Zijn speenvarkenkreet echode via de lege tribunewanden hard terug het veld op

Zap Publiek naar huis gestuurd bij een talkshow en voetbalwedstrijden zonder toeschouwers die zich als een Corona League over Europa verspreiden. Een oefening in spookkijken.

Lege tribunes bij talkshow Op1 woensdagavond.
Lege tribunes bij talkshow Op1 woensdagavond. Beeld Omroep MAX

Woensdag tekende de volgende fase zich ineens heel concreet op televisie aan: die van de publiekloosheid. Want om twintig over tien meldden Charles Groenhuijsen en Carrie ten Napel zich voor de uitzending van Op1 in een studio zonder publiek.

Een van de gasten, neuroloog Bas Bloem die over de Ziekte van Parkinson kwam praten, had van zijn Radboud UMC te horen gekregen dat hij zich niet in gezelschappen van meer dan dertig mensen moest begeven – ze willen niet het risico lopen van een extra besmette neuroloog. Het programma stuurde het publiek naar huis, waardoor de inrichting van de oranjebruine studio ineens heel erg aan de jaren zeventig deed denken.

Publieksloosheid is een existentiële tussenfase geworden: Zijn, niet zijn, of zonder publiek zijn – dat is de vraag. Songfestivalspecialist Cornald Maas had in Denemarken een voorronde zonder publiek gezien en was erg geschrokken: je zag hem vrezen voor het festival. Voor de absurdistisch angehauchte cabaretier Ronald Snijders leek het mij eerder een kans op een grensverleggende voorstelling. Al met al viel de schade voor Op1 wel mee, praten voor lege tribunes ging de gasten prima af.

Intussen verspreiden wedstrijden zonder publiek zich als een Corona League over Europa. Zo wordt voetbal kijken een oefening in spookkijken. ‘Notre seul virus c’est le Paris SG’, stond op een spandoek achter het linkerdoel in het Parc des Princes. Was het maar waar. De arme Parijse supporters die hun stadion niet in mochten bij de Champions League wedstrijd tegen Borussia Dortmund hadden zich met tienduizend man en honderd kilo vuurwerk buiten de poorten verzameld, daarmee wel de kans vergrotend dat ze méér zouden oplopen dan een fanvirus. Welke spreekkoren zouden de buitengesloten Op1-fans eigenlijk hebben aangeheven?

Speenvarkenkreet

Sommige dingen waren hetzelfde: na een overtreding rolde de Braziliaan Neymar even soepel over het gras als normaal in een vol stadion, al echode zijn speenvarkenkreet via de lege tribunewanden hard terug het veld op.

Hoe minder geluid er in het stadion is, hoe meer je hoort. PSG-Borussia was een prachtig hoorspel. Klaterende mini-applausjes alsof je bij een net wat te experimentele dansuitvoering zit, zelfs de flappende geluiden die de voeten van een speler maken als hij zich naar een duel aan de rand van het veld spoedt, het gesis van de scheidsrechterlijke spuitbus. Plus de talloze aanwijzingen die de spelers elkaar toeschreeuwen: „Vite, vite, vite!” „Agresivo, agresivo!” „À gauche, à gauche!” (Nooit: à droite, dat zal tactiek geweest zijn.) „Cambia, cambia!” De Parijse spelers riepen elkaar toe in een babels mengsel van Frans, Spaans en Engels. De Duitsers beperkten zich tot „Go! Go! Go!”– een gebrek aan verbale variatie dat een voorafschaduwing van de latere nederlaag was.

Spookvoetbal kijken bleek een wonderlijke ervaring, want alle productiegeluiden geven je ontegenzeggelijk een amateurgevoel. De voetballers worden weer jongens en de schoonheid van het spel steekt daar des te puurder bij af. Het is alsof je bij een voorjaarswandeling een sportpark bent opgewandeld en even langs de lijn bent blijven hangen, nog eens goed kijkt en dan ziet dat Ángel di Maria op dit onaanzienlijke veldje uit de hemel is neergedaald.

Want het is hem echt, natuurlijk. Di Maria strooide met passjes, versnellingen en trakteerde op een fabelachtige vrije trap – in de stilte leek hij dichterbij dan ooit. Eigenlijk zou er in het publieksloze tijdperk een extra spandoek moeten worden opgehangen: ‘Stiltestadion. Hier luisteren wij naar de bal.’

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.