Lagarde speelt middenin de crisis met vuur

Europese Centrale Bank ECB-chef Christine Lagarde kondigde verregaande maatregelen aan om de banken te hulp te schieten. Maar ook zaaide ze nieuwe onrust over Italië. Zo kan de coronacrisis een eurocrisis worden.

President van de Europese Centrale Bank Christine Lagarde tijdens de persconferentie donderdagmiddag waarin ze verregaande aankondigde om hulp te verlenen aan banken.
President van de Europese Centrale Bank Christine Lagarde tijdens de persconferentie donderdagmiddag waarin ze verregaande aankondigde om hulp te verlenen aan banken. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Wordt de coronacrisis een nieuwe eurocrisis, met als middelpunt Italië? Dat scenario is donderdagmiddag een stukje denkbaarder geworden. Met dank aan de onvoorzichtigheid van Christine Lagarde, de chef van de Europese Centrale Bank.

Na een vergadering van het ECB-bestuur gaf Lagarde een persconferentie waarin zij het monetaire antwoord op de economische ontwrichting door het coronavirus formuleerde. Dat antwoord stelde beleggers allerminst gerust. Aandelenbeurzen, die eerder op de dag al een klap hadden gehad door het Amerikaanse reisverbod voor Europeanen, daalden na de persconferentie verder. En de rente die het zwaar door het virus getroffen Italië op staatsschuld betaalt, liep snel op.

Aan maatregelen van de ECB op zich geen gebrek: een nieuwe ronde ultragunstige leningen voor banken, tegen recordlage rentes. En extra opkopen van staats-en bedrijfsleningen.

Het waren vooral de woorden die de Française gebruikten die de financiële markten zorgen baren.

Vooral de volgende: „Wij zijn er niet om spreads te drukken.” Dat was een antwoord van Lagarde op een vraag van een journalist over de opgelopen ‘spread’, het verschil in rente tussen Italiaanse en Duitse staatsleningen. Dat was de bepalende financiële stressindicator tijdens de eurocrisis, toen de Zuid-Europese spreads explodeerden. De euro dreigde te klappen. Pas toen Mario Draghi, Lagardes voorganger, in 2012 de historische woorden sprak dat de ECB „al het nodige zal doen” (whatever it takes) om de euro te redden, begonnen de spreads weer te dalen.

Redder in nood?

Lagarde stelde die ECB-rol van ultieme redder in nood weer ter discussie, althans verbaal. Net nu Italië, het fragielste euroland met een staatsschuld van 133 procent van het bruto binnenlands product, door een ongekende schok is getroffen. De Italiaanse spread liep prompt op van 2,1 procentpunt naar 2,7 procentpunt. Dat is een uitzonderlijke stijging in één dag. De beursindex in Milaan verloor na de persconferentie zo’n 9 procent en sloot 16 procent lager – een dramatisch beeld.

Monetair beleid is voor een groot deel communicatie: het scheppen van verwachtingen, het sussen van onrust. In die taak faalde Lagarde op dit sleutelmoment in de crisis behoorlijk. En dat terwijl ze bij haar aantreden juist werd geroemd om haar communicatievaardigheden.

Al jaren is Italië in economisch-financieel opzicht een tikkende tijdbom. De economie groeit amper meer, de bevolking krimpt en de staatsschuld blijft groeien. De coronacrisis komt daar bovenop. Door nu te suggereren dat de ECB niets zal doen om Italië te helpen, speelt Lagarde met vuur. Ze versterkte die indruk nog eens door vragen van journalisten naar mogelijke programma’s voor de ECB om Italië bij te staan – zoals de gerichte opkoop van Italiaanse schuld – niet te beantwoorden.

Misschien wreekt zich nu dat Lagarde van huis uit geen centrale bankier is, maar een jurist die via de Franse politiek en het Internationaal Monetair Fonds bij de ECB belandde. Het is de vraag of Draghi, echt een monetair dier, zo’n fout had gemaakt.

Steun aan banken

De communicatieblunder, die Lagarde daarna in tv-interviews probeerde glad te strijken, verhulde bijna dat de ECB wel het monetair beleid aanzienlijk verruimde om de effecten van het virus op de economie te verzachten. De Europese bankensector krijgt acute liquiditeitssteun in de vorm van extra langetermijnleningen, tegen een rente van min 0,5 procent. Dit betekent in de praktijk dat de banken geld toe krijgen op leningen van de ECB. Vanaf juni komen er andere ultragunstige langetermijnleningen, voor banken die het midden- en kleinbedrijf in deze crisistijd op de been houden. Die krijgen een rentetarief van minus 0,75 procent. Nog nooit konden banken in de eurozone zo gunstig lenen bij de ECB.

De ECB kiest zo voor gerichte steun aan de banken en, via dit kanaal, aan bedrijven. Door de tarieven op lange termijnleningen zo laag te zetten, verlaagt de ECB de rentedruk voor banken fors. Zo doet zij op haar manier – en misschien wel effectiever – wat de Amerikaanse Federal Reserve en de Bank of England deden. Die verlaagden hun reguliere rentetarief met 0,5 procentpunt.

De reguliere ECB-rentetarieven blijft ongewijzigd, op nul procent bij het normale leenloket voor banken en op minus 0,5 procent voor banken die geld stallen in Frankfurt. Voor de Fed en de Bank of England was een reguliere renteverlaging makkelijk omdat hun rente nog positief stond. Voor de ECB is dat veel lastiger. Zakt de ECB-depositorente voor banken verder, dan brengt dat de banken juist in de problemen, omdat de negatieve rente hen in dit geval op kosten jaagt.

Lees ook de analyse: Virus stelt ECB en politiek op de proef

Oproep aan politiek

De ECB besloot donderdag ook extra staats- en bedrijfsobligaties op te kopen. Bovenop het maandelijkse opkoopbedrag van 20 miljard euro komt een eenmalig pakket van 120 miljard euro. Dit zal vooral op de „particuliere sector” gericht zijn, zei Lagarde. Dat duidt op extra aankopen van bedrijfsleningen, teneinde het bedrijfsleven te helpen. De ECB wil verder „flexibel” zijn met de regels voor de opkoop van staatsschuld, wat suggereert dat ze tijdelijk extra Italiaanse schuld kan kopen, al moet dit nog blijken.

Lagarde temperde verwachtingen op verdergaande maatregelen van de ECB. Niemand moet verwachten dat de centrale bank „het eerstelijns antwoord gaat geven”, zei ze. Want dát moet de politiek doen, zei ze. De regeringen van de eurolanden moeten volgens Lagarde een „ambitieus en gecoördineerd” pakket aan stimuleringsmaatregelen besluiten om een recessie af te wenden. „Tijdig” ook.

Maar de politiek laat het tot dusver schromelijk afweten. Tot dusver hebben lidstaten opgeteld 27 miljard euro aan begrotingsmaatregelen genomen, zo rekende Lagarde voor. Ofwel, 0,25 procent van het bbp van de eurozone. Er is amper coördinatie in Brussel en er zijn vooralsnog geen tekenen dat die er zal komen. Een ongeduldige Lagarde drong aan op „beslissende” maatregelen door de ministers van Financiën, die maandag bijeen komen.

Een apart budget dat de eurozone moet beschermen bij schokken wordt al jaren tegengehouden door onder meer Duitsland en Nederland. En nu zich zo’n schok voordoet, wordt duidelijk hoe gebrekkig de eurozone functioneert. Nationale regeringen zijn op zichzelf gericht en een centraal economisch gezag is er niet. En dan blundert de centrale bank ook nog eens in de communicatie.