Recensie

Recensie Muziek

‘Grond’ gaat te veel over Dautzenbergs schrijverschap

‘Grond’ van het Tilburgse Ensemble Vonk zou gaan over de betekenislagen van het woord ‘grond.’ Maar het is vooral een zeer persoonlijke schrijversmythologie.

Ensemble Vonk tijdens een try-out van ‘Grond’.
Ensemble Vonk tijdens een try-out van ‘Grond’.

Schrijver Anton H.J. Dautzenberg groeide op in het Zuid-Limburgse Schaesberg. Vlakbij de kolenmijn Oranje-Nassau II waar zijn opa werkte. Wanneer de kleine Anton in de verte de schoorsteen van het complex zag opdoemen, wist hij zeker dat zijn ‘grampeer’ ondergronds een stukje met hem opliep.

Dautzenberg tekende de aandoenlijke anekdote op in zijn monoloog voor de nieuwe coproductie van het Tilburgse Ensemble Vonk en het Zuidelijk Toneel. Grond heet de voorstelling, die dinsdag in première ging tijdens het Tilt Festival in Tilburg.

De flyer beloofde een avond over de vele betekenislagen die zich in het titelwoord hebben afgezet: Bodem. Zand. Fundament. Kern. Geboortegrond. In zekere zin werd het dat ook, zij het dat de beoogde ideeënpolyfonie in de praktijk nogal nadrukkelijk in dienst stond van Dautzenbergs verslag van zijn weg naar het schrijverschap.

Het is een mooie grondgedachte, de idee dat de donkere mijngangen uit Dautzenbergs jeugd zich mettertijd vastzetten in zijn hoofd. Dat hij de pen ter hand nam om de mysterieuze ruimten met verhalen te vullen.

En toch: na een uur voelt het autobiografische parcours langs dorpsbieb, middelbare school, toenemende vervreemding en universitaire flirts met Freud en Jung (de mijngang als metafoor voor het onderbewuste) een tikje particulier aan. Een hoogstpersoonlijke schrijversmythologie die haar bedenker maar niet wil overstijgen.

De monoloog wordt prachtig voorgedragen door acteur Steve Aernouts, daar niet van. De Vlaming betoont zich een rasverteller, die het publiek met een quasi-nonchalante vanzelfsprekendheid meesleept in zijn betoog.

Het muzikale aandeel blijft met vijf stukken van componist Nicoline Soeter (tevens artistiek Vonk-leider) wat aan de bescheiden kant. Soeter is op haar best in klankvelden van de gruizige soort. Denk: ruisende elektronica en aangeschraapte remschijven als achtergrond voor de aanzwellende gitaar van Pete Harden en de scheurende sax van Tom Sanderman. Als kiezel- en zandgrond een klank zouden hebben, dan deze.

Ook mooi: een bezwerende vocalise voor zangeres Rianne Wilbers rond een chromatisch vibrafoonmotief van percussionist Reggy van Bakel en doorvoeld klarinetspel van Erwin Muller. Jammer dat Soeters song-achtige stukken aanmerkelijk minder uit de verf komen bij gebrek aan pakkende zanglijnen.