Recensie

Recensie Boeken

De paus gedoogt de tango en Marcel Proust wordt verliefd op zijn chauffeur

Het jaar 1913 Door de ogen van schrijvers en kunstenaars boekstaafde de Duitse publicist Florian Illies het laatste jaar voor de wereldramp die niemand zag aankomen.

Een galadiner van keizer Frans Jozef op Paleis Schönbrunn voor de Arcieren lijfgarde, op 29 december 1913. Foto Imagno/Getty Images

In december 1913 noteert Stefan Zweig in zijn dagboek: ‘Nooit was Europa sterker, rijker en mooier geweest, nooit had het zo vast in een nog betere toekomst geloofd.’ De Oostenrijkse schrijver, die twee jaar eerder de succesvolle novelle Brennendes Geheimnis heeft gepubliceerd, woont dan in Wenen, in die dagen het centrum van de hedonistische cultuur. Net als veel andere schrijvers, dichters, kunstenaars en componisten is ook hij vol van het nieuwe elan dat door Europa waart en dat op cultureel gebied voor revolutionaire vernieuwing zorgt. Igor Stravinsky’s op primitieve riten en oerdansen gebaseerde Le sacre du printemps zal er die zomer de muzikale vertolking van zijn.

Datzelfde elan smeekt bij sommige regeringsleiders overigens om een oorlogje, waarmee buitenlandse tegenstanders een lesje in nederigheid kan worden geleerd. Dat dit oorlogje vier jaar zal duren, aan miljoenen het leven zal kosten en drie keizerrijken zal laten verdwijnen, beseft in 1913 nog niemand.

Stefan Zweig is een van de tientallen figuranten in Het laatste gouden jaar. Nog meer 1913 van de Duitse journalist Florian Illies (1971). Het is een vervolg op zijn drie jaar geleden verschenen bestseller 1913, Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw. Opnieuw brengt Illies op grond van een mix aan dagboekfragmenten, memoires, (auto)biografieën en krantenberichten dat vreedzame jaar voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog in kaart. Dat lukt hem evengoed als in het eerste deel, al is de formule enigszins sleets geworden. Want eigenlijk heb je na één zo’n fragmentarisch boek behoefte aan iets structurelers, zoals De duizelingwekkende jaren van Philipp Blom, waarmee je het fragmentarische in een groter geheel kunt plaatsen.

Dzjoegasjvili

Toch kom je ook nu aardige ‘nieuwtjes’ te weten. Zoals over de schrijver Hermann Hesse, die zijn huwelijk nog een kans probeert te geven in de sneeuw, of over danseres Isadora Duncan, wier chauffeur bij motorpech de auto niet op de handrem zet, waardoor die de Seine in kiepert en haar twee kinderen verdrinken. Of over de Russische revolutionair Josif Dzjoegasjvili die op 12 januari voor het eerst een brief ondertekent met Stalin, om niet veel later in het slotpark Schönbrunn op te duiken waar mogelijk ook Adolf Hitler rondloopt. Over de danser Vaslav Nijinsky, die op een schip onderweg naar Zuid-Amerika, waar zijn Ballets Russes op tournee gaan, verleid wordt door een vrouw, met wie hij uiteindelijk trouwt, tot ontzetting van zijn minnaar Sergej Diaghilev. Over de opening van het befaamde Hotel Negresco in Nice, waar de Europese bloed- en de Amerikaanse geldadel elkaar treffen. Over componist Arnold Schönberg, die als de dood is voor vrijdag de 13de. Over de Duitse keizer Wilhelm II, die op 16 juni amnestie afkondigt voor ‘alle misdrijven die begaan zijn uit nood, lichtzinnigheid, onbezonnenheid of door verleiding’, waarbij Illies in het hoofd van menige Duitser kruipt en schrijft: ‘Zou de Duitse keizer dan toch God zijn?’

Dat die keizersverering grensoverschrijdend is, blijkt uit het verzoek van de Britse schrijfster Vita Sackville-West, de latere vriendin van Virginia Woolf, aan beeldhouwer Rodin om een portretbuste van Wilhelm II te maken, wat de beeldhouwer weigert omdat de Duitse keizer de ‘natuurlijke vijand van Frankrijk’ is.

De beste stukjes in deze ‘bloemlezing’ van de geschiedenis gaan over dramatische gebeurtenissen, zoals de zelfmoord van Rudolf Diesel, de uitvinder van de dieselmotor. Wereldberoemd maar failliet springt hij op de boot naar Engeland overboord.

Goede recensies kopen

En dan is er nog de debuterende Marcel Proust, die zijn grote roman af heeft, niet los kan komen van de drukproeven en verliefd wordt op zijn heteroseksuele chauffeur, aan wie hij een groot deel van zijn vermogen spendeert. Na de publicatie van zijn À la recherche du temps perdu koopt hij goede recensies bij critici. Ook schrijft hij er zelf een, onder pseudoniem, op de voorpagina van de Figaro.

Vermakelijk is ook de ophef omtrent het door Wilhelm II ingevoerde verbod op de tango, omdat die dans te erotisch zou zijn. Vervolgens ‘factcheckt’ paus Pius X die dans door een bevriende prins en diens nicht een tango-presentatie te laten geven op grammofoonmuziek. Zo wil hij zelf kunnen vaststellen of daarbij wellicht zonden worden begaan. Zijn conclusie: de dans is niet erotisch en zondig, maar evenmin een fysiek genoegen. De tango wordt door het Vaticaan gedoogd.