Kostuumontwerpster Carly Everaert werkt aan de kostuums voor de voorstelling ‘Trojan wars’ van HNTjong.

Foto Aziz Kawak

Interview

Aphrodite draagt een vaginabroek

Interview | Carly Everaert, kostuumontwerper Zaterdag gaat ‘Trojan wars’ in première, een marathonbewerking van de Ilias door het Haagse jeugdtheatergezelschap HNTjong. Scenograaf Carly Everaert nam de Herculestaak op zich om de honderden kostuums te ontwerpen.

‘Kijk, zo heb ik voor mezelf overzicht gecreëerd.” Ze pakt er een stapel vellen bij. Het is een indrukwekkende Excel-spreadsheet, waarop te zien is wanneer welke acteur (of groep dansers) welk kostuum aan heeft – per pagina van het meer dan tweehonderd bladzijden tellende script van Trojan Wars is er een kolom, voor iedere acteur is er een kleur. „Dit heb ik gemaakt toen ik het script kreeg. Zo heb ik voor mezelf visueel gemaakt hoe snel de acteurs van kostuum moeten kunnen wisselen, wie er tegelijkertijd op het podium staan – en welke kostuums er allemaal moeten komen.”

Kostuumontwerper Carly Everaert is een vaste waarde in het Nederlandse theater. Ze verdiende haar sporen vooral in het jeugdtheater, onder meer in haar jarenlange samenwerkingen met gevierde regisseurs als Liesbeth Coltof en Noël Fischer, maar werkte ook regelmatig voor het ‘volwassen’ toneel, zoals de Ulrike Quade Company in Duitsland en jong regietalent Eva Line de Boer.

Megalomaan jeugdtheater

Haar werk kenmerkt zich door een tegendraadse fantasie waarmee ze de tekst vaak van interessante tegenkleuren voorziet. Zo speelt ze een boeiend spel met je verwachtingen als kijker: door haar werk kijk je op een complexere wijze naar de personages, omdat ze zich door hun kostuums niet makkelijk tot een enkelvoudige identiteit laten reduceren. Everaerts ontwerpen voor de Molière-bewerking De vrekkin (Noël Fischer/HNTjong, 2018) zijn hier een goed voorbeeld van: niet alleen lopen ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid door elkaar, ook zijn de materialen van de kostuums zowel chic als ordinair, waardoor op het gebied van gender én van klasse een prikkelende ambiguïteit wordt gecreëerd.

Haar nieuwe samenwerking met Fischer biedt misschien wel de grootste uitdaging in haar carrière. Je kan Trojan wars zonder enige overdrijving een megalomane jeugdtheaterproductie noemen: een marathonbewerking van de Ilias van meer dan vijf uur, die naar het recept van het feuilletonformat van The Nation in drie afleveringen is opgesplitst, met in de pauzes eten, drinken en livemuziek. Als Everaert me achter de schermen van de Koninklijke Schouwburg langs de uitpuilende kledingrekken laat lopen, komt de omvang van haar taak pas goed binnen.

Waarom wilde je meedoen aan ‘Trojan wars’?

„Ik werk inmiddels al best wel een tijd met Noël, en we hebben in die tijd een stevig onderling vertrouwen opgebouwd. We hebben een even sterke feministische als theatrale verwantschap, die zich uit in een bereidheid om de grenzen op te zoeken: wat kan een personage als beeld zijn? Hoe ver kun je weggaan van realisme om het personage complexer te maken, zonder dat het cartoonesk wordt? In Trojan wars is dat ook de zoektocht, hoewel dat hier soms een uitdaging is omdat de tekst van Peer Wittenbols ook een bepaalde poëtische volheid heeft. Ik, Peer en Noël zaten alle drie op de middelbare school in Bergen op Zoom en delen die carnavalswortels: we houden van overvloed en van het groteske.”

Aan het werk met de kostuums voor ‘Trojan wars’. Foto Aziz Kawak

Hoe ben je aan het project begonnen?

„Toen ik hier met Noël over ging praten was het idee voor het decor er al, en daarmee ook het idee van drie verschillende afleveringen en werelden. We hebben het gehad over welke verhalen we willen vertellen en wat de personages daarin betekenen. De eerste aflevering is bijvoorbeeld een vredesbijeenkomst tussen Griekenland en Troje. De verbroedering moet centraal staan, dus ik heb ervoor gekozen om er een soort van ‘pink party’ van te maken, waarbij iedereen in het roze gekleed gaat. Aan het slot van dat deel, als Helena geschaakt is en de Grieken zich op oorlog voorbereiden, komt er steeds meer legergroen in die roze wereld. Maar Odysseus’ uniform blijft roze, zodat je die verbintenis met het begin blijft houden. Het is interessant om te bedenken waar die beslissingen vandaan komen: in dit geval had ik een tentoonstelling over gender in het Tropenmuseum bezocht en was het blijven hangen dat roze vroeger met mannelijkheid werd geassocieerd.”

In je ontwerpen zoek je vaak naar genderfluïditeit. Waarom vind je dat belangrijk?

„Als je naar de wereld van nu kijkt, zie je een behoorlijke strijd tussen genderemancipatie en iemand als Trump, die juist de verschillen benadrukt en iedereen in zijn hokje wil houden. Dat soort tweedeling ondersteunt bestaande machtsverhoudingen – en als je daarop alternatieven laat zien, ontstaat er een mogelijkheid om die machtsstructuren te ondermijnen.

„Ik gebruik in de voorstelling veel invloeden uit de popcultuur omdat daar de vaste rollenpatronen van mannen en vrouwen vaak op een creatieve manier worden doorbroken. Romana Vrede speelt onder andere Aphrodite, de godin van de liefde en de seksualiteit, en voor dat ontwerp heb ik me sterk door drag queen RuPaul en de esthetiek van Janelle Monáe laten inspireren: de ‘vaginabroek’ van Aphrodite is zelfs een letterlijk citaat uit haar videoclip voor het nummer ‘PYNK’. Maar ook de manier waarop Broadway-acteur Billy Porter zich in de publieke ruimte presenteert – dat gaat beyond mannelijk of vrouwelijk, dan ontstaat er iets heel nieuws. Daarom dragen veel van de mannelijke personages in de voorstelling jurken of rokjes, om het binaire perspectief op gender te bevragen.”

Lees ook een interview met Duran Lantink, ontwerper van de vaginabroek: ‘Ik dacht: ik wil die broeken nooit meer zien’

Hoe bolwerk je het om zo’n grote hoeveelheid kostuums te produceren?

„Het fijne is dat je hier bij Het Nationale Theater een kostuumatelier hebt, zodat ik niet ook nog de projectleider moet zijn die een heel team aanstuurt, maar me voornamelijk met het ontwerpen zelf bezig kan houden. Ik voel me totaal gedragen tijdens deze productie omdat er door Iris Elstrodt en haar team geweldig wordt geanticipeerd en meegedacht. Dat zit hem niet alleen in het uitvoeren van het oorspronkelijke ontwerp, maar ook in de eindeloze aanpassingen die er nodig zijn – in een scène knijpt Yamill Jones als Artemis het uitgesneden hart van Iphigenia leeg. Hij draagt dan een pailliettenjurk, die niet gewassen kan worden. Maar het bloed stroomde daar zijn mouwen in. Het atelier bedenkt dan extra mouwen van dezelfde stof met plastic erin, die over het origineel gaan. Dat kan snel worden schoongemaakt. Dus het eerste menselijke slachtoffer dat valt, is in de voorstelling zeer dramatisch, maar bij ons vooral praktisch.”

Trojan wars. Première 14/3 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 24/4. Inl: hnt.nl