Dineke de Groot eerste vrouwelijke baas Hoge Raad, sinds 1838

Rechtscollege Het glazen plafond bij de rechterlijke macht is nu volledig doorbroken, zegt rechter Naves. Hoge Raad krijgt vrouw als president.

Dineke de Groot
Dineke de Groot Foto Piet Gispen

Voor het eerst sinds de oprichting van de Hoge Raad in 1838 krijgt het hoogste rechtscollege in Nederland een vrouwelijke president. De ministerraad heeft vrijdag ingestemd met de voordracht tot benoeming van Dineke de Groot (1965) tot president van de Hoge Raad per 1 november van dit jaar.

De Groot is al dertig jaar lid van de rechterlijke macht. Ze was vijftien jaar lang verbonden aan de rechtbank Amsterdam en is vanaf 2012 werkzaam bij de Hoge Raad in het civiele recht en het belastingrecht. Vanaf 1 januari 2018 was ze vice-president. De Groot was sinds 2011 ook bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze volgt bij de Hoge Raad Maarten Feteris op die na zes jaar terugkeert naar de belastingkamer.

Op de website van de rechterlijke macht laat De Groot weten dat het „goed voelt dat het ambt van president ook door een vrouw kan worden vervuld”. Ze wijst erop dat toen zij in 2012 bij de Hoge Raad kwam werken nog geen vijftien procent vrouw was. Nu is dat veertig procent. „Dat percentage neemt nog steeds gestaag toe. Ik ben er trots op dat onze organisatie in de afgelopen jaren op eigen kracht naar een beter evenwicht in de man/vrouw-verhouding is gegroeid”.

Lees ook: Help, de rechter grijpt de macht

Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, zegt dat de benoeming van De Groot geheel in overeenstemming is met de verhouding tussen mannen en vrouwen in de rechtspraak. „Er is geen enkele twijfel meer: het glazen plafond is nu volledig doorbroken”.

Voormalig rechter en collega bij de rechtbank in Amsterdam Willem Korthals Altes zegt hogelijk verbaasd te zijn door de benoeming van De Groot tot president van de Hoge Raad. Hij noemt haar „een voortreffelijk juriste” maar ook „een huiskamergeleerde”. In deze tijden waarin de rechtspraak volgens hem onder druk staat, zou volgens Korthals Altes tot de president van het hoogste rechtscollege iemand moeten worden benoemd „die het geweten en het gezicht van de rechtspraak” zou kunnen zijn. „En dat mis ik bij haar volledig”.

Ton Hartlief, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, noemt De Groot een klassieke rechter. „Ze is een hele serieuze luisteraar. Ze komt op het eerste gezicht afstandelijk over maar ze heeft juist oog voor de menselijke kant van een zaak”.

In 2018 kreeg De Groot de innovatieprijs van de Nederlandse Juristen Vereniging voor haar bijzondere bijdrage aan de rechtsontwikkeling. In het juryrapport wordt ze een vooraanstaand, bescheiden en invloedrijk jurist genoemd. „Zij verstaat de kunst ingewikkelde juridische materie in toegankelijke taal te verwoorden. Ze is sterk extern georiënteerd en weet de discussie over de modernisering van de rechtspraak, bijvoorbeeld de vereenvoudiging van procedures, vanuit de inhoud aan te jagen”, aldus de jury.

De Groot, die na een interne procedure door de Hoge Raad is aanbevolen voor het presidentschap, belooft op de rechtspraaksite dat ze zichzelf zal blijven. „En ik hoop dat ik dan een goede president zal zijn”. Haar eerste daad als president? „Een maidenspeech houden bij mijn installatie”.