Geen compensatie voor alle ouders in ‘toeslagenaffaire’

Toeslagenaffaire Het langverwachte rapport van de commissie-Donner komt niet met een bevredigende oplossing voor alle ouders die met de fiscus in conflict raakten over toeslagen. Zij moeten zelf bewijs leveren om geld terug te krijgen.

Willemien den Ouden, voorzitter Piet Hein Donner en Jetta Klijnsma (vlnr) tijdens een persconferentie over het eindrapport van de adviescommissie uitvoering toeslagen. De commissie doet aanbevelingen over de werkwijze van de afdeling Toeslagen bij de belastingdienst en over de rechtsbescherming van toeslaggerechtigden.
Willemien den Ouden, voorzitter Piet Hein Donner en Jetta Klijnsma (vlnr) tijdens een persconferentie over het eindrapport van de adviescommissie uitvoering toeslagen. De commissie doet aanbevelingen over de werkwijze van de afdeling Toeslagen bij de belastingdienst en over de rechtsbescherming van toeslaggerechtigden. Foto Sem van der Wal

Het was de dag waar al die financieel uitgeklede ouders zo lang op hadden gewacht: het eindrapport van de commissie-Donner over de toeslagenaffaire. De commissie onder leiding van voormalig minister Piet Hein Donner (CDA), die eindelijk uitsluitsel zou geven over hoeveel ouders nu getroffen zijn door de strikte fraudeopsporing van de Belastingdienst. En in hoeverre de overheid hen moet compenseren.

Het gaat om veelal kwetsbare gezinnen bij wie om de minste of geringste reden ineens de kinderopvangtoeslag was stopgezet en die daarna vele duizenden euro’s per jaar moesten terugbetalen. De media stonden de afgelopen maanden vol met nare verhalen van ouders, vaak alleenstaande moeders bij wie beslag was gelegd, die hun baan waren kwijtgeraakt, of hun huis, of allebei. Die in grote financiële, psychische en soms ook fysieke problemen waren gekomen. Allemaal de schuld van de Belastingdienst.

De Tweede Kamer werd hoe langer hoe bozer. Staatssecretaris Snel (Financiën, D66) stapte in december op.

De commissie Donner had in een eerste rapport in november al vastgesteld dat de Belastingdienst onrechtmatig had gehandeld bij fraudeonderzoek naar zo’n driehonderd ouders die bij een gastouderbureau in Eindhoven waren aangesloten, de zogeheten CAF 11-zaak. Donner verweet de Belastingdienst die deze ouders ten onrechte van fraude had beschuldigd en daarna keihard had aangepakt „een structureel vooringenomen houding”. Deze eerste oudergroep kreeg voor Kerst al een eerste deel van de ruimhartige compensatie die Donner had aanbevolen.

Steeds als Kamerleden, journalisten, gedupeerde ouders of hun advocaten aan de vorige staatssecretaris of zijn opvolger, Alexandra van Huffelen (D66), vroegen: hoe zit het met al die anderen gevallen waarbij kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst werd stopgezet of teruggevorderd, was het antwoord: het wachten is op Donner.

Ronduit teleurstellend

Dat antwoord zou deze donderdagochtend komen. Maar de persconferentie in perscentrum Nieuwspoort verloopt rommelig en is voor de aanwezige ouders ronduit teleurstellend. Even na 10 uur vult een klein zaaltje zich met journalisten, een twintigtal betrokken ouders en een paar Tweede Kamerleden. De helft van de stoelen, op de voorste rijen, is gereserveerd – voor wie is onduidelijk. Kamerlid Renske Leijten (SP) gaat lichtelijk geïrriteerd zitten. „Er is helemaal niet gerekend op ouders.”

Precies om half 11 komt de commissie-Donner binnen, in een volle zaal met dus nog veel lege stoelen. Daar schuiven op het laatste moment de twee voor de toeslagen verantwoordelijke staatssecretarissen aan; naast Van Huffelen ook Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD).

Van Donners uitleg worden de ouders in het zaaltje niet veel wijzer. Hij spreekt in zijn typisch Haagse, bestuurlijke vocabulair, heeft het over een „herzieningsbevoegdheid die verruimd moet worden”, „hardheidsclausules” die moeten gelden, en over „disproportionele kinderopvangbesluiten.”

Een eensluidend antwoord op de vraag van al die ouders die niet tot die eerste groep uit de CAF 11-zaak behoren, heeft Donner niet. Hij stelt dat er „22 toeslagengerelateerde CAF-zaken zijn” met ongeveer 1.800 ouders. En ze zijn „waarschijnlijk of mogelijk vergelijkbaar” met die eerste CAF-zaak. Ook in deze gevallen heeft de Belastingdienst in de jaren 2014-2016 zonder deugdelijk onderzoek toeslagen stopgezet en teruggevorderd. Dus ook in die gevallen, beveelt Donner aan, zou de overheid de compensatieregeling moeten aanbieden.

4,3 miljard teruggevorderd

Maar voor al die andere gevallen waarbij het recht op kinderopvangtoeslag in het geding was, al vanaf 2009, en de Belastingdienst ouders klemzette, heeft Donner geen bevredigend antwoord. Ja, er zijn enkele duizenden gezinnen waar ouders „hard zijn geraakt”, zegt Donner. In zijn rapport staan exactere getallen: bij 1,2 miljoen mensen is in vijftien jaar tijd ongeveer 4,3 miljard euro teruggevorderd – op een totaal van 155 miljard aan uitkeringen. In de meeste gevallen ging dat om „beperkte bedragen”.

Bij ruim 90.000 mensen ging het om 10.000 euro of meer; ruim 2,1 miljard euro. Maar, concludeert Donner: dat was niet omdat de Belastingdienst zoals bij de CAF11-zaak erop uit was mensen hard aan te pakken. Deze grote groepen mensen is slachtoffer geweest van „de werking van de wet”. Het gaat volgens Donner in de meeste gevallen niet om „excessieve handhaving door Toeslagen, maar om situaties waarin burgers met de harde kant van de reguliere handhaving van de kinderopvangtoeslag zijn geconfronteerd”.

Daar valt niets meer aan te doen. „De geschiedenis overdoen kan niet.”

Herstelloket

Toch heeft de commissie voor al deze gevallen een mogelijke oplossing. Donner vindt dat iedereen die meent ten onrechte te zijn gekort op kinderopvangtoeslag, bij de Belastingdienst om een herziening moet kunnen vragen van hun stopgezette of teruggevorderde toeslagen. Voor een eventuele „financiële tegemoetkoming zullen ze zich zelf moeten melden bij „herstelloketten”.

De zaal met ouders zucht. Hier en daar schiet iemand in tranen. Dit betekent namelijk opnieuw een vermoedelijk lang traject ingaan, waarbij ze zelf moeten aantonen dat in het verre verleden iets is misgegaan. Donner erkent: „De bewijslast ligt inderdaad bij de ouders.”

Renske Leijten, een van de Kamerleden die vooropgaat in de strijd tegen het ‘toeslagenonrecht’, is woest. „De ouders hadden vandaag gehoopt op een definitieve oplossing. Nu komen ze opnieuw terecht in een juridisch moeras.”

Ze zal het kabinet onmiddellijk om opheldering vragen. Dat kan niet na de persconferentie van Donner, want staatssecretaris Van Huffelen heeft de zaal al om vijf over half elf verlaten, nadat Donner zijn rapport aan haar had overhandigd. „Dank voor uw werk”, zei ze, „we gaan het bestuderen.”