Reportage

De oudste bodemkaart van Nederland

Geologie Een Groningse prijsvraag stond aan de basis van de oudste geologische kaart van Nederland, uit 1837.

Geologische kaart uit De Atlas van Acker Stratingh (1837) van een deel van de provincie Groningen. In het midden (lichtgeel) zandrug met o.a. de dorpen Westerlee en Heiligerlee. Aangrenzend (blauw) klei uit de Dollardpolder.
Geologische kaart uit De Atlas van Acker Stratingh (1837) van een deel van de provincie Groningen. In het midden (lichtgeel) zandrug met o.a. de dorpen Westerlee en Heiligerlee. Aangrenzend (blauw) klei uit de Dollardpolder. Beeld Reinder Reinders

Een passerende fietser kijkt nieuwsgierig naar de kaart van Groningen die Reinder Reinders in zijn handen heeft: geen degelijke ANWB-plattegrond, maar een vaalbruin exemplaar met zwierige letters. Wat de fietser in het snelle voorbijgaan níét ziet is het jaartal dat erop geschreven staat: 1837. En daarboven: ‘Onder toezigt van G. Acker Stratingh, Med. Doct.’

We staan bij een akker even buiten Muntendam en Reinders, emeritus-hoogleraar Euraziatische archeologie van de Rijksuniversiteit Groningen, wijst op de lichte glooiing in het landschap. „Een dekzandrug uit de laatste ijstijd, zo’n 18.000 jaar geleden.” Dan, wijzend op de kaart: „Heel Muntendam is lichtgeel gekleurd, om die zandrug aan te geven. Eromheen lag laagveen – hier woonden vroeger de veenontginners. Naast boeren telde het dorp veel seizoensarbeiders, venters en scheepsjagers – mensen die met behulp van paarden schepen voorttrokken. Rijk waren ze niet, en door boeren uit omwonende dorpen werden ze met de nek aangekeken. Om die reden was Muntendam ook al vroeg een zelfstandige gemeente. Niemand wilde toen met de armoedzaaiers van Muntendam in één gemeente. Maar Acker Stratingh lette bij het maken van deze kaart niet op gemeentegrenzen – het ging hem om de kartering van de bodem.”

Kartering van Meeden, 1836. Afbeelding uit besproken boek

Gozewinus Acker Stratingh: de naam zal weinig Nederlanders bekend voorkomen. En toch was het deze Groningse arts, geboren in 1804 en gestorven in 1876, die in 1837 als allereerste in Nederland een geologische kaart publiceerde. Nog vóór Winand Carel Hugo Staring dus – de bodemkundige die in 1857 met de eerste geologische kaart van heel Nederland kwam. Reinders verwerkte de Groningse kaart met een boel achtergrondinformatie in een boek: De atlas van Acker Stratingh. „Natuurlijk beslaat de kaart van Acker Stratingh alleen Groningen, maar hij behoort wel tot de vroegst bekende bodemkaarten wereldwijd.”

Landschap van twee eeuwen terug

Met die historische kaart in de hand komt het Groningse landschap van bijna twee eeuwen terug tot leven. Na Muntendam rijden we door naar Meeden – lichtblauw gekleurd op de kaart van Acker Stratingh. „Dit dorp ligt ook op een dekzandrug, maar dan met veen aan de ene kant en klei – dat is die lichtblauwe kleur – aan de andere kant. De boeren hier weidden hun koeien op het veen, en op de klei maakten ze akkers.” Eerst lag Meeden meer naar het noorden toe, vertelt hij. „Maar doordat het veen begon in te klinken, ontstond er steeds meer wateroverlast. Aan het einde van de Middeleeuwen brak bovendien de Dollard in – de zeearm die was ontstaan door een serie dijkdoorbraken van de Eems, en alles blank zette en een dikke laag Dollardklei achterliet. En dus hebben ze het hele dorp naar hogerop verhuisd, inclusief de kerk.” Met een knik richting de grafzerken op het kerkhof: „De negentiende eeuw was een tijd waarin er steeds meer aandacht kwam voor de natuurlijke historie. Vooral zwerfkeien hadden de interesse. Toen er vanwege een malaria-epidemie in 1826 twee nieuwe begraafplaatsen in de stad Groningen werden aangelegd, schreef de Commissie tot de Mineralogie en Geologie opgetogen over de vele nieuwe zwerfstenen en fossielen die bij het grafdelven op de Hondsrug te voorschijn kwamen.”

20 gouden dukaten

Ook Acker Stratingh was in zijn vrije tijd heel geïnteresseerd in bodemkunde, vertelt Reinders. „Hij was vicevoorzitter van het Genootschap ter bevordering der Natuurlijke Historie. In die hoedanigheid gaf hij lezingen over de ‘geologische grondgesteldheid dezer provincie’.” Dus toen de Commissie van Onderwijs in de Provincie Groningen een prijsvraag uitschreef voor een verhandeling over de natuurlijke historie van de provincie, met als prijs 20 gouden dukaten, was het niet gek dat Acker Stratingh een van de deelnemers was. „Er gingen wel wat jaren overheen. De oorspronkelijke inzendtermijn was 1 oktober 1823, maar pas in 1827 kwamen er twee inzendingen binnen – een daarvan was van Acker Stratingh en zijn collega Rembertus Westerhoff.”

Kartering van Muntendam, 1837. Afbeelding uit besproken boek

Acker Stratingh raakte gebrouilleerd met Westerhoff, maar bleef in de daaropvolgende jaren wel in nauw contact met de Commissie van Onderwijs. Zodoende werd hij ook als deskundige aangewezen bij de vervaardiging van de Groningse geologische kaart in 1837. Die kaart baseerde hij deels op karteringen in de provincie vanaf 1825, door schoolmeesters, en deels op eigen karteringen en gegevens over bodemgesteldheid die de Groningse gemeenten aanleverden.

Leuke kaarten van Groningen

Dat een exemplaar van de kaart uiteindelijk bij hem in handen kwam, was deels toeval, zegt Reinders terwijl we over een gaast bij Westerlee lopen – een stuwwal die ontstond tijdens tijdens de op een na laatste ijstijd, zo’n 240.000 jaar geleden. „Ik kocht op een veiling ongezien een rolletje met wat leuke kaarten van Groningen, en daarbij zat ook een exemplaar van de kaart van Acker Stratingh. Naar aanleiding daarvan ben ik bij de universiteitsbibliotheek eens gaan rondneuzen in zijn archief. Dat artsenhandschrift van Acker Stratingh was niet makkelijk te ontcijferen, maar uiteindelijk had ik zoveel informatie bij elkaar gesprokkeld dat ik de atlas heb gemaakt.”

Ook deze gaast zorgt voor glooiing in het landschap, sterker nog dan bij Muntendam, om dan abrupt te eindigen in een uitgestrekte, lage polder – op de kaart van Acker Stratingh duidelijk te herkennen als een vlakte met Dollard-klei. Net als bij Meeden kwam het lage gedeelte van het land hier aan het eind van de Middeleeuwen blank te liggen door een inbraak van de zeearm.

De beroemde veldslag

Ten oosten van Westerlee ligt Heiligerlee. „In 1568 was dit het decor van de beroemde veldslag tussen de Nederlanders en de Spanjaarden.” Net als Westerlee ligt Heiligerlee op een gaast. „Rond die tijd zul je vanaf deze gaast dus de Dollard hebben gezien, en waren dorpjes als Finsterwolde – ten noordoosten van Heiligerlee – vissersdorpjes, pal aan de zeearm. Maar nu is alles al eeuwenlang ingepolderd en zijn de vissersdorpjes boerendorpjes geworden.” Sinds 2012 is er bij Heiligerlee een ‘stikstofcaverne’ aanwezig: een ondergrondse opslagruimte voor stikstof. Hier wordt stikstof opgeslagen dat wordt geproduceerd in de stikstoffabriek in het naburige dorp Zuidbroek. Dat wordt vervolgens gemengd met gas uit het buitenland zodat het als brandstof kan worden gebruikt voor cv-installaties en kookapparatuur in heel Nederland.

Kartering rond Scheemda, 1836. In lichtgeel de zandrug met daarop o.a. ook Heiligerlee en Westerlee. In blauw klei van de Dollardpolders.

Op de kaart van Acker Stratingh is naast Heiligerlee ook het hedendaagse strijdtoneel van Groningen zichtbaar: het aardbevingsgebied, meer naar het noorden toe, ten noordoosten van de stad Groningen. Een grotendeels pastelpaars gebied: knipklei, volgens de legenda – zware zeeklei. „Klei en veengrond zijn slapper dan zandgrond, wat ervoor zorgt dat de aardbevingsgolven in die bodems trager gaan en een grotere amplitude hebben en zodoende extra veel schade kunnen aanrichten”, zegt Reinders, terwijl we westwaarts rijden richting Zuidbroek. De Zuidbroekse stikstoffabriek breidt momenteel uit om zodoende de aardgaswinning omlaag te kunnen brengen. Reinders: „Waar de uitbreiding van de stikstoffabriek komt, is de bovenlaag van Dollardklei en veen afgegraven, zodat het reliëf van het dekzand goed zichtbaar is. Daarbij kwamen ook mooie archeologische vondsten naar boven, vooral uit het Mesolithicum.”

De straatnamen in de omgeving zijn sinds de tijd van Acker Stratingh nauwelijks veranderd: zo heet de Zwaagweg nog altijd Zwaagweg, en is de vroegere Pastorijweg nu de Pastorieweg. Reinders knikt: „Op zo’n oude kaart is ook mooi te zien wat allemaal de tand des tijds doorstaat.”

Reinder Reinders: De atlas van Acker Stratingh, Uitgeverij Barkhuis, 313 blz. €49,95.