Reportage

‘Oude mensen geven geen hand meer’

Vishandel Struik Op de grens van Brabant en Zuid-Holland nemen klanten van de viskraam maatregelen. „Ik laat mijn kleinkind de vis halen.”

De veerpont tussen Gorinchem (Zuid-Holland) en Woudrichem (Noord-Brabant).
De veerpont tussen Gorinchem (Zuid-Holland) en Woudrichem (Noord-Brabant). Foto Rien Zilvold

De veerpont brengt nog voldoende passagiers van Zuid-Holland naar Noord-Brabant. „Waarom niet?” glimlacht Femke Romijn (15) op de kade in Woudrichem. „Ik trek me van de corona niet zo veel aan, hoor.” Ze wordt opgehaald door Jochem Verzijl (15), een klasgenoot op haar school in Gorinchem met wie ze een dag in Noord-Brabant doorbrengt. „We maken ons niet druk”, zeggen ze.

Om hen heen zit de angst voor corona er goed in. Schoolreisjes zijn afgelast, op feestjes wordt afstand gehouden. Jochem: „Ik was vanmorgen op een verjaardag en daar wilden oudere mensen mij geen hand geven.” Ook zijn brassband houdt voorlopig geen repetities. „Jammer.”

Hoe is de stemming aan de noordelijke grens van Noord-Brabant, in het fraaie vestingstadje Woudrichem, met uitzicht op de Boven-Merwede? Wat vinden de bezoekers van de kraam van vishandel Struik in het haventje?

„Het laconieke is er wel van af”, zegt gepensioneerd ambtenaar Goof van Vliet (68). Vergaderingen van de natuurvereniging zijn afgelast. Hij kent mensen uit Woudrichem die niet welkom zijn op hun werk bij de Belastingdienst in Utrecht. „Het is opvallend hoe streng grote instellingen en bedrijven reageren.” Zelf is hij ook voorzichtig. Handen schudden is er niet meer bij. En: „Ravotten met de kleinkinderen doen we even niet.”

Een auto houdt halt voor de viskraam, een kind stapt uit, de bestuurder (81) draait met tegenzin het portierraam open. „Ik laat mijn kleinkind de vis halen. Ik heb alles afgezegd, want ik ben ziek en corona kan ik er niet nog bij hebben.”

Brabanders merken dat de rest van het land hen liever kwijt dan rijk is. Dat begrijpen ze wel. „We maken ons geen zorgen om onszelf, maar als deze besmettingen doorzetten, kan dat de maatschappij ontwrichten”, zeggen Robert (71) en Cissy (72) Salomons. „Als wij de kans zouden krijgen naar een voetbalwedstrijd van PSV te gaan, dan zouden we dat niet doen.”

Dezelfde houding bij José van Essen (61): niet bezorgd om zichzelf, vol begrip voor de zorgen van anderen. „Mijn schoondochter is zondag jarig. Ik heb haar het advies gegeven het uit te stellen.” Een kinderwagen nadert de viskraam, voortbewogen door Eva de Joode (29), vier weken geleden bevallen van zoon Jesse. Wat zij van corona vindt? „Ik krijg kraambezoek en ik zeg altijd: wij mankeren niks, jullie moeten zelf het risico inschatten dat je ons kunt besmetten. Zoenen doen we alleen als we het er over eens zijn dat het verantwoord is.” Ze werkt zelf in de gehandicaptenzorg in Leerdam, aan de overkant van het water. „Ik ben nu nog met verlof. Maar ik heb nog niet te horen gekregen dat ik niet welkom ben.”

Praten over corona doen Ronald van den Ende (62) en Annemiek van Straten (64) uit Woudrichem liefst op een gepaste afstand. „Wij doen de boodschappen in de supermarkt heel vroeg of ’s avonds laat, wanneer het rustig is en we weinig mensen tegen komen”, zeggen ze. Afgelopen zondag was een dochter jarig. „We zijn wel geweest maar we hebben haar niet gezoend.” De moeder van Ronald van den Ende is 84 jaar oud en heeft last van haar longen. „We bezoeken haar dagelijks. Ik ben kerngezond, maar je wilt niet op je geweten hebben dat je een ander besmet.” Handen geven is taboe. „Ik zorg dat ik altijd iets in m’n handen heb, zodat ik niet vergeet om geen hand te geven”, zegt Annemiek van Straten.

Italiaans kenteken

Het lunchuur loopt ten einde, de drukte bij de viskraam neemt af. De 62-jarige Eelco Huisinga bestelt verse vis en vertelt dat hij voor een Italiaans bedrijf werkt. „Ik rij in een auto met Italiaans kenteken. Mensen kijken er naar.” Hij verkoopt explosiebeveiligde machines. „Mijn bezoeken nemen af. Mensen willen geen bezoek. Ze zijn argwanend.” Terwijl hij toch echt niet ziek is. „Dus wat ik doe is smart working: via telefoon, skype, mail.” Jammer vindt hij het wel. „Ik wil niet altijd thuis zitten.”

Stel dat straks heel Noord-Brabant wordt afgesloten van de buitenwereld? Vishandelaar William Struik (22): „Dan is het hier klaar. Hoe moeten wij anders aan vis komen?” Hygiënisch zijn de karren van zijn vader en van hem sowieso: de flesjes handgel stonden al lang voor de coronacrisis op de toonbank. „Laatst heeft iemand er eentje weggenomen.”