Jonathan Wilson

Foto Andrea Nakhla

Interview

Jonathan Wilson, een hippie in Nashville

Interview | Jonathan Wilson De Amerikaanse singer-songwriter Jonathan Wilson keert op zijn album ‘Dixie Blur’ terug naar het pure samenspel van gelouterde Nashville-veteranen.

Jonathan Wilson herinnert zich nog levendig hoe hij voor het eerst betoverd werd door een popsong. „Als jochie hoorde ik ‘Have a Cigar’ van Pink Floyd op de radio. Ik was gehypnotiseerd, aan de grond genageld. Met mijn oor tegen de speaker probeerde ik uit te vinden waar die magische klank vandaan kwam. Pure alchemie, leek het toen. Nu weet ik tot in detail hoe Pink Floyd die muziek maakte. Het doet niets af aan de schoonheid ervan.”

Een jongensdroom kwam uit toen Wilson gevraagd werd om als zanger en gitarist deel te nemen aan de Us + Them-tournee van Pink Floyd-oprichter Roger Waters. 156 keer zong hij beproefde Floyd-songs als ‘Money’ en ‘Comfortably Numb’ in de grootste popzalen ter wereld. „Eén keer ging ik volledig de mist in. Het intro van ‘Money’ werd ingezet en ik deed mijn mond open, maar er kwam geen tekst. Mijn geheugen liet me in de steek. Het voelde alsof ik naakt stond voor een menigte van 50.000 man. Gelukkig hielp het publiek me over de drempel en kon ik aanhaken bij het tweede couplet.”

Wilson werd geboren in Forest City, North Carolina. Als kind van het zuiden van de VS groeide hij op met countrymuziek. Ruim voordat hij Pink Floyd op de radio ontdekte, hoorde hij familieleden spelen op fiddles, banjo’s en andere akoestische instrumenten. Zijn grootvader was baptistenpredikant; zijn oom speelde contrabas in de band van bluegrasskoning Bill Monroe.

Als producer, muzikant en singer-songwriter is de 45-jarige Jonathan Wilson van vele markten thuis. Hij produceerde albums van Dawes, Conor Oberst en Father John Misty en werkte mee aan platen van Erykah Badu en Elvis Costello. In 2012 was hij nauw betrokken bij het album Man and Myth van Roy Harper, de oorspronkelijke zanger van ‘Have a Cigar’. Zijn reputatie als studiotovenaar snelt hem vooruit na het briljante I Love You, Honeybear van Father John Misty.

Onder zijn eigen naam liet Jonathan Wilson drie doorwrochte albums verschijnen waarop zachtmoedige folkrock, psychedelische klanktableaus en Californische dream pop een bevlogen geheel vormen.

Op zijn nieuwe album Dixie Blur gooit Wilson het over een andere boeg. „Tot nu toe was mijn muziek een product van de studio, met gebruikmaking van alle apparatuur en alle montagetechnieken van dien. Elk geluidje, elke muzikale wending was tot in detail doordacht en geperfectioneerd. Bij een optreden trof ik Steve Earle, die me enthousiast maakte voor het idee dat je voor werkelijk spontane muziekopnamen naar Nashville moet. Daar wemelt het van de muzikanten die de kunst van het samenspelen tot in de puntjes beheersen. Zo gezegd, zo gedaan.”

In Nashville werd hij in een warm bad ondergedompeld. „Ik trof er muzikanten die elkaar zonder studiotrucs naar een hoger plan tillen. Op mijn wensenlijst stond werken met Mark O’Connor, de meester van de countryfiddle. Toen ik hem benaderde, zei hij dat hij sinds 1990 geen sessiewerk meer had aangenomen, omdat hij uitgekeken was geraakt op plaatproducties die van overdubs aan elkaar hangen. Pas toen ik hem beloofde dat er uitsluitend live gespeeld zou worden, door alle muzikanten tegelijk, kreeg ik hem zo ver om op mijn plaat te spelen.”

In zijn Parijse hotelsuite toont Jonathan de elpeehoes van Dixie Blur, met een afbeelding van een langharige ruiter op een steigerend paard. „Die psychedelische cowboy: dat ben ik. Het album opent met een cover van ‘Just for Love’, een song van de groep Quicksilver Messenger Service uit 1970. In die tijd heerste de gedachte dat popmuziek bij kon dragen aan een betere wereld. Noem me naïef, maar ik denk dat er nog steeds een voedingsbodem is voor die gedachte.”

Hoes album ‘Dixie Blur’ van Jonathan Wilson

Dixie Blur, zo genoemd omdat de sessies zo voorspoedig verliepen dat ze voor Jonathan in een schim voorbijgingen, schittert door de aanwezigheid van countryveteranen O’Connor, steelgitarist Russ Pahl, harmonicaspeler Jim Hoke en gitarist Kenny Vaughan. De vioolpartijen van ‘So Alive’ en ‘El Camino Real’ zijn virtuoos, alsof er bovenmenselijke krachten speelden in O’Connors snaarbeheersing. „Wat ik me tijdens de opnames nog niet realiseerde, is dat die Nashville-cats hun partijen schijnbaar losjes uit de mouw schudden, maar dat ze wel degelijk een ongeschreven partituur in hun hoofd hebben die structuur geeft aan hun solo’s en samenspel. Mijn hippie-achtige uiterlijk werd getolereerd toen ze merkten dat ik met een verzameling songs kwam waar ze hun ziel en zaligheid in kwijt konden.”

De productie van zijn album liet hij over aan vriend en collega-muzikant Pat Sansone van Wilco, zelf ook zuiderling met wortels in Mississippi. Hoe denkt Wilson als veelgevraagd producer over de rol van zo’n man of vrouw achter de schermen? „Een goede producer houdt problemen weg bij de muzikant en zorgt voor ideale omstandigheden bij het creatieve proces. Een eigenzinnig artiest als Father John Misty hoef je echt niet uit te leggen waar het met zijn muziek naar toe moet. De visie is van hem, maar om die te realiseren hou ik me als producer bezig met de details van de opname. Onze jarenlange vriendschap neemt niet weg dat Josh [J. Tillman = Father John Misty, red.] behoorlijk lastig kan zijn. Dat hoort bij zijn temperament. Overigens zijn de grootste artiesten vaak de meest relaxte mensen. Roger Waters gedraagt zich achter de schermen echt niet als een verwende popster. Alles draait om de muziek en zo heb ik het graag.”

‘Dixie Blur’ van Jonathan Wilson is vorige week verschenen bij PIAS. Concerten Jonathan Wilson en band: 27/3 Zonnehuis, Amsterdam, 28/3 Muziekgieterij, Maastricht. Inl: songsofjonathanwilson.com