Opinie

Voor een MacBook naar New York

Maarten Schinkel

Iets aan te geven? Eh, neuh. Tot zes jaar geleden was het lucratief om dure elektronica te kopen in New York en die als vanzelfsprekend gebruiksvoorwerp in te voeren. Zonder verpakking. Camera? Had je al máánden, mijnheer. Een MacBook, zorgvuldig al in Manhattan opgestart en ingericht. Want als de douane op Schiphol de nagelnieuwe laptop openklapte en de eerste boodschap was ‘Hallo’, dan was er een probleem.

Hele volksstammen betaalden een weekendje New York met de aanschaf van iets duurs, waarbij het prijsverschil genoeg was voor een vliegticket en twee nachten hotel. Spullen van Apple waren sowieso al goedkoper in dollars dan in euro’s. Zelfs als de lokale belasting van 8,8 procent werd meegerekend. En de gunstige dollarkoers deed de rest. Maar die wisselkoers kalfde gestaag af. Twee weken geleden ging er nog maar 1,08 dollar in een euro.

De wisselkoers tussen euro en dollar is, zoals alle zwevende wisselkoersen, het resultaat van een baaierd aan kenmerken en invloeden. Maar op de lange termijn zijn renteverschillen waarschijnlijk de belangrijkste factor. Vlak voor de financiële crisis was de dollar spotgoedkoop: 1,59 dollar per euro in juli 2008. Hij sterkte daarna wat aan, maar verzwakte daarna weer naar 1,50 en zwierf tot 2014 zo’n beetje rond de 1,35.

De reden voor die zwakke dollar? De Amerikanen reageerden sneller op de financiële crisis, met renteverlagingen en het opkopen van staatsleningen. Pas toen de Europese Centrale Bank daar zelf ook toe overging sterkte de dollar structureel aan, tot tussen 1,10 en 1,25.

Dat maakt de plotselinge renteverlaging door de Amerikaanse centrale bank met een half procentpunt vorige week zo significant. Van 1,08 per euro verzwakte de dollar meteen naar 1,14. Dat onderstreept het nooit openlijk uitgesproken motief achter het monetaire beleid in zowel de VS als Europa: het is óók, en misschien wel vooral, wisselkoersbeleid. Hoe losser de monetaire teugels, hoe zwakker de eigen munt. Hoe beter de concurrentiepositie. En hoe groter de impuls voor de economie.

Het is een klein wonder dat we niet al lang in een valuta-oorlog verzeild zijn geraakt

Wat zegt dat over de toekomst? Nogmaals: wisselkoersen laten zich op de korte, en zelfs de middellange termijn moeilijk voorspellen. Maar de Amerikanen hebben méér ruimte dan de eurozone om het monetaire beleid te versoepelen. De kans dat de dollar verzwakt, lijkt groter dan dat hij aantrekt.

Terug naar het begin: de eenvoudigste MacBook Pro met een scherm van 16 inch doet in Europa 2.699 euro, inclusief btw. In Manhattan wordt hij verkocht voor 2.399 dollar. Plus 8,8 procent lokale belasting geeft dat 2.609 dollar. Dat was bij de wisselkoers van 1,08 dollar per euro twee weken geleden gelijk aan 2.415 euro. Het voordeel voor wie hem dáár gaat halen: 283 euro.

Dat voordeel loopt snel op. Bij een dollarkoers van 1,14 wordt het 410 euro, bij 1,25 is het al 612 euro, bij 1,40 alweer 835 euro en bij 1,60 is het 1.068 euro. Zelfs als bij binnenkomst op Schiphol keurig de btw van 21 procent wordt afgedragen, wordt kopen in New York al vanaf een dollarkoers van 1,17 lucratief.

Maar goed, misschien zegt deze manier van doen meer over de belasting- en klimaatmoraal van destijds. Het idee om voor een Apple naar de Big Apple en terug te vliegen doet lichtzinnig aan, qua planeet.

Het zou aardig zijn te zien bij welke dollarkoers die moraal het begeeft. 1,30? Binnenkort misschien wel in dit theater. Want het is een klein wonder dat alle handelsconflicten de afgelopen jaren nog niet zijn neergeslagen in een strijd om de goedkoopste valuta.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.