‘Dat ik assertief ben wordt hier gewaardeerd’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Larmy Khalefeh (26) uit Hilversum.

Foto Aziz Kawak

‘Ik woon in een rijtjeshuis in Hilversum. Had je dat vijf jaar geleden tegen me gezegd, dan was ik gaan lachen. Een vakantie in Turkije, verder dan dat zag ik mezelf niet van huis gaan. Maar nu ben ik vier jaar in Nederland en voel ik me op m’n plek.

„In Syrië had mijn leven er anders uit gezien. Ik was waarschijnlijk getrouwd geweest. En ik had een paar kinderen gehad. Of ik huisvrouw was geworden, zoals de meeste Syrische vrouwen? Ik denk het niet. Daar ben ik het type niet voor. Ik was tweedejaars student Engelse literatuur. Dat doe je niet om er niets mee te doen.

„Het duurde een tijd voordat ik Nederlands sprak. Ik denk tweeënhalf jaar. Sindsdien voel ik me relaxter. Daarvoor durfde ik nauwelijks naar de Jumbo. Stel je voor dat iemand me zou aanspreken en ik het niet zou begrijpen.

„Ik ben twee keer gezakt voor mijn rijbewijs. De tweede keer maakte ik maar één fout, maar wel een zware: ik voegde niet goed in op de snelweg. De examinator schudde zijn hoofd. Gezakt. Ik respecteer dat. In Syrië rij je niet af, maar koop je een rijbewijs. Veilig is het niet op de weg. In Nederland weet je dat je écht kunt rijden als je geslaagd bent.

‘Je hebt twee soorten moslims. De eerste soort is streng: mannen en vrouwen doen alles gescheiden. Bij de tweede soort loopt alles door elkaar. Mijn familie is van het tweede soort. In Syrië woonden we in een dorp in de buurt van Damascus. De mensen die daar wonen zijn vooral van de eerste soort.

„Mijn moeder komt uit Damascus, mijn vader groeide op in een dorp. Ik ben in Syrië een hoofddoek gaan dragen. Daar werd dat gewoon erg gewaardeerd, vooral door de wat strengere moslims. In Nederland hield ik die op. Ik was er inmiddels zo aan gewend. En ik vreesde de reactie van andere Syriërs als ik hem zou afdoen. Na twee jaar dacht ik: nu is het klaar. Ik heb hem afgedaan. Niemand heeft er wat van gezegd.

„Ik doe de opleiding voor tandtechnicus. Dat is mbo niveau 4. Ik leer kronen, bruggen en tandprotheses maken. Ik zit in het eerste jaar en heb alle examens gehaald. Nederlands met een 6,1. Er waren Nederlandse studenten die een 3 of een 4 haalden voor Nederlands. Ik dacht: Hè, hoe dan? Ik wilde tandarts worden, maar ik kan niet tegen bloed. Ik ging laatst met mijn moeder mee naar de tandarts en viel flauw. De tandarts zei: je moeder is welkom, maar blijf jij voortaan maar thuis.

„Je hebt twee soorten moslims. De eerste soort is streng: mannen en vrouwen doen alles gescheiden. Bij de tweede soort loopt alles door elkaar. Mijn familie is van het tweede soort.”

„Alle docenten zijn aardig, behalve één. Hij houdt niet van Syriërs. En al helemaal niet van mij. Ik denk dat hij denkt dat we uit de woestijn komen, niet weten wat elektriciteit is en op kamelen rondrijden. In mijn klas zitten zes Syriërs maar die durven niets te zeggen.

„‘Ik heb het al tien keer uitgelegd, maar Larmy zal het wel weer niet snappen’, zegt hij. Een keer zei ik in het Arabisch tegen een klasgenoot: ‘We moeten opruimen’. Hij zei: ‘We zíjn híer in Néderland.’ Ik zei nog: ‘Sorry, het is mijn moedertaal, het floepte eruit.’ Hij zei: ‘We spréken híer Néderlands.’ Ik zei: ‘En soms Arabisch.’

„In Syrië is het ongebruikelijk tegen de leraar in te gaan. Maar ik vind hem zo onbeleefd. In Syrië was ik ook al zo, maar hier wordt het gewaardeerd als je, hoe zeg je dat, assertief bent. Mijn Syrische klasgenoten vinden me heel Hollands.

„Ik ben blij met de opleiding. Ik ga hem zeker afmaken. Ondanks die docent.

„In december hebben we bij de naaste buren in onze wijk, negen in totaal, een kaartje in de bus gedaan om ze een mooie Kerst te wensen. Twee kaartjes kregen we anoniem retour. Die mensen waren niet gediend van onze kerstwensen, maar we weten niet wie het zijn. Ik vind dat onbeschoft en ik zei: ‘We stoppen met de kaartjes.’ Maar mijn vader zei: ‘twee kaartjes terug van de negen. Dat is een mooie score.’

„Ik wil graag een man en een gezin. De man moet wel moslim zijn, verder maakt afkomst me niet uit. Ik denk eerder een Turk dan een Marokkaan want toen ik nog een hoofddoek droeg en buiten stond te roken, siste een Marokkaan: ‘Je gaat naar de hel.’ Maar misschien was dat een vervelende Marokkaan, en zijn er veel leuke. Ik hou ook niet van kale mannen en in Syrië werd ik een keer hevig verliefd op een kale man.”