Opinie

Moeilijke ontwenning

Frits Abrahams

Tot dusver zie ik één welkom lichtpuntje in de coronamisère: de kans om het handen schudden voorgoed af te schaffen. Ik heb er nooit veel mee gehad. Je doet het omdat ‘iedereen’ het doet en het als onbeleefd wordt beschouwd wanneer je het achterwege laat. Als Nederlander mag je nog blij zijn dat je niet in Frankrijk bent geboren; daar lopen ze de hele dag handen te geven.

Het is een leeg beleefdheidsritueel omdat ook vijanden elkaar met een handdruk plegen te begroeten. Zelfs een hork als Donald Trump onderwerpt zich er meestal gehoorzaam aan. Bij Nancy Pelosi kon hij het niet meer opbrengen, maar als hij straks op tv met Joe Biden of Bernie Sanders moet debatteren, zal hij vooraf handen schudden alsof zijn leven ervan afhangt, terwijl hij denkt, en een minuut later misschien ook zégt: „Klootzak!” Na afloop zwengelt hij met zijn tegenstanders weer de handpomp aan.

Voetballers doen dat ook. Ze grijpen vóór de wedstrijd in elkaars hand en schoppen elkaar even later dood als het nodig is om te winnen. Na de wedstrijd ruilen ze shirts.

Dankzij ‘corona’ blijkt nu duidelijker dan ooit dat het ook nog eens een smerige gewoonte is. Hoe vaak hebben handen mij niet verkouden of grieperig gemaakt? Al die bacteriën en virussen die we met één simpele handdruk aan elkaar doorgeven – het zijn jaarlijks hele volksverhuizingen, van slecht volk, welteverstaan.

Handen wassen is een betere gewoonte dan handen schudden, maar het laatste doen we liever. Ontwenning zal niet gemakkelijk zijn. Deze week maakte ik een vergadering mee waarbij weinig handen werden geschud, totdat enkele nieuwe gezichten zich moesten voorstellen. Zij begonnen iedereen allerhartelijkst een hand te geven, wat nu zelfs van de prominentste handenschudder van Nederland, premier Rutte, niet meer mag. Natuurlijk aanvaardden de anderen die hand – wat moesten ze anders? Verschrikt terugdeinzen? Roepen: „Ach joh, laat maar”? Leuke kennismaking.

Het blijft lastig. Ik denk aan bruiloften en begrafenissen. Je wilt feliciteren of condoleren, maar moet nu op een meter afstand van de gelukkige of ongelukkige halt houden en gênant luid („Ik leef mee!”) je boodschap overbrengen. Daar moeten we nog een oplossing voor bedenken. De knieval?

Voetbalwedstrijden worden al in lege stadions gespeeld, congressen gaan niet door, maar we kunnen moeilijk ook de bruiloften en begrafenissen afschaffen. Goed, trouwen kan later ook nog, maar het sterven gaat sowieso door – dat is de hand van God (of van het lot) die je niet kun weigeren.

De alternatieven van het handen schudden konden me nog niet helemaal overtuigen. Een hoofdknik en de handen op elkaar, zoals onze koning en koningin het in Indonesië deden? Een ‘boks’, een ‘elleboogje’, een Wuhan-shake met de voeten? Het ziet er nogal geforceerd uit.

We kunnen het eenvoudiger houden, want we hebben er al woorden voor. „Goedemorgen.” „Goedemiddag”. „Goedenavond.” Een knikje erbij en, als het om een kennismaking gaat, je naam toevoegen. Het lijkt me de enige manier om onze handen voortaan in onschuld te wassen.

Het RIVM wil verder voorlopig de drieklapper afschaffen, die rare Nederlandse zoengewoonte. Hopelijk wordt ook dat definitief. Mijn alternatief is, verwacht ik, galanter: de comeback van het kushandje.