Zij schilderde mens en dier als gelijken

Kunst In haar ‘chateau’ onder Parijs wordt de erfenis van schilder Rosa Bonheur in leven gehouden.

Links: Buffalo Bill (1899) Rechts: Rosa Bonheur met stier, geschilderd door Édouard Dubufe (1857)
Links: Buffalo Bill (1899) Rechts: Rosa Bonheur met stier, geschilderd door Édouard Dubufe (1857)

Het portret van Buffalo Bill (1899) te paard is het beroemdste schilderij van Rosa Bonheur. Alleen, het is meer het portret van zijn paard. Het paard is een persoonlijkheid. De legendarische westernheld op zijn rug is een figurant met een snor en een hoed.

Rosa Bonheur (1822-1899) schilderde dieren. Veel meer dan Buffalo Bill ken ik niet van haar werk. Maar ik ben toch in de buurt, dus reserveer ik online een kaartje voor een bezoek aan ‘Chateau Rosa Bonheur’ in het gehucht Thomery, bij Fontainebleau, onder Parijs.

Het blijkt zo’n 17de eeuws Frans namaakkasteel te zijn, met torentjes en een binnenplaats. En het is dicht. Ik duw de poort open. Achter een van de hoge ramen staan twee vrouwen op en komen naar buiten. Ze zijn gesloten, dat ik een entreeticket kon kopen, was een vergissing. Maar daar kunt u niets aan doen, komt u vooral binnen.

Een moeder en haar dochter zijn eigenaars van het kasteel. Ze zijn hartstochtelijke bewonderaars van haar werk, zo erg zelfs, dat ze dit kasteel enkele jaren terug van een erfenis kochten om het uit te baten als lieu de mémoire en de kunst van Bonheur weer onder de aandacht te brengen.

Er is een gastenkamer, ingericht in de stijl van haar tijd, er is een theesalon in wat ooit de stal was. Maar het draait uiteraard om Rosa Bonheurs woon- en werkvertrekken.

De dochter gaat ons voor. In perfect Engels vertelt ze over de vrouw die sinds haar jeugd schilderles krijgt van haar vader Raimond Bonheur, een succesloze landschapsschilder. Haar ontegenzeggelijk grote talent zorgt ervoor dat ze al op haar 19de wordt toegelaten tot de officiële ‘Salon’ in Parijs. Al snel wint ze prijzen met haar schilderijen – die ze niet persoonlijk in ontvangst kan komen nemen, want ze is een vrouw. De bekroonde schilderijen dragen titels als ‘Schaap en lam verdwaald in de storm’ en ‘Grazende koeien’.

Snoezige dieren

De critici reageren echter laatdunkend. Vrouwen dienen zich te beperken tot bloemstillevens. Bonheurs drieste ‘Le marché aux chevaux’ (1853) wordt ontoelaatbaar onvrouwelijk. Schildert een vrouw dieren, dan zijn die bij voorkeur ‘moedig’, of ‘zielig’. Of ‘schattig’ – zie de aangeklede konijnen van Bonheurs Engelse collega Beatrix Potter. Zij was een groot kunstenaar, maar nou net níét doordat haar dieren snoezig zijn en jasjes dragen.

Rosa Bonheur was haar tijd vooruit. Kijk naar de dierenfoto’s van de hedendaagse Nederlandse Charlotte Dumas. Die gaan niet over wat die dieren voor de mens betekenen, of omgekeerd. Wij kunnen haar brandweerhond indrukwekkend vinden, haar wolven aandoenlijk, haar paarden droef. Dat moeten we zelf weten. Dumas’ dieren zijn zichzelf. Ze leven voor zichzelf. En dat verbeeldt ze.

Bijna twee eeuwen geleden schilderde Rosa Bonheur al zo. Zo is er haar meesterlijke schilderij van een wilde kat. Die rust op zijn zij en ruikt aan de lucht. Dit dier is autonoom, een niet-mens. Dieren interesseren haar om wie ze zijn. Ze is niet sentimenteel, niet romantiserend. Haar dieren zijn geen echo van of commentaar op mensen. Ze neemt ze serieus, als dieren.

Oorspronkelijke spullen

De dochter gaat ons voor de trap op naar Rosa’s schemerige, slordig ingerichte woonkamer. Ik vraag: „Die sofa, is die origineel?” „Mevrouw, álles is hier origineel.” „Hè? Alles?”

Ja, alles. De kopers troffen haar chateau onaangeroerd aan. Met haar meubels en snuisterijen. Ladenvol brieven in hun enveloppen. Stapels schoolschriften met karikaturen van leraren tussen de sommen. De laatste sigaret, samen met de laatste lucifer, in een doosje met het opschrift: ‘iedere 6 maanden vernieuwen’. Een vitrine met het originele Native American-kostuum dat Buffalo Bill haar schonk, als teken van zijn bewondering en hun vriendschap. En overal en nergens kwamen aquarellen tevoorschijn, tekeningen, schetsboekjes.

Maar geen schilderijen. Om ruzie met de familie te voorkomen, schonk de vrouw die Bonheurs laatste levensgezel was alle schilderijen aan het Louvre. Ze zijn inmiddels verhuisd naar Musée d’Orsay, het Parijse museum waar sinds 1986 de 19de-eeuwse Franse kunst is verzameld.

„Het schaap was haar favoriete dier.” De dochter wijst op een aandachtig geschilderd werk met drie zwarte ronde ruggen, bronnen van kracht en warmte. „Dit hing hier oorspronkelijk niet”, zegt de dochter. „Mijn moeder kocht het op een veiling. Het was niet duur.”

Een gang leidt naar een ruime, opnieuw overvolle kamer. Dit was Bonheurs persoonlijke boudoir, waar ze zelden iemand toeliet. „Mag ik?” „Ja hoor”. Ik open een hoge kast, het glanzende hout is honderden malen in de was gezet. Op de planken liggen katoenen blouses en zwarte ribfluwelen jacks. „Rosa hield van mooie kleren, zelfs op de schouders van haar werkplunje zat borduursel.” Aan de muur hangt een ingelijste vergunning voor het dragen van mannenkleren. Ze had ze nodig als ze naar het slachthuis ging om koeienkadavers te bestuderen, wat door bloed en modder ondoenlijk was in de voor vrouwen vereiste enkellange rokken.

Er hangen de prachtigste houtskoolschetsen van koeien en meesterlijke hondenportretjes in olieverf op papier. Maar ik val als een blok voor het krijtportret van een leeuw met volle manen en een peilloze blik. „Een leeuw? Waar zag ze die?” „Hier. Ze had drie leeuwen, die kreeg ze als welpen van een circusdirecteur die ervanaf moest. Om die leeuwen wat vrijheid te geven, woonden haar everzwijnen Kiki en François in de keuken. Ze had honden, koeien, paarden, vogels. Het waren haar metgezellen en haar modellen.”

Tong van een koe

Er hangen ook portretten van mensen. Maar haar penseel werd gestuurd door haar omgang met dieren als gelijken, met respect voor het feit dat ze volslagen anders zijn dan mensen, lees ik later in de biografie van Marie Borin (Une artiste á l’aube du féminisme, 2011). Als kind was ze er dol op om de tong van een koe over haar gezicht te voelen. Ze voelde zich veilig in de wereld van dieren, in tegenstelling tot de mensenwereld, die haar moeder jong liet sterven en die alleenstaande vrouwen de prostitutie in joeg.

Bonheur kon het zich veroorloven niet te trouwen en haar eigen keuzes te maken, vanaf het moment, nog in het begin van haar carrière, dat een Amerikaanse koper een enorm bedrag neertelde voor een van haar schilderijen. Daarna volgden andere Amerikaanse kunstverzamelaars.

Haar zelfstandige bestaan werd haar niet in dank afgenomen. Ze wekte agressie. Mannen deden haar kunst af als onbeduidend en haar als zonderling. Ze leefde met vrouwen, dus ze moest wel homoseksueel zijn. Was ze dat? Ze heeft het altijd ontkend en het doet voor haar kunst ook niet ter zake.

De grootste kamer is door Rosa Bonheur verbouwd tot atelier. Met een enorm raam op het noorden, en twee kleinere op het zuiden, „want ze hield ervan tot laat te werken”. Van haar favoriete dieren liet ze de kop opzetten, die hangen nu aan de muur. Haar schimmel Margot is erbij. Edouard de buffel. Patrick de krokodil, die hangt er in zijn geheel. Ook Kiki, een van de zwijnen, is er. „Hoe weten jullie al die namen eigenlijk?” „We vonden ze op de facturen van de taxidermist.”

En daar is Rosa zelf, op het portret dat haar tijdgenoot Édouard Dubufe in 1857 van haar maakte. Het kasteel heeft het te leen, het hangt doorgaans in Versailles. Dubufes idee is duidelijk: Bonheur heeft een penseel in haar hand en slaat haar arm om de hals van een fiks kalf. „Dat kalf was Mignon, en die schilderde ze zelf”, vertelt de dochter. „Ze vertrouwde het Dubufe niet toe.” En daar gaan we weer: net als het paard van Buffalo Bill is het kalf een stuk levendiger en spannender geschilderd dan Rosa – in de eerbiedige versie van Dubufe staart ze nondescript in de verte.

Fotografie

Bij de haard staat op een grote ezel haar allerlaatste schilderij: paarden in paniek, op de vlucht voor brand. Richting de randen zijn er grote witte plekken, Rosa Bonheur stierf voor ze het af had.

Achter in het atelier is een deur. „Wat is daar?” „Dat is haar donkere kamer, ze experimenteerde met fotografie.” Ik wurm me naar binnen, tussen de planken door met chemicaliën in lang geleden gesloten flessen. Op ooghoogte staan rijen envelopjes. Ik trek er een uit, maak het open en heb een stel glasnegatieven in mijn vingers. Ik zie foto’s van dieren, portretten van mensen, ik herken de jonge vrouw die Rosa’s laatste kameraad was. Ik maakt het envelopje weer dicht en schuif het terug. Voorzichtig. Alleen al op die negatieven kan iemand promoveren.

Chateau Rosa Bonheur, Thoméry. Reserveren is verplicht, via chateau-rosa-bonheur.fr