Reportage

Door moet het weer, tijdens het koninklijk bezoek aan Sumatra

Het tempo van het staatsbezoek van drie dagen aan Indonesië is hoog. Een Javaanse dans van een half uur, en met speedboten naar een ecodorp.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bezoeken het dorp Siambat Dalam op de laatste dag van het staatsbezoek aan Indonesië.
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bezoeken het dorp Siambat Dalam op de laatste dag van het staatsbezoek aan Indonesië. Foto Frank van Beek / ANP

Ramlas Simanjuntak laat zijn huis op palen zien. Onder is plek voor de buffels, die nu in het rijstveld staan. Uit een gat in de houten muur piepen de kopjes van drie puppy’s, zijn zoon houdt de teef vast. Een houten laddertje op, en daar woont en slaapt de familie onder het gewelfde dak in één ruimte.

Dit heeft Simanjuntak net aan koning Willem-Alexander laten zien. Die klom één tree omhoog en zag ook het kleurige kleed dat midden in de kamer lag. Maar de koning moest door. De dorpsoudsten van Siambat Dalam zaten nog te wachten, de jongeren van dit Batak-dorp hadden net verteld hoe hier het nieuwe toerisme van Indonesië moet ontstaan. Dat je zelf in zo’n houten huis moet kunnen logeren, vlakbij het vulkanische Tobameer.

De Nederlandse en Indonesische pers dringen rond twee vrouwen die tussen de acht huizen van het dorp op een binnenplaats dekens weven, de dorpelingen zien het vanuit hun ramen en laddertjes met een mengeling van trots en verbazing aan. Willem-Alexander en koningin Máxima hebben samen een grote deken als welkomstcadeau omgehangen gekregen. Door moet het weer, over slingerwegen naar het volgende programmaonderdeel, een presentatie op een technische universiteit. En daarna met speedboten naar een ecodorp.

Dat is het tempo van een staatsbezoek van drie dagen in Indonesië. Een vierde dag in Kalimantan is geschrapt uit piëteit nadat zeven lokale gidsen bij het voorbereiden van het bezoek van de Nederlandse koning bij een bootongeluk om het leven zijn gekomen.

Beatrix bleef elf dagen

De grootmoeder van de koning, Juliana, was in 1971 nog tien dagen op bezoek in Indonesië, zijn moeder Beatrix bleef er elf. Willem-Alexander houdt al zijn staatsbezoeken kort, wat beter bij de huidige tijd zou passen. Ook als het bezoek gaat naar een land van meer dan 16.000 eilanden – waarvan er drie worden bezocht - en 270 miljoen inwoners.

Lees ook: En dan decennia later maakt ook het staatshoofd excuses voor excessief geweld in Indonesië

Dus waar koningin Juliana nog tweeënhalf uur naast de sultan van Yogyakarta zat om zijn leger te aanschouwen, kijkt de volgende generatie naar een dans van een half uur, die speerwerpende soldaten symboliseert. Een traditionele dans, maar ook dit koningshuis is gemoderniseerd. Naast sultan Hamengku Buwono X staan zijn vijf dochters. Hij heeft de wet laten veranderen zodat de oudste nu zijn troonopvolger is.

Die combinatie van traditie met een moderne twist is elders op Java ook te zien. Willem-Alexander en Máxima bezoeken een kampong, een wijk, vlakbij het Waterpaleis. De komst van internet heeft deze arme wijk veranderd, vertelt Dewi Margening. In het winkeltje waar haar schoonmoeder en diens moeder ooit batikhemden verkochten, verkopen zij en haar man Hery Hermawan nu hippe T-shirts met opdrukken van mythologische figuren.

„Hij ontwerpt”, zegt ze met een knik naar haar man, die verlegen in de deuropening staat. „Ik doe de marketing.” Ze begonnen online hun shirts te verkopen, via sociale media. Ze heeft daarvoor geen opleiding gevolgd. „Ik kijk naar influencers. Zo krijg ik gratis tips.” In wat ooit de woonkamer was staan nu dozen vol, op weg naar Duitsland, Frankrijk, Singapore.

Meer dan Multatuli en Bali

Dat is wat Indonesië als gastland graag wil laten zien, dat het meer is dan Multatuli en Heren van de Thee. Dat er meer is dan vakantiebestemming Bali. Zoals Nederland bij een inkomend staatsbezoek altijd liever de Deltawerken wil laten zien dan Kinderdijk en klompen. Waar Juliana nog de rijstvelden bezocht en Beatrix de havens en rubberplantages, zal Máxima tijdens een gesprek met de pers verwijzen naar de vele unicorns in Indonesië, techbedrijven die meer dan een miljard aan waarde vertegenwoordigen.

Tijd voor de – ongeplande – thee die de burgemeester van Yogyakarta heeft gezet, is er dus niet bij het bezoek aan de kampong. En ziet het koningspaar daar wel de cartoon die er van hen is gemaakt? De muurschildering die niet erg lijkt? Het rijstdienblad dat de 21 kinderen van de Nederlandse school hebben beschilderd, wel.

Een wolkbreuk is niet het enige dat het tempo op Java bepaalt. In de Gadjah Mada Universiteit wachten presentaties. Nederlandse en Indonesische hoogleraren werken hier samen, onder meer op het gebied van de rechtspraak. De twee landen hebben hetzelfde juridische DNA, wordt het koningspaar verteld. En een hoogleraar biodiversiteit toont Máxima een orchidee die naar haar is vernoemd.

Digitale weefmachine

Door, naar de hal van de universiteit. Daar bekijkt de koningin een stand over digitalisering van museumcollecties en een digitale weefmachine. De koning hoort over een methode landverschuivingen te voorspellen. En over waterbeheer: veel Indonesische dorpen hebben vervuild drinkwater. Maar van regenwater kan schoon water worden gemaakt.

Voormalig watermanager Willem-Alexander wil allerlei dingen weten over mineralen in het water, en voor hoeveel dorpen het tentoongestelde systeem kan werken. De tijd dringt alleen. Op naar het negende-eeuwse Prambanan-tempelcomplex. De regen zorgt ervoor dat de wandeling naar boven wordt overgeslagen. Zou Máxima anders net als Claus in 1995 foto’s hebben genomen voor het familiealbum? Nu is er alleen een officieel fotomoment met de Nederlandse pers met het tempelcomplex op de achtergrond. Een minuut en éénentwintig seconden duurt het, timen de fotografen. „Nog eentje dan”, zegt Willem-Alexander ongeduldig. Een Javaanse dansvoorstelling wacht.

Soms laat Willem-Alexander merken dat hij juist wel méér tijd voor iets had willen nemen. Voor het fotomoment is er een ‘interreligieuze dialoog’. Religieus geweld neemt toe in Indonesië, door radicale groepen die willen dat het land de sharia invoert, en hoewel op scholen geen enkele van de vijf grote religies voorrang hoort te krijgen, gebeurt dat wel. Het zorgt voor groeiende intolerantie.

De koning vraagt de deelnemers wat voor soort druk zij ervaren, wil weten wat zo’n bijeenkomst voor hen betekent. Ze hebben het over empathie. Een vrouw zegt dat het makkelijker is voor vrouwen onderling om over religies te praten, al hebben ze verschillende geloven: „Misschien ligt dat is ons karakter, we praten graag.”

Interreligieuze ontmoetingen

Achter de rug van de koning tikt de organisator op een glas. Dat betekent wisselen van tafel, zodat ook andere deelnemers hem – of Máxima – kunnen spreken. Maar Willem-Alexander wil niet weg. Hij vraagt waarom Yogjakarta nu juist de stad is waar interreligieuze ontmoetingen makkelijk plaatsvinden. Maar de gesprekleider zegt „door, door” en trekt hem bijna mee.

Het koningspaar wil vooral ‘gewone’ mensen spreken. Zoals een jonge vrouw die de chocoladefabriek Pipiltin oprichtte, waar met duurzame cacao wordt gewerkt. Of in het ecodorp Silima Lombu Ratna Gultom, wiens grootvader koning van dit gebied was. Van het land maakte zij een van de eerste voorbeelden van duurzaam toerisme.

Die ‘gewone’ Indonesiërs zijn blij met de Nederlandse bezoekers. Stefanie Siallayan, die toerisme rond het Tobameer moet promoten, vertelt dat het ecodorp nu al profiteert. „Al sinds bekend werd dat de koning zou komen, hebben we meer bezoekers. Dit dorp wordt beroemd.”

Pas tijdens het gesprek met de Nederlandse pers aan het einde van de drie dagen gaat het weer over de excuses die de koning dinsdag aanbood voor de ‘geweldsontsporingen van Nederlandse zijde’ in de jaren na de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië, tussen 1945 en 1949. Hem wordt gevraagd naar de teleurstelling en boosheid van sommigen over die excuses.

De koning zegt dat hij vooraf wist dat de excuses gevoelig lagen. „Maar ik heb het weloverwogen gedaan en ik denk dat uiteindelijk iedereen toch tot het inzicht komt dat dit de juiste manier was om het staatsbezoek te beginnen.”