Recensie

Recensie

Bonte kleuren vernietigen de haat

Expositie Voor de Duitse architect Bruno Taut waren bonte kleuren een wezenlijk onderdeel van architectuur. Sterker nog, hij geloofde dat ze het leven mooier en beter maken, zo blijkt in Museum Het Schip.

Boven gevels in Magdeburg, met schilderingen van Bruno Taut en Carl Krayl. Onder Werkkamer van Bruno Taut (l) en koepel van het Tauts Glashaus uit 1914 (r).
Boven gevels in Magdeburg, met schilderingen van Bruno Taut en Carl Krayl. Onder Werkkamer van Bruno Taut (l) en koepel van het Tauts Glashaus uit 1914 (r). Foto’s Alice Roegholt en Museum der Dinge

Toen Le Corbusier, dé architect van de twintigste eeuw, bijna een eeuw geleden een huis van Bruno Taut (1880-1938) in Stuttgart zag, riep hij uit: „Mijn god, Taut is kleurenblind!” Of de Duitse architect inderdaad kleurenblind was, kan nu worden vastgesteld op de tentoonstelling Bruno Taut. De fantasie voorbij in Museum Het Schip in Amsterdam. Daar zijn alle (tussen)wanden van onder tot boven geschilderd in Taut-kleuren als Pruisisch blauw, ‘ossenbloedrood’ en oranje.

Waldsiedlung Onkel Toms Hütte, Berlijn. Foto Brenne Architekten

Zo kunnen de bezoekers ook even ervaren hoe het was om in een woning te wonen in Britz, Onkel Toms Hütte of een andere, door Taut ontworpen arbeiderswijk die in de jaren twintig in Berlijn zijn gebouwd. Want Taut liet niet alleen de gevels, deuren en raamlijsten van zijn arbeiderspaleizen schilderen in kleuren als olijfgroen, paars en bruin, maar ook voor de interieurs bepaalde hij tot en met de trapleuningen de kleuren.

Heilzame werking van kleuren

Voor Taut was kleur niet een willekeurige en inwisselbare toevoeging aan architectuur maar een wezenlijk ‘bouwelement’. Als expressionistisch architect geloofde Taut in de heilzame werking van kleuren op het gemoed van de bewoners. Ook hoopte hij dat bijvoorbeeld een gedempt rode vloer zou voorkomen dat de bewoners er een stoffig, onhygiënisch tapijt erop zouden leggen.

Paul Heyse Strasse, Berlijn. Foto Brenne Architekten

Hoe hij tot deze overtuiging kwam is te zien in de eerste, in verschillende blauwtinten geschilderde zaal die hoofdzakelijk is gewijd aan Tauts utopische projecten uit de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog. Niet in verderfelijke steenwoestijnen als Berlijn met zijn huurkazernes moesten mensen wonen, vonden Taut en andere expressionistische architecten, maar op het platteland en in de bergen. Hier moesten nieuwe tuinsteden worden gebouwd, met Stadtkronen van gekleurd glas, die als gotische kathedralen hoog boven de huizen uittorenen. ‘Bont glas vernietigt de haat’, zo geloofden de Duitse expressionisten.

In zijn boek Alpine Architektur uit 1919 liet Taut stadskronen in de bergen zien: pagode-achtige gebouwen met koepels van gekleurd glas. Krankzinnig, noemde een criticus Tauts Alpine Architektur. Misschien, antwoordde Taut, maar „in ieder geval minder krankzinnig dan een loopgravenstelsel van de Noordzee tot de Rijn en van de Oostzee tot de Zwarte Zee waar vier jaar lang duizenden mensen elkaar doodden.”

Koepel van het Tauts Glashaus uit 1914. Foto Museum der Dinge

Regenboogbuurt

Behoudens zijn beroemde Glashaus, een tijdelijk rond paviljoen van glas in Keulen uit 1914 die als grote maquette nu staat in de blauwe zaal van Museum Het Schip, bleef Tauts Alpenarchitectuur een droom. Wel wist hij als stadsbouwmeester Magdeburg in het begin van de jaren twintig te veranderen in een ‘bonte stad’ door honderden oude en nieuwe gebouwen, inclusief het raadhuis, te beschilderen in felle kleuren of te voorzien van grillige, expressionistische composities. Toen hij later door woningbouwverenigingen in Berlijn in de arm werd genomen om zo’n 10.000 sociale woningen te ontwerpen, bleef hij trouw aan zijn opvatting dat kleur een wezenlijk onderdeel is van bouwkunst.

Hufeisensiedlung, Berlijn. Foto Nadia Abdelkaui

Na de machtsgreep van de nazi’s in 1933 was het gedaan met de bouw van kleurrijke arbeiderswijken. Toen de Rijksdag in Berlijn in vlammen opging, vluchtte Taut, die in 1932-33 een klein jaar in de Sovjet-Unie had gewerkt, naar Japan. Hier kwam hij nauwelijks tot bouwen, maar in Turkije, waar hij zich in 1936 vestigde, realiseerde hij onder meer het Universiteitsgebouw van Ankara.

Werkkamer van Bruno Taut. Foto Museum der Dinge

Hoewel Bruno Taut publiceerde in Wendingen, het tijdschrift van de Amsterdamse School, en goede contacten had met bekende Nederlandse architecten als H. Th. Wijdeveld en J.J.P. Oud, bleef zijn invloed in Nederland beperkt, zo laat Bruno Taut. De fantasie voorbij zien. Maar bijna zestig jaar na zijn dood in 1938 besloot de gemeente Almere de Regenboogbuurt, een nieuwe woonwijk van 2.000 woningen, helemaal uit te voeren in Taut-kleuren. Wat architecten als Sjoerd Soeters, Jeroen Geurst en Aldo van Eyck in 1995 in de geest van Bruno Taut hebben ontworpen, is te zien in de derde en laatste zaal van de prachtige en zorgvuldig samengestelde en vormgegeven expositie.

Bruno Taut. De fantasie voorbij, t/m 18 oktober, Museum Het Schip, Oostzaanstraat 45, Amsterdam. www.hetschip.nl

●●●●