Donner: ook compensatie voor andere slachtoffers toeslagenaffaire

Toeslagenaffaire De commissie-Donner beveelt aan meer ouders dezelfde compensatie te bieden als de circa driehonderd ouders die al betrokken waren bij de toeslagenaffaire. Het gaat om 22 dossiers en ongeveer 1.800 slachtoffers.
Oud-minister Donner overhandigt het commissierapport aan de staatssecretarissen Van Huffelen (Financiën, D66) en Van Ark (Sociale Zaken, VVD).
Oud-minister Donner overhandigt het commissierapport aan de staatssecretarissen Van Huffelen (Financiën, D66) en Van Ark (Sociale Zaken, VVD). Foto Sem van der Wal/ANP

De compensatieregeling die is ingesteld voor slachtoffers van de toeslagenaffaire moet worden uitgebreid naar andere ouders die ook „institutioneel vooringenomen zijn behandeld” door de Belastingdienst. Dat staat in het eindadvies van de commissie-Donner over alle toeslagdossiers waarbij de Belastingdienst mogelijk een te rigoureuze fraudeaanpak heeft gehanteerd. Ook adviseert de commissie het toeslagentoezicht zodanig te wijzigen dat „de negatieve gevolgen van het huidige toeslagenstelsel voor kwetsbare, minder draagkrachtige gezinnen in de toekomst” worden verminderd.

Het onderzoek, dat oud-minister Piet Hein Donner donderdag in Den Haag presenteerde, werd ingesteld naar aanleiding van de toeslagenaffaire waarbij zo’n driehonderd ouders door de Belastingdienst ten onrechte waren beschuldigd van fraude met kinderopvangtoeslag.

Dezelfde compensatieregeling die zij ontvingen, moet worden doorgetrokken naar andere ouders die onterecht zijn gekort door de fiscus op hun toeslagen. Dit houdt onder andere in dat de fiscus onterecht ingetrokken toeslagen moet terugbetalen. Ook zullen de ouders compensatie ontvangen voor zowel materiële schade (denk aan juridische kosten) als immateriële schade, zoals stress, ongemak en onzekerheid. Het gaat waarschijnlijk om 22 dossiers en ongeveer 1.800 ouders. Dat is een stuk minder dan het totale aantal zaken dat de commissie-Donner onderzocht. Dat waren zo’n 165 zaken, waarbij ongeveer 9.500 ouders betrokken waren.

De verantwoordelijke afdeling van de Belastingdienst - de zogeheten ‘Toeslagen’ - moet de 22 aangewezen dossiers verder onderzoeken „om vast te kunnen stellen welke ouders daadwerkelijk vooringenomen zijn behandeld”. Het gaat om zaken die zich afspeelden tussen 2014 en 2016. Ook ouders die niet bij deze 22 dossiers betrokken zijn geweest, „maar aannemelijk kunnen maken onderdeel te zijn geweest van een groepsgewijze aanpak, moeten ook bij dit onderzoek worden betrokken”, aldus de adviescommissie.

Lees hier meer over het eerste rapport van de commissie-Donner, die in november adviseerde de door de toeslagenaffaire gedupeerde ouders te vergoeden

‘Alles-of-niets-karakter’

Daarnaast zijn er volgens de commissie nog ouders die niet binnen deze categorieën vallen maar wel „financieel hard zijn geraakt door de ‘normale’ werking van de wet in het kinderopvangtoeslagstelsel”, die de commissie een „alles-of-niets-karakter” toeschrijft. Aangezien de Belastingdienst niet vijftien jaar toegepaste kinderopvangregelgeving kan terugdraaien, adviseert de commissie-Donner tegen een algehele wetswijziging die dat mogelijk zou moeten maken. De commissie heeft drie aanbevelingen. Zo adviseert de commissie dat door heel het land herstelloketten worden ingesteld waar ouders die mogelijk gedupeerd zijn, geholpen kunnen worden. Ouders zouden daarnaast eerdere besluiten makkelijker moeten kunnen laten herzien op grond van nieuwe jurisprudentie. Een tweede oplossing is een wetswijziging voor ouders die langer geleden zijn benadeeld en hard getroffen zijn.

Ook spreekt de commissie zich uit over structurele wijzigingen binnen het toeslagensysteem. Volgens Donner zijn „vanwege de complexiteit en de massaliteit van het toeslagenstelsel” fouten binnen het stelsel niet te voorkomen. Wel moet „het vermogen om processen die ‘misgaan’ te signaleren, daarop adequaat te reageren en snel te repareren” worden vergroot. Volgens de commissie hoeft de regelgeving echter niet „overhaast” veranderd te worden omdat „de rechtspositie van toeslaggerechtigden aanzienlijk is verbeterd” door de „herinterpretatie van de wet”. In oktober vorig jaar kwam de Raad van State terug op eigen jurisprudentie. In de uitspraak gaf de hoogste bestuursrechter aan dat de Belastingdienst zich veel redelijker moet opstellen bij het terugvorderen van uitgekeerde kinderopvangtoeslag. Er is meer maatwerk nodig, zo oordeelde de rechter.

Donderdag wordt ook een tweede rapport gepubliceerd, opgesteld door de Auditdienst Rijk (ADR). Volgens journalistiek onderzoeksplatform Follow the Money, dat het rapport inzag, staat daarin dat de Belastingdienst bij aanvragen van kinderopvangtoeslag - in strijd met het discriminatieverbod - jarenlang extra kritisch heeft gekeken naar aanvragen van niet-Nederlanders. Niet-Nederlanders met een verblijfsvergunning en EU-burgers hebben recht op kinderopvangtoeslag en moeten hetzelfde worden behandeld als Nederlanders. De Belastingdienst heeft altijd ontkend etnisch te profileren in de behandeling van aanvragen.

Onterecht gekort

De toeslagenaffaire kwam aan het licht door onderzoek van RTL Nieuws en Trouw en begon met een groep van zo’n driehonderd ouders, die betrokken waren bij een gastouderbureau in Eindhoven. Ze werden door de Belastingdienst ten onrechte beschuldigd van frauderen met kinderopvangtoeslagen. Hun toeslagen werden stopgezet en de Belastingdienst vorderde grote bedragen terug. Het leidde bij veel van de ouders tot financiële en soms ook tot psychische problemen. Sommigen stopten met werken of verloren hun baan.

Ook in de afwikkeling van de affaire maakte de Belastingdienst fouten, waardoor het lang duurde voordat de ouders gecompenseerd werden. Compensatie voor de gelden schade loopt gemiddeld op tot 25.000 euro. Toenmalig staatssecretaris van Financiën Menno Snel (D66) stapte in de december op om de affaire en werd opgevolgd door Alexandra van Huffelen (D66).