Opinie

Havenbaron

In 010

Ze bestaan niet meer, de havenbaronnen van weleer: de Swarttouws en Schoufours. Bekende Rotterdammers, misschien zelfs BN’ers. Familiedynastieën die behalve zakelijk ook privé met elkaar verstrengeld waren. Zo was Jacques Schoufour jr. niet alleen directeur van Frans Swarttouw’s Havenbedrijf, maar bovendien gehuwd met de kleindochter van Swarttouw sr., Ingeborg Martin.

Over die Jacques Schoufour, wiens vader hem voorging als Swarttouw-directeur, is nu een boeiend boek verschenen van de Rotterdamse historicus Matthijs Dicke, onder de geheel terechte titel De laatste havenbaron.

Baron is weliswaar een besmet begrip, schrijft Dicke, maar in het geval van Schoufour geldt dat niet. Al lezende ontdek je de ware aristocraat; opgegroeid in het chique Kralingen en vertrouwd met oud geld, maar tevens in staat om met iedereen om te gaan. Bij de havenstakingen van de jaren zeventig waren de ondernemers maar wat blij met Schoufour als bestuurder van werkgeversclub SVZ, want hij sprak de taal van de ‘jongens’.

Zakelijk en aimabel, een man van vriendschappen en informeel overleg. Geen dossiervreter. En een visionair. Tot woede van zijn vader, toen nog directeur van Swarttouw, besloot de jonge Jacques het bedrijf te verhuizen naar de Botlek, waar, zo wist hij, de toekomst van de haven lag. Later toen hij zelf directeur werd, bouwde hij Swarttouw door fusies en overnames uit tot een van de grootste overslagbedrijven ter wereld.

Met zijn gedegen boek, onder meer gebaseerd op Schoufours persoonlijke notities, schrijft Dicke niet alleen de geschiedenis van een havendynastie, maar ook van na-oorlogs Rotterdam. De haven, in die tijd uitgegroeid tot de grootste ter wereld, wás namelijk Rotterdam. En wie Schoufour niet uit de haven kende zag hem wel bij diergaarde Blijdorp of bij het Concours Hippique, waarvan hij, in beide gevallen, voorzitter was.

Op dat CHIO ontmoette ik Schoufour ruim twintig jaar geleden. Hij vertelde meteen een mooie anekdote over ruiters die vroeger tot diep in de nacht feestvierden en de volgende ochtend „met een kater op hun paard zaten.”

Díe openhartige Schoufour, overleden in 2014, vind je terug in De laatste havenbaron, een boek dat ruikt naar teer en touw.