Reportage

Chinese bedrijven doen wel het licht aan, maar blijven liever nog even dicht

China Het aantal besmettingen in China neemt rap af. De regering wil dat het werk wordt hervat. Maar er is angst voor een nieuwe uitbraak.

Herstelde coronapatiënten in Wuhan verlaten na twee weken de instelling waar ze in quarantaine zaten.
Herstelde coronapatiënten in Wuhan verlaten na twee weken de instelling waar ze in quarantaine zaten. Foto Xiong Qi/Xinhua/AP

Jacky Chen was het spuugzat toen hij ruim een maand binnen had gezeten in Beijing. Twee weken geleden pakte hij het vliegtuig naar Bangkok om in Thailand vakantie te vieren. Hij kan zich dat veroorloven omdat hij eigen baas is. Zijn bedrijf importeert meubels uit Europa en lag toch stil. Er kwam geen kip naar de showroom.

„Ik kwam Thailand zonder problemen in”, zegt de 37-jarige Chen, een bruin basketbalpetje op zijn hoofd. Zijn mondmasker bungelt even aan één oor: hij eet nog snel een pannenkoek voordat hij zo op zijn vlucht terug naar Beijing stapt. Hij zou eigenlijk één week in Thailand blijven, maar toen het er in China nog niet beter op werd, is hij een extra weekje gebleven. „In Thailand ging ik me ook vervelen, dus nu ga ik maar terug.”

Hij moet ook weer geld verdienen, maar dat is nog niet zo makkelijk. „Als ik kan aantonen dat ik mijn personeelsleden nodig heb, dan geeft het wijkcomité hen wel toestemming om de wijk binnen te komen”, vertelt hij. „Het probleem is dat de klanten niet kunnen komen.” Chen legt uit dat die een pasje nodig hebben van het comité dat de toegang tot de buurt regelt waarin zijn showroom ligt, en dat krijgen ze alleen als ze zelf in die wijk wonen of werken. Dus blijft zijn showroom voorlopig leeg.

Er worden nauwelijks nog nieuwe besmettingen met Covid-19 in China gemeld en de overheid vindt het al langer hoog tijd dat de economie weer op gang komt. Tegelijkertijd is er angst dat het opstarten van de economie gepaard gaat met een nieuwe uitbraak van de ziekte. Buurtcomités en bedrijven zijn doodsbang dat juist bij hen toch weer besmettingen plaatsvinden. Daardoor wordt het werkzame leven maar mondjesmaat hervat.

Het verkeer binnen Chinese steden lag eind februari op zo’n 70 procent van het verkeer van vorig jaar op hetzelfde moment, becijferde investeringsbank Natixis. Met de verkoop van grote zaken als auto’s en stukken bouwgrond gaat het volgens de bank veel minder goed: die lagen half februari op nog geen fractie van de verkoop een jaar eerder.

Zelfs Wuhan, de zwaar getroffen stad in Centraal-China waar de uitbraak begon, heeft woensdag van de provinciale overheid groen licht gekregen om een deel van de economie weer op te starten. Het openbaar vervoer moet weer gaan rijden, openbare voorzieningen moeten open en producenten van geneesmiddelen en dagelijkse levensbehoeften kunnen aan de slag. Ook bedrijven met een „grote rol in nationale en internationale toeleveringsketens” mogen na goedkeuring weer beginnen.

De quarantainemaatregelen blijven streng. Zhong Nanshan, een vooraanstaand Chinees epidemioloog die het oor van de centrale overheid heeft, adviseerde onlangs de quarantainemaatregelen tot zeker eind april te handhaven.

Vervalste dienstroosters

Hoe moet de economie op gang komen als veel mensen nog binnen zitten, of als ze nog niet kunnen terugkeren naar de stad waar ze werken?

Stralende cijfers uit de Oost-Chinese kustprovincie Zhejiang zouden aantonen dat het mogelijk is: meer dan 90 procent van de mensen zou op 24 februari alweer aan de slag zijn. Uit onderzoek van de Chinese media-organisatie Caixin bleek dat die cijfers geflatteerd waren. De autoriteiten keken vooral naar de energieconsumptie om te controleren of de fabrieken weer werkten. De oplossing van veel bedrijven: wel de machines aanzetten, de airco en de computers, maar niet werkelijk produceren.

Zelfs lokale ambtenaren moedigden bedrijven aan voor die oplossing te kiezen, aldus Caixin. Op aanraden van ambtenaren vervalsten werkgevers dienstroosters zodat het leek alsof mensen aan het werk waren die in het echt van hun baas nog niet hoefden te komen. Werknemers kregen instructies over hoe ze het beste konden liegen tegen inspecteurs.

Veel wegen zijn nog afgesloten, waardoor grondstoffen de fabrieken niet kunnen bereiken en de producten niet kunnen worden vervoerd. Veel arbeiders zijn nog niet teruggekeerd naar de plaats waar ze werken en mogen een andere stad niet zomaar in. In Beijing en andere steden moet iedereen die uit andere delen van China terugkeert eerst verplicht veertien dagen in quarantaine.

Dat wordt streng gecontroleerd met een app die kan uitlezen waar iemands telefoon de afgelopen twee weken is geweest. Zij die weigeren die gegevens af te staan, moeten hoe dan ook in quarantaine en krijgen geen pasje om het gebouw van hun appartement in en uit te kunnen. Kartonnen pasjes worden vervangen door pasjes met een foto en een chip waarop alle persoonlijke gegevens worden opgeslagen.

Weer in quarantaine

Meubelverkoper Chen kwam Thailand zonder problemen in, maar terug in China moet hij in quarantaine. „Het is niet reëel om zoveel mensen in huis op te sluiten”, vindt hij. „Goed handen wassen en op je persoonlijke hygiëne passen zou genoeg moeten zijn.”

Daar denkt de 70-jarige Xie heel anders over. De gepensioneerde arbeider slikt medicijnen tegen hoge bloeddruk en voelt zich kwetsbaar. Hij en zijn vrouw zijn ruim zes weken binnen gebleven, bang om ziek te worden. Pas toen hun voedselvoorraad op was, gingen ze noodgedwongen naar een winkel. Ze wonen aan de rand van de stad, waar op het moment nauwelijks voedselbezorging aan huis is. „We hebben zo’n vijftig kilo eten in huis gehaald”, zegt hij aan de telefoon. „We kunnen weer vooruit.”

Hij loopt de laatste tijd wel weer blokjes in de buurt, met een mondkapje, zoals iedereen in Beijing. „Als we andere mensen op straat zien, duiken we weg. We praten met niemand.”

Een taxichauffeur die wel weer aan het werk is, doet dat met tegenzin. Hij vindt het riskant. „In februari waren we vrijgesteld van het betalen van huur voor de taxi aan de taximaatschappij”, vertelt hij. „Per 1 maart moeten we weer afdragen, dus ik ben weer gaan werken.” De klandizie valt tegen: om half zes ’s middags krijgt hij pas zijn eerste ritje van de dag, terwijl hij om negen uur ’s ochtends begon.

Dikke oranje pakken

Nu de besmettingen buiten China toenemen, groeit de angst dat mensen de ziekte van buiten terug het land inbrengen. Dat is goed te merken op de internationale vliegvelden van Beijing. Daar worden de maatregelen steeds strenger. Inmiddels is er een speciale vleugel voor de afwikkeling van vluchten uit risicolanden.

Lees ook Veel ouderen zijn in Bergamo ten dode opgeschreven

De aankomsthal is nagenoeg leeg. Het personeel dat voor de douane-controle rondloopt, draagt witte pakken, veiligheidsbrillen, maskers en laarzen. De vrouwen die de bagage-karretjes desinfecteren, dragen dikke oranje pakken en enorme plastic kappen voor hun gezicht. Pas na de douane loopt er weer personeel met alleen een mondkapje, veiligheidsbril of veiligheidsscherm en haarnet.

In de stad zelf is de angst te ruiken. In de supermarkt hangt de geur van ontsmettingsmiddel, de handvatten van de karretjes plakken van het overdadig gebruik van schoonmaakmiddel.

Hoe lastig het in de praktijk is om een soort normaliteit te herstellen, merkt ook Han, die een Starbucks-vestiging draaiende houdt. Haar baas wil dat het filiaal klanten toelaat om binnen aan tafel koffie te drinken, maar de beheerders van het gebouw zien dat niet zitten. Die staan alleen afhalers toe.

Verreweg de meeste restaurants en winkels in Beijing zijn nog gesloten. Sommige zien eruit alsof ze ook nooit meer opengaan. Het midden- en kleinbedrijf had het in China al moeilijk. Voor bedrijven op het randje kan dit net het fatale zetje zijn.

Correctie (13 maart 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond JHN.edu, dit moet JHU.edu zijn. Dit is nu aangepast.