Recensie

Recensie Beeldende kunst

Topstukken Dresden na zeven jaar weer te zien

Heropening De Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden heropent na een langdurige renovatie met een opstelling waarin schilderijen en sculpturen in dialoog treden.

De nieuwe opstelling in de Gemäldegalerie Alte Meister und Skulpturensammlung bis 1800.
De nieuwe opstelling in de Gemäldegalerie Alte Meister und Skulpturensammlung bis 1800. Foto David Brandt

Volgens de antieke mythologie werd de herdersjongen Ganymedes door een adelaar naar de Olympus gevoerd. Sinds de Renaissance is het ontvoeringsverhaal uitgebeeld met in de hoofdrol de beeldschone knaap waar het oppergod Jupiter om te doen was. Een uitzondering is de versie van Rembrandt, die Ganymedes in 1635 de vorm gaf van een huilende peuter. Van onder zijn opgeschorte tuniek zijn diens blote billen te zien, en het plasje dat hij van angst laat lopen.

Rembrandts magistrale parodie op het thema is sinds kort weer te bewonderen in de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden. Pal ernaast is een kleine marmersculptuur uit omstreeks 1600 geplaatst die wordt toegeschreven aan Hendrik de Keyser. Dat werk stelt het hoofd voor van een jongetje wiens gezicht is vertrokken van kinderverdriet – precies zoals het er bij Rembrandt uitziet. De koppeling van schilderijen en beeldhouwwerken die er parallellen mee vertonen, commentaar op leveren, of er zoals in het geval van Ganymedes wellicht als voorbeeld hebben gediend, is typerend voor de nieuwe opstelling in het onlangs heropende museum.

Rembrandts Ganymedes uit 1635 naast Henrick de Keysers Wenende Kind uit 1615, in de Nederlandse zaal van de Gemäldegalerie. Foto David Pinzer

Veel historische bouwwerken, zoals de vorstelijke renaissance-residentie, barokke kerken en het achttiende-eeuwse paleiscomplex Zwinger, die Dresden ooit maakten tot een aantrekkelijk Elbflorenz (‘Florence aan de Elbe’), kennen sinds de Tweede Wereldoorlog minstens twee fasen van reconstructie en renovatie. Nadat de binnenstad in 1945 door geallieerde bommen was verwoest, begon al snel de herbouw, die na de hereniging van Duitsland in 1989 opnieuw en op grotere schaal werd aangepakt. De kunstmusea die midden negentiende eeuw door architect Gottfried Semper aan de Zwinger werden toegevoegd zijn nu voor de derde keer gerenoveerd. Na zeven jaar van werkzaamheden aan gevel en dak, brandbeveiliging en klimaatbeheersing, opende het op 29 februari weer zijn deuren.

De collectie antieke beeldhouwkunst, die tot voor kort werd bewaard in het Dresdense Albertinum, wordt er nu getoond. De begane grond biedt plaats aan Egyptische beelden en Griekse vazen, en de belangrijke verzameling marmersculpturen, veelal navolgingen uit de Romeinse Oudheid naar verloren bronzen originelen van Grieken als Phidias, Polykleitos en Skopas. De jonge atleet die bekend staat als ‘Dresdner Knabe’ is een kopie naar een werk uit de veelgeprezen klassieke vijfde eeuw voor Christus. De komisch bedoelde groep van een geile sater die niet doorheeft dat de nimf die hij denkt te verschalken een hermafrodiet is, gaat terug op een hellenistisch voorbeeld.

De nieuwe opstelling in de Gemäldegalerie Alte Meister und Skulpturensammlung bis 1800. Foto David Brandt

Subtieler zijn de innovaties in de befaamde collectie in de Gemäldegalerie. De circa zevenhonderd getoonde schilderijen werden begin achttiende eeuw grotendeels bijeengebracht door August ‘de sterke’, keurvorst van Saksen en koning van Polen. Zijn collectie is een prachtig voorbeeld van een Europese vorstelijke verzameling die, bijna als vanzelfsprekend, sterke nadruk legt op de Italiaanse Renaissance en de zestiende- en zeventiende-eeuwse Nederlanden. Het absolute pronkstuk is de zogenaamde ‘Sixtijnse Madonna’, genoemd naar de kerk van San Sisto in het Italiaanse Piacenza waarvoor Rafaël haar in 1512/1513 schilderde. De verschijning in een wolkenhemel van Maria met kind geflankeerd door twee heiligen, en voorzien van twee aandoenlijke putti onderin, behoort met een hoogte van 2,65 m tot de omvangrijkste schilderijen van de meester buiten Italië.

De achttiende-eeuwse Venetiaanse schilder Bernardo Bellotto was zelf in Dresden. Van zijn hand is een reeks van zeventien zonnige, gedetailleerde gezichten op de stad. In de Nederlandse afdeling stelen onder meer drie werken van Rembrandt en evenveel van Rubens de show. Onder de speciaal voor de gelegenheid gerestaureerde schilderijen is een Johannes Vermeer, op de achtergrond waarvan vorig jaar na schoonmaak een later overgeschilderde putto tevoorschijn kwam.

De zaal gewijd aan de Duitse Renaissance bevat twee schilderijen van Albrecht Dürer en maar liefst twintig van Lucas Cranach. En de francofone wereld is vertegenwoordigd door onder andere Jean-Étienne Liotards beroemde pastel van een charmant dienstmeisje ten voeten uit dat een kop chocolade serveert.

De nieuwe opstelling kenmerkt zich naast een traditionele rangschikking naar ‘nationale’ schilderscholen door thematische zwaartepunten naar functie (zoals altaarstukken), genre (portret, landschap) of stijl. In de laatste categorie valt bijvoorbeeld ‘Drama en theater in de Barok’, waar naast erkende schilders van het grote gebaar als Guercino en Ribera, merkwaardig genoeg ook een vrij ingetogen Madonna van Correggio (1588) hangt, en twee rustige, classicistische werkjes van Francesco Albani (ca. 1640).

Directeur Stephan Koja, die sinds 2016 de scepter zwaait over zowel de afdeling oude schilderijen als die van sculptuur voor 1800, benadrukte bij de opening het belang van een dialoog tussen de twee kunstvormen. Het jammerende ventje in marmer bij zijn evenbeeld in Rembrandts schilderij is er een mooi voorbeeld van, net zoals een reliëf door Tullio Lombardo van het zijaanzicht van een vrouwenhoofd – dat spiegelt fraai met precies zo’n profiel op het schilderij van Titiaan dat ernaast hangt. Andersom hangt in een zaal vol kleine brons- en marmersculptuur één schilderij: het Offer van Abraham (1530) door de Florentijn Andrea del Sarto. Geen toeval, gezien de uitbeelding van Abrahams zoon Izaäk die naakt knielt op het altaar: een gebeeldhouwde gestalte.