Die schitterende Tonke Dragt

Zap Toen ze eenmaal van wal was gestoken, stroomden de woorden uit Tonke Dragt met een snelheid waar zelfs de vermaarde DWDD-autocue van uit zijn evenwicht zou raken.

Matthijs van Nieuwkerk op bezoek bij Tonke Dragt in DWDD.
Matthijs van Nieuwkerk op bezoek bij Tonke Dragt in DWDD. Beeld BNNVARA

Om negen uur, toen mijn ontroering net een beetje was gezakt en zich een waaier aan gewichtige actualiteitenprogramma’s aanbood, dacht ik: het zal allemaal wel, ik ga eerst gewoon nóg een keer naar die schitterende Tonke Dragt kijken.

Eigenlijk had De Wereld Draait Door donderdag een hele uitzending willen wijden aan de ongrijpbare wonderschrijfster, maar de coronacrisis hapte daar de helft uit. Daarin ging het over de curieuze redenen van het kabinet om scholen niet te sluiten en om de oplawaai die de cultuursector nu krijgt, waarbij iemand zanger Stef Bos nog even moet uitleggen dat het dus níet de bedoeling is dat hij nu voor zaaltjes met 99 mensen gaat optreden. Özcan Akyol was erg onder de indruk van de aankondiging dat de laatste twaalf DWDD’s zonder publiek zullen worden uitgezonden.

Daarna werd het geduld beloond: Tonke Dragt. Aanleiding voor het eerbetoon was de nieuwe Netflixserie naar De brief voor de koning, maar door de inkorting was slechts het hart van de zaak overgebleven: het boek zelf. Acteur Gijs Scholten van Aschat vertelde beeldend hoe het verhaal van de bijna-ridder Tiuri hem en zijn broers werd voorgelezen, in stapelbedden, tegen de achterwand van een vakantiehuisje.

Paulien Cornelisse stelde robuust: „Tonke Dragt is toch de grote Eén.” Matthijs van Nieuwkerk mompelde iets over kinderboeken, maar daar nam Cornelisse geen genoegen mee. „Serieus hoor. Jij bent bij Reve langs geweest en nu bij haar. Ik denk dat je nu je belangrijkere moment hebt gehad.”

Het was niet als vraag bedoeld, maar het antwoord kwam wel, even later. Want afgelopen zondag was Van Nieuwkerk inderdaad bij Dragt op bezoek in Den Haag. Dragt was een beetje breekbaar en ‘schuw’ had Van Nieuwkerk ter inleiding gezegd, maar die schuwheid bleek alleen te verwijzen naar de afkeer die Dragt doorgaans van interviews heeft. Toen ze eenmaal van wal was gestoken, stroomden de woorden uit Tonke Dragt met een snelheid waar zelfs de vermaarde DWDD-autocue van uit zijn evenwicht zou raken.

Van Nieuwkerk hing aan haar lippen. Hij liet de schrijfster zijn eigen oude exemplaar van De brief voor de koning zien, met zijn naam erin geschreven. Daaronder stond, in vergelijkbare schooljongensletters „en zijn zoon Kees van Nieuwkerk”. Er was nog veel ruimte onder. „Dat boek is voor de eeuwigheid”, zei de presentator.

Dragt vertelde hoe De brief voor de koning (1962) ontstaan is toen ze een tekenlerares was met ordeproblemen. Ze redde zich door in de klas spannende verhalen te verzinnen om de aandacht vast te houden. „Zie je iemand wiebelen, dan gooi je er een eng dier in.” Na een tijdje besloot ze dat ze het verhaal over de jonge Tiuri ook wel op kon schrijven. Eigenlijk vond ze Tiuri, opzettelijk met de T van Tonke, een rotnaam. „Ik kon niets beters verzinnen. Soms is een verhaal er al.”

De oude schrijfster wervelde door over landkaarten tekenen, schrijverstrucjes, Tolkien („hij deed hetzelfde als ik, maar dan beter” – dat laatste is onwaar) en het bewuste besluit om Tiuri alleen als silhouet te tekenen.

Aan het eind van het gesprek werd de toon van Van Nieuwkerk kleiner, terloopser. Ver verwijderd van zijn televisiestem ook. „Mag ik je bedanken? Voor De brief voor de koning.” Dit was niet de professionele dankbaarheid van de televisiemaker, maar die van een lezer en – de dubbele naamsvermelding in het boek indachtig – misschien ook wel die van een vader.

Daarna mocht Matthijs van Nieuwkerk Tonke Dragt een kus op de wang geven. „Laten we nu allebei in de camera kijken”, zei Dragt daarop – maar de twee keken mis. Alsof ze waren vergeten waar ze stonden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.