Opinie

Stef Blok, onze minister van Buitenlandse Zaken en Magie

De Nederlandse BZ-minister wilde een no-fly-zone boven Syrië. Die kwam er niet, zag Michel Kerres. Wel kwam er een lesje Realpolitik.

Michel Kerres

We moeten even terug naar een lang vervlogen tijdperk, toen uw aandelenportefeuille nog op koers lag, Joe Biden nog een loser was en je nog gewoon naar de VS kon vliegen. Naar begin vorige week dus. Naar een tijd waarin we nog oog hadden voor de humanitaire catastrofe in het Syrische Idlib.

Over oorlog wordt wel beweerd dat het ergste tot het laatst wordt bewaard. De oorlog in Syrië gaat zijn tiende jaar in en is op die regel geen uitzondering. Idlib is de laatste haard van verzet en Assad is erop gebrand ook die uit te roken. De wekenlange gevechten hebben geleid tot een humanitaire ramp. Ongeveer 900.000 mensen zijn er op de vlucht. Je moet er niet aan denken wat COVID19 dáár aan kan richten.

In Idlib staat Assad, gesteund door Rusland en Iran, tegenover rebellen, die gesteund worden door Turkije. Eind februari kwamen er 36 Turkse militairen om. President Erdogan eiste daarop hulp van Europa. Hij vroeg de NAVO om militaire steun en de EU om meer hulp bij de opvang van vluchtelingen. Toen die hulp niet kwam nam hij Europa met één brutale zet in de tang. Door de Turkse grens te openen voor migranten wakkerde hij de vrees voor een nieuwe vluchtelingencrisis aan. De grenzen blijven open, zegt hij, totdat hij zijn zin krijgt.

Om de vluchtelingen in Idlib te beschermen en Erdogan te helpen bedacht minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) een plan. Hij zou zich, schreef hij in NRC, in de EU sterk maken voor een no-fly zone. Een paar dagen later kwamen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bijeen in Zagreb. Hun slotverklaring ging over Syrië en over Turkije, over bestaande afspraken en over vluchtelingen. Het begrip no-fly-zone kwam er niet in voor. Wel stond er een oproep in burgers te beschermen „vanuit de lucht”. Er gebeurde niets.

Het idee was goed en in tijden van nood is creativiteit en een beetje lef vereist. Maar het plan was kansloos.

Zo’n zone kan alleen tot stand komen met medewerking van Turkije en Rusland, na overleg in de NAVO en bij voorkeur met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Frankrijk, permanent lid van de V-raad en een voor de hand liggende partij om zo’n zone te helpen bewaken, kwam niet in beweging.

Josep Borrell, de EU-buitenlandchef, zei over Bloks plan: „Wij zijn er ons er terdege van bewust dat de EU zich niet moet uitlaten over wensdenken dat niet uitgevoerd kan worden. Als we vandaag zeggen: ‘we willen een no-fly-zone’ dan is het probleem niet wat we willen, maar wat we kunnen.”

En hij toen hij toch op dreef was: „Het politieke leven is een goede balans [zoeken] tussen doelen en middelen. Als je je middelen uit het oog verliest en je denkt alleen maar over je doelen, dan is dat geen politiek, dan is dat magie. En we willen niet aan magie doen.”

En zo keerde Blok terug uit Zagreb met een lek geschoten proefballonnetje. Dat is aanvaardbaar beroepsrisico, zo lang gesneefde plannetjes geen deel van je imago worden: Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken en Magie.

Intussen moet ook Borrell de woorden van Borrell ter harte nemen. Hij is het buitenland-boegbeeld van een Europese Commissie die o zo graag een geopolitieke Commissie wil zijn. Maar ook de EU stuit in Syrië op de grenzen van het politiek haalbare. Zéggen dat je een geopolitieke Commissie wilt zijn, wil niet zeggen dat je dit ook bént.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.