Opinie

Geen boek

Marcel van Roosmalen

Ik keek naar Nieuw Zeer, een sketchserie van de NTR, waarin Beppie Melissen op een begrafenis haar hart laat spreken en zegt hoe erg ze neerkijkt op de nabestaanden. Beppie Melissen is een geweldige actrice, ik ken haar niet, maar als ze ook maar een beetje lijkt op de vrouw die ze neerzet, zou ik haar wel willen kennen.

Ik moest aan mijn moeder denken.

Na een ingetogen leven vol rekening houden met iedereen laat ze de sociale conventies eindelijk varen.

‘Verlies van decorum’ is de officiële term, leerde ik van een medewerkster van het nieuwe verzorgingstehuis. Ik kon maar het beste ’s morgens langskomen.

„Dan is mevrouw nog lekker fris.”

Wij, haar kinderen, zijn steeds vaker haar broers en zussen van vroeger. We figureren tussen de beesten op de boerderij in Oirschot. Als ze eet, dan is het haar eten. Het ligt op haar bord en dat is niet van ons. Moet ze naar de wc, dan trekt ze soms, hup, haar broek naar beneden en waag het niet om er wat van te zeggen.

Mijn broer en zus, die al wel langs zijn geweest in het nieuwe verzorgingstehuis, zeiden dat ik er rekening mee moest houden dat dertig minuten soms de maximale bezoektijd is.

Aan mijn broer had ze zo vaak gevraagd wanneer hij eindelijk weer vertrok, dat hij maar was opgestaan en zei dat hij ging.

Een andere keer hadden ze koffie gedronken in een lunchroom.

Ze becommentarieerde alles en iedereen. „Goh, wat een dikkerd! Zie je dan niet hoe dik die daar is?” En er dan ook bij wijzen. „Die! Daar zit-ie, dat je dat niet ziet.”

Dementie is een verschrikkelijke ziekte, maar ze zegt tegenwoordig wel wat ze echt denkt. Als ze voorzichtig komen informeren of ze niet wil komen helpen in de keuken: „Ikke niet zeg, geen haar op m’n hoofd die daaraan denkt, daar heb ik helemaal geen zin in!”

Ik belde haar gisteren om te zeggen dat ik binnenkort op bezoek kom.

„Waarom? En met wie dan?”

„Ik, Eva, de kinderen …”

„O, ben je nog niet geweest? Ik heb je niet gemist.”

Een paar minuten later deed ze boos over het tegenovergestelde.

„Waarom komen jullie eigenlijk niet langs?”

Ik begon over haar huis in Velp, dat we het nog steeds aan het leegruimen zijn en dat moet worden verkocht.

„Welk huis?”

„Jouw huis.”

„Ach man, wat een gezeur. Je doet maar.”

Een telefoongesprek later was ze weer even de vrouw die ik kende.

Alles was geweldig, de woning, de televisie, de verzorgers… Alles behalve de Boekenweek. „Ik wil geen boek, jongen. Alsjeblieft niet.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.