?

„Twee dagen per week ja. Dat is superbelangrijk voor me. Ik wil geen schilder worden die alleen maar praat over schilderen en zelf niet meer schildert. Bovendien, het houdt me nederig.”

Hoezo?

„Omdat het helemaal niet om mij draait. Het is een gezonde afwisseling met mijn publieke optredens.”

Maar uw cliënten weten toch dat u Esther Perel bent?

„Zodra ze mijn kantoor binnenstappen vergeten ze dat. Dan dwalen we samen door de loopgraven van hun relatie. Ik probeer eens dit, dan eens dat, om te kijken wat de dynamiek in beweging kan brengen. Het zijn langzame, onvoorspelbare processen. Geloof me, mijn cliënten klappen niet voor me aan het eind van een sessie.”