Donner: ook compensatie voor andere slachtoffers

Toeslagenaffaire Slachtoffers verdienen volgens commissie-Donner dezelfde behandeling als de ouders die betrokken waren bij de toeslagenaffaire.

Piet Hein Donner en Jette Klijnsma bij de presentatie van het eindadvies.
Piet Hein Donner en Jette Klijnsma bij de presentatie van het eindadvies. Foto Sem van der Wal/ANP

De compensatieregeling die is ingesteld voor de circa 300 slachtoffers van de toeslagenaffaire moet worden uitgebreid naar andere ouders die „institutioneel vooringenomen zijn behandeld” door de Belastingdienst. Dat staat in het eindadvies van de commissie-Donner over alle toeslagdossiers waarbij de Belastingdienst mogelijk een te rigoureuze fraudeaanpak heeft gehanteerd. Ook adviseert de commissie het toeslagentoezicht zodanig te wijzigen dat „de negatieve gevolgen van het huidige toeslagenstelsel voor kwetsbare, minder draagkrachtige gezinnen in de toekomst” worden verminderd.

Het onderzoek, dat oud-minister Piet Hein Donner donderdag in Den Haag presenteerde, werd ingesteld naar aanleiding van de toeslagenaffaire waarbij zo’n driehonderd ouders door de Belastingdienst ten onrechte waren beschuldigd van fraude met kinderopvangtoeslag.

Dezelfde compensatieregeling die zij ontvingen, moet worden doorgetrokken naar andere ouders die onterecht zijn gekort door de fiscus op hun toeslagen. Dit houdt onder andere in dat de fiscus onterecht ingetrokken toeslagen moet terugbetalen. Ook zullen de ouders compensatie ontvangen voor zowel materiële als immateriële schade – stress, ongemak en onzekerheid – en juridische kosten. Het gaat waarschijnlijk om 22 dossiers en ongeveer 1.800 ouders. Dat is een stuk minder dan het totale aantal zaken dat de commissie-Donner onderzocht. Dat waren zo’n 165 zaken, waarbij ongeveer 9.500 ouders betrokken waren.

De verantwoordelijke afdeling van de Belastingdienst moet de 22 aangewezen dossiers verder onderzoeken „om vast te kunnen stellen welke ouders daadwerkelijk vooringenomen zijn behandeld”. Het gaat om zaken die zich afspeelden tussen 2014 en 2016. Ook ouders die niet bij deze 22 dossiers betrokken zijn geweest, „maar aannemelijk kunnen maken onderdeel te zijn geweest van een groepsgewijze aanpak, moeten ook bij dit onderzoek worden betrokken”, aldus de adviescommissie.

Financieel geraakt

Daarnaast zijn er volgens de commissie nog ouders die niet binnen deze categorieën vallen maar wel „financieel hard zijn geraakt door de ‘normale’ werking van de wet in het kinderopvangtoeslagstelsel”, die de commissie typeert om zijn „alles-of-niets-karakter”. Omdat de Belastingdienst niet vijftien jaar toepassing van kinderopvangregelgeving kan terugdraaien, biedt de commissie-Donner drie aanbevelingen. Zo adviseert zij dat door heel het land herstelloketten worden ingesteld waar ouders die mogelijk gedupeerd zijn, geholpen kunnen worden. Ouders zouden daarnaast eerdere besluiten makkelijker moeten laten herzien op grond van nieuwe jurisprudentie. Een derde oplossing is een wetswijziging voor ouders die langer geleden zijn benadeeld en hard getroffen zijn.

De commissie uit zich ook over structurele wijzigingen binnen het toeslagensysteem. Volgens Donner zijn „vanwege de complexiteit en de massaliteit” fouten binnen het toeslagenstelsel niet te voorkomen. Wel moet „het vermogen om processen die ‘misgaan’ te signaleren en snel te repareren” worden versterkt. Volgens de commissie hoeft de regelgeving echter niet „overhaast” veranderd te worden omdat „de rechtspositie van toeslaggerechtigden aanzienlijk is verbeterd” door de „herinterpretatie van de wet”. In oktober vorig jaar kwam de Raad van State terug op eigen jurisprudentie. In de uitspraak gaf de hoogste bestuursrechter aan dat de Belastingdienst zich veel redelijker moet opstellen bij het terugvorderen van uitgekeerde kinderopvangtoeslag.

Donderdag wordt ook een tweede rapport gepubliceerd, opgesteld door de Auditdienst Rijk (ADR). Volgens journalistiek onderzoeksplatform Follow the Money, dat het rapport inzag, staat daarin dat de Belastingdienst bij aanvragen van kinderopvangtoeslag jarenlang extra kritisch heeft gekeken naar aanvragen van niet-Nederlanders. Niet-Nederlanders met een verblijfsvergunning en EU-burgers hebben recht op kinderopvangtoeslag en moeten hetzelfde behandeld worden als Nederlanders.