Recensie

Recensie

De nieuwe Mazda heeft een verbrandingsmotor die nog niet bestond

Autotest De nieuwe Mazda is niet de beroerdste in zijn genre. Bas van Putten heeft wel een kritiekpunt: de tank is te klein.

De Mazda CX30 Foto Merlijn Doomernik

De Mazda CX30 Foto Merlijn Doomernik

Mazda is binnen het autolandschap als het kleine Gallische dorpje dat zich in Asterix dapper tegen de almachtige Romeinen bleef verzetten. Mazda’s toverdrank, met wisselend succes bereid, is een ongeneeslijke technologische eigenzinnigheid. Het bleef wankelmotoren produceren toen iedereen de techniek allang had afgezworen. Hield vast aan grote viercilinders toen in de ecorace de producenten collectief op kleine driepitters overstapten, en liet ze met spreekwoordelijke brille net zo zuinig lopen als de miniblokjes van de concurrentie.

De volwaardige hybrides sloeg het merk brutaalweg over. Mocht meelopen onvermijdelijk zijn, dan met de kop in de wind. De eerste elektrische Mazda gaat met zijn beperkte actieradius van 200 kilometer tegen alle trends in. Volgens Mazda presteert de MX30 met zijn compacte accu’s efficiënter. Wie meer wil, al kan volgens de Japanners vrijwel iedereen zonder, gaat maar een deur verder winkelen. Men gelieve te bedenken welke prijs de Romeinen voor hun onbegrensde actieradius betaalden. Zij landden in Gallië.

Nu gaat het merk opnieuw lijnrecht tegen de tijdgeest in met een verbrandingsmotor die nog niet bestond. De SkyActiv X is een benzinemotor waarvan de werking lijkt op een diesel. Een diesel, ook zelfontbrander genoemd, mist de bougies die bij een benzinemotor het lucht-/benzinemengsel in de cilinders laten ontbranden. Dat gaat bij diesels onder hoge druk spontaan in de hens. De SkyActiv-motor doet, zij het met een beetje hulp van de bougies, een vergelijkbaar kunstje met benzine. Pas nadat eerst de compressie tot een dieselachtig explosief niveau is opgevoerd, gaat na toediening van een extra shot benzine de vonk in het kruitvat en boem, daar zijn 180 pk en 224 newtonmeter koppel uit een ogenschijnlijk normale viercilinder zonder turbo. Door het hyperefficiënte verbrandingsproces – veel lucht, weinig brandstof – komt meer kracht vrij bij een significant lagere CO2-uitstoot. Voor de met dit blok uitgeruste Mazda 3 geeft Mazda een gemiddeld verbruik van 1 op 22,7 en een CO2-uitstoot van 94 gram per kilometer op, tegen respectievelijk 1 op 19,6 en 117 gram voor de 3 met de ‘normale’ tweeliter. Al leveren de papieren waarden dus geen wereldschokkende verschillen op, het blijven spraakmakende cijfers voor een niet-gehybridiseerde benzinemotor in een auto van Golf-formaat.

Ik ontmoet het wonder voor het eerst in de CX30, een compacte suv. Die krijg ik ook nog eens mee in de duurste uitvoering met vierwielaandrijving en automaat, waardoor hij met een leeggewicht van 1.446 kilo 130 kilo zwaarder uitvalt dan de Mazda 3 met dezelfde motor. In combinatie met de slechtere aerodynamica is het slecht nieuws voor de verbruikscijfers. Dat de schade meevalt, is een stevig compliment aan de techniek. Op een gecombineerde rit met 130 kilometer snelweg en 70 kilometer binnendoor met snelheden tot 120 kilometer per uur kom ik tot een score van 1 op 18,5. Dat is zelfs beter dan de fabrieksopgave. Vrij indrukwekkend voor dit genre auto, dat met normale benzinemotoren doorgaans niet veel verder komt dan 1 op 14. Bij handhaving van de aanstaande maximumsnelheid zie ik hem ’s zomers wel 1 op 20 halen.

Draai-drukknop

De CX30 is verder niet de beroerdste in zijn genre. Het interieur is mooi en de bediening logisch, het dashboard met zijn fraaie chroomlijstje en leer in bruintinten voor een Japanner onverwacht stijlvol. Het infotainmentscherm had ook in een BMW kunnen zitten. Tot mijn vreugde heeft het voor de bediening net zo’n praktische draai-drukknop als BMW’s i-Drive-systeem. Houd dat vast, Mazda. Zoveel bedieningsvriendelijker en veiliger dan die onhebbelijke touchscreens.

Rijden doet hij uitstekend en in het doorgaans gedempte motorgeluid wijst niets op ongebruikelijke verbrandingsprocessen. Hij loopt niet supergeraffineerd, hooguit een tikje dieselig bij stevig accelereren. De zestraps automaat is een wat traag geval dat fors misbaar maakt bij het optrekken, waarbij hij bovendien minder snel blijkt dan je van zijn 180 pk verwacht. Op snelheid is hij nochtans stil en sportiviteit verwacht toch niemand van zo’n auto. Dit is er een waarop voornamelijk kortpittigen m/v van onbepaalde leeftijd aanslaan.

Kritiekpunt: de tank, 51 liter, is te klein. Het multifunctionele hobbezakje biedt voldoende ruimte voor iets groters. Ik kon er een boomlang bouwpakket voor een Billy-kast in kwijt. De armsteun tussen de voorstoelen bleek de ideale Billy-drager, en dan paste er nog een angstaanjagend brede zoon naast ook. Want die heeft nu zijn eerste boekenkast. Vergeef me dat ik dat heimelijk Mazda’s grootste verdienste vind.