Opinie

De angst is een gewoonte geworden

Ilja Leonard Pfeijffer
Dagboek Coronavirus

De draconische maatregelen hebben niet het gewenste effect gesorteerd. Italië heeft de rolluiken neergelaten, maar het virus blijft om zich heen grijpen. Daarom heeft de premier nog strengere regels afgekondigd. Nu zijn alle bedrijven en winkels gesloten, behalve apotheken en levensmiddelenzaken. De bars en restaurants, die tot woensdag om zes uur moesten sluiten, zijn nu de hele dag dicht. Van avondklok naar Sperrgebiet. Niemand mag zonder dwingende noodzaak de straat op.

Mijn dwingende noodzaak was tabak hamsteren en sigaretten voor Stella’s moeder, die al ruim een week het huis niet uit is geweest. De sigaretten zou ik achterlaten op de overloop voor haar voordeur. Ik bond een mondkapje voor en bereidde mij mentaal voor op de expeditie. Ik voelde angst en opwinding, als een astronaut in een sciencefictionfilm die zich laat overstralen naar een onbekende planeet met een giftige atmosfeer.

De stad was uitgestorven. Ik zag een man hoesten, zwetend van de koorts. Ik liep om ten einde hem te mijden. Ik kwam lotgenoten tegen, niet meer dan een handvol, die zich diep weggedoken achter hun gezichtsmaskers haastten over straat om zo kort mogelijk te zijn blootgesteld aan het gevaar. Dit was mijn uitje van de dag. Dit was mijn avontuur. Maar ook ik wilde het niet langer rekken dan strikt noodzakelijk.

De angst werd een gewoonte en de gewoonte een depressie. Ik heb razendsnel een routine ontwikkeld om op vele meters afstand te blijven van mijn stadsgenoten. Maar ik heug mij de pleintjes in de zon, de volbloed koffie en de dansende gesprekjes. Dit grauwe bestaan is een schimmige en onwaardige afspiegeling van dat kleurrijke leven, dat steeds meer begint te lijken op een lang vervlogen herinnering. Niet leven is moeilijk.

Toen belde een vriend van Stella. Hij had koorts en hij hoestte.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.