Reportage

Al die ruimte om zelf te beslissen leidt maar tot verwarring

Sociale onthouding De maatregelen om het coronavirus in te dammen, roepen tal van vragen op. Wat mag wel en wat mag niet?

Foto Merlin Daleman

Solidair zijn door solitair te leven: het kan! Sterker nog, het moet – in elk geval de komende twee weken, en mogelijk langer. Om de verspreiding van het coronavirus te vertragen en zo ouderen en zwakkeren te beschermen, wordt alle Nederlanders opgedragen aan ‘sociale onthouding’ te doen. Dat houdt in: thuiswerken waar mogelijk, geen grote evenementen meer, en binnen blijven bij de geringste symptomen.

De wetenschappelijke term hiervoor is ‘social distancing’. Het idee is simpel: wanneer mensen minder met elkaar in contact komen, kan een virus zich minder snel verspreiden. Hierdoor worden de besmettingen over langere tijd uitgesmeerd en raakt het zorgstelsel niet overbelast.

In China lijkt social distancing te hebben geholpen bij het bestrijden van Covid-19: daar zijn vrijdag maar acht nieuwe gevallen gemeld. Maar daar gingen de maatregelen heel wat verder: in Wuhan, het (eerste) epicentrum van het coronavirus, kregen mensen zes weken lang praktisch huisarrest. Op 23 januari werd al het openbaar vervoer stilgelegd en mochten mensen de stad niet verlaten zonder toestemming. De scholen in de regio gaan sinds deze week weer mondjesmaat open.

Italië gaat China achterna

In Italië gaat het nu de kant van China op. Alle scholen, cafés, restaurants en niet-noodzakelijke winkels zijn gesloten. Ook in landen met veel minder gevallen dan Italië, zoals België, gaan de scholen, cafés en restaurants dicht. Nederland gaat niet zo ver: scholen, cafés, restaurants en bioscopen blijven open.

Of de aangekondigde maatregelen voldoende zijn, is nu moeilijk te zeggen. „Puur vanuit het oogpunt van de epidemiebestrijding is het het best als iedereen een bepaalde tijd binnen blijft, maar je moet er ook voor zorgen dat kritische functies in de samenleving doorgaan, en dat de schade door de maatregelen niet te groot is”, zegt Mark de Boer, internist-infectioloog en klinisch epidemioloog aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Dat zijn „hele lastige beslissingen”. „Er is wel een duidelijke noodkreet uit Italië: begin op tijd met de maatregelen. Je krijgt daar maar één keer de kans voor. Als de ziekenhuizen eenmaal overstelpt worden, kun je niet terug in de tijd om het anders te doen.”

Komende week nog geen effect

Of de maatregelen resultaat hebben, kunnen we pas over een tijdje zien, zegt Frits Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie aan het LUMC. „De incubatietijd is een week, dus in elk geval de komende week gaan we geen effect zien.” Daar komt bij dat de cijfers over het aantal besmettingen weinig meer zeggen. „Milde ziektegevallen die niet uit besmet gebied komen of in contact staan met een andere patiënt worden niet getest”, vertelt Barbara de Doelder, huisarts in Rijswijk. „De dagelijkse cijfers zeggen dus niks over het aantal besmettingen in Nederland.”

Lees ook: Geen voetbal, wel school. Leg dat maar eens uit

Epidemioloog Rosendaal, die donderdagochtend op Twitter opriep tot het nemen van meer maatregelen, is tevreden met wat het kabinet donderdagmiddag aankondigde. „Het enige serieuze discussiepunt zijn de scholen. Kinderen kunnen namelijk ook verspreiders zijn van het virus.” In een openbare brief waarschuwden ook Italiaanse wetenschappers vrijdagmiddag dat drastische maatregelen zoals het sluiten van scholen nodig zijn om Italiaanse taferelen te voorkomen.

In Nederland legt de overheid de verantwoordelijkheid deels bij de burgers: zij moeten zelf bepalen of ze het verantwoord vinden om nog naar de bioscoop, het café of de sportschool te gaan. Die beslissingsruimte leidt bij mensen tot verwarring. Het aantal telefoontjes in de praktijk is vrijdagochtend „ontploft”, zegt huisarts De Doelder. „Mensen belden om te vragen of ze met een hoestje toch naar hun werk konden. Sommigen zaten al in de auto. Wij zeiden dan: nee, niet doen. Terug. Naar huis!”

Hoe minder contacten, hoe beter

Er leven ook andere vragen bij mensen: kunnen ze nog naar het café? Moeten ze hun etentje of feestje laten doorgaan? Mark de Boer van het LUMC kan er kort over zijn: „Naar een café gaan is niet social distancing. Iemand kan tegen je aanhoesten, of de deurkruk vastpakken nadat ie z’n neus geveegd heeft.” Wandelen in de buitenlucht kan dan weer prima, zolang je afstand houdt van anderen.

In het algemeen geldt, zegt De Boer: hoe minder sociale contacten, hoe beter. „Als je iemand tegenkomt met luchtwegklachten, dan is er een kans dat die een infectie met Covid-19 heeft. Die kans neemt in de komende dagen en weken toe.”

Lees ook: ‘Covid-19 geen probleem voor kind’

Maar De Boer ziet ook grenzen aan de maatregelen die je kunt treffen. Als je partner of huisgenoot ziek is, is het erg moeilijk een besmetting te voorkomen. „In zo’n geval zeg ik: zorg goed voor elkaar.”

Her en der zie je al mensen die zichzelf een regime van sociale onthouding opleggen, vooral onder ouderen. Neem Chris Pronk (71), die thuisisolatie ging overwegen na de toespraak van Mark Rutte op maandag. „Wij zijn een nuchter volkje, zei hij. Wat bedoelt die man, er bestaat geen virus dat zich iets gelegen laat liggen aan nuchterheid.” Op woensdag ging Pronk naar de sauna. „In de kleedkamer zag ik al die bezwete lijven en mensen waren elkaar bij wijze van spreken in het gezicht aan het blaffen, dat werd me te gortig. Dus ben ik onverrichter zake en ongewassen teruggegaan.” Pronk en zijn vrouw spraken toen af om de komende tijd mensen te mijden.

‘Ze noemden me een angsthaas’

„Als early adopter van social distancing word je voor doemdenker uitgemaakt”, zegt Cees van der Poel (72), die in zijn werkzame leven epidemiologisch onderzoek deed naar infectieziekten. Zijn vrouw rolde met haar ogen toen hij eind februari voorstelde om hun sociale contacten zo veel mogelijk te beperken, vrienden noemden hem „een angsthaas”. Op papier was het virus toen in Europa alleen in Lombardije geconstateerd. „Uit China wisten we al dat ouderen met onderliggende aandoeningen meer risico liepen, en ik heb astma.” Het echtpaar besloot niet meer buitenshuis af te spreken. Afgelopen weekend zegde Van der Poel de schilder af. „Die zou komen met allemaal jonge mensen, dat vond ik te risicovol.” Sinds donderdag bellen zijn vrienden hem om advies. „Een schrale troost.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Besturen in crisistijd

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.

Ook kinderen zijn verkouden

Foto Merlin Daleman

In de provincie Noord-Brabant golden al scherpere maatregelen dan in de rest van het land, en toen werd Marte Rodenburg (43) ook nog eens verkouden. Dus ja, sinds een week werkt de assistent-conservator van het Design Museum in haar woonplaats Den Bosch vanuit huis.

Gelukkig voor Rodenburg leent haar werk zich hier goed voor – ze vult haar dagen met administratieve werkzaamheden en het „wegwerken van achterstanden”.

Haar kinderen, van zeven en vier, hebben het óók flink te pakken. Geen coronavirus, benadrukt Rodenburg; het is thuis flink snotteren geblazen, maar zonder koorts of benauwdheid. Vanwege hun verkoudheid kunnen de kinderen niet naar school, maar dat is niet zo’n probleem: als Rodenburg werkt, zorgt haar vriend voor de kinderen. En andersom. Fijn voor hen is dat ze nog wel buiten kunnen spelen, op een binnenterreintje achter het huis.

Zorgen over ‘brandhaard’ Brabant heeft ze wel: „Als iemand niest, ga ik een blokje om.”

‘Alsof er een vijand om de hoek loert’

Foto Merlin Daleman

Ruim een week geleden besloot Renate Verhoofstad (46) haar werk bij de VPRO – ze maakt een documentaire over jonge sporters op weg naar de Olympische Spelen in Tokio – thuis voort te zetten. Dat leek haar verstandig: ze was verkouden én haar man Daniel Jores (46) was een paar weken daarvoor nog in Noord-Italië geweest. Daniel is net als jongste dochter Kate (5) fit maar heeft wel samen gereisd met de broer van de eerste man in Nederland bij wie daarna het coronavirus werd vastgesteld. Omdat oudste dochter (Julia van 12) ook verkouden werd, besloot ze die thuis te houden. Sommige mensen in haar omgeving zeggen tegen Verhoofstad dat ze zich aanstelt, maar inmiddels zijn er in het stadje wel twee coronagevallen. Dit weekend komt haar moeder terug uit de Verenigde Staten – zij is hartpatiënt. „En die zal haar kleinkinderen willen zien. Maar is dat wel verstandig?” Verhoofstad vraagt zich voortdurend af wat goed en slecht is, en of de maatregelen van het kabinet wel toereikend zijn. „Wij hebben geen corona, maar het voelt alsof er een vijand om de hoek loert, een sluipschutter.”

‘Gelukkig kunnen we nog appen’

Foto Merlin Daleman

Marja van Akkeren (64) en Bouke Dobbe (69) hadden zich erop verheugd. Eindelijk een paar daagjes naar Amsterdam. „Er even lekker tussenuit: musea bezoeken en ’s avonds met familie uit eten.” Vanwege het coronavirus hebben ze hun plannen nu toch afgelast. „Bouke heeft uitgezaaide slokdarmkanker en is sinds november in behandeling. Hij is kwetsbaar en we wilden geen onnodig risico lopen.”
Het idee was om met trein en tram naar Amsterdam te reizen. „Dinsdag belden we met de afdeling oncologie om te polsen of we wel konden gaan. Toen lieten ze het nog aan ons over.” Maar de volgende dag belde het ziekenhuis terug met de mededeling dat ‘sociale onthouding’ toch wel verstandig zou zijn. „Heel jammer, we hadden erg behoefte aan even iets anders.” Nu blijven ze thuis. „We gaan nog wel een stuk wandelen, in de buitenlucht lopen we weinig risico.” Verder zijn er in huis nog wat schoonmaakklusjes. „En we houden allebei van lezen en ik speel graag piano. Gelukkig kunnen we bellen en appen met vrienden en familie.”