Analyse

Waarom banken en verzekeraars van alle kanten klappen krijgen

Financiële sector De dreigende economische crisis door het coronavirus maakt zwakheden in de financiële sector sterker voelbaar. Ingrijpen door centrale banken geeft alleen verlichting op korte termijn.

De dealingroom van ABN AMRO in Amsterdam.
De dealingroom van ABN AMRO in Amsterdam. Foto Lex van Lieshout/ANP

Wordt donderdag in Frankfurt aan de renteknop gedraaid om de economische impact van het coronavirus op te vangen? In de bestuurskamers van banken en verzekeraars wordt ongetwijfeld met spanning gekeken naar de persconferentie waarin de Europese Centrale Bank monetaire maatregelen aankondigt.

In de VS verlaagde de Federal Reserve vorige week de rente al met een half procentpunt naar 1 à 1,25 procent, en sinds de oliecrash van maandag rekenen analisten op verdere verlaging. Deze woensdag verraste de Bank of England met twee maatregelen: ze verlaagde de rente van 0,75 naar 0,25 procent én bood vier jaar goedkope financiering voor banken, zodat die leningen kunnen blijven uitgeven aan vooral midden- en kleinbedrijf.

Of ‘Frankfurt’ ook aan de rente gaat sleutelen, daarover zijn analisten het niet eens. Omdat de rente al negatief is, wordt verdere verlaging niet heel effectief geacht. De verwachting is dat vooral naar specifieke maatregelen wordt gekeken, zoals de Bank of England die trof voor het mkb.

Verdienmodel in verdrukking

Ook als de rente van de Europese Centrale Bank niet verder wordt verlaagd, wordt niet meteen opgelucht ademgehaald in de bestuurskamers. Het uitzicht op een economische crisis maakt het immers onwaarschijnlijk dat op korte termijn een eind komt aan de negatieve rente die de ECB hanteert. Die dreigende crisis en de olieruzie verergeren een structurele zwakte in de financiële sector: de lage en uiteindelijk negatieve rentes zetten de traditionele verdienmodellen van banken en verzekeraars al jaren onder druk.

Lees ook: Is wat we nu zien weer een crisis als in 2008 met Lehman?

Banken waren gewend flink te verdienen aan het verschil tussen rente die ze uitbetalen op spaarrekeningen en de hypotheekrente die ze van klanten krijgen. Die marge staat onder druk, omdat banken negatieve rente niet aan alle klanten willen doorberekenen, terwijl concurrentie op de hypotheekmarkt de rente daar ook omlaag drukt.

Verzekeraars worden op twee vlakken geraakt door de lage rentes. Zij berekenen hun toekomstige uitkeringen op basis van die rente, zoals ook pensioenfondsen dat doen. Omdat de rente zo laag staat, moeten verzekeraars veel meer kapitaal aanhouden om aan de solvabiliteitseisen te voldoen. Daarnaast zorgen de lage of negatieve rentes op bijvoorbeeld staatsleningen voor lagere verdiensten van verzekeraars – waardoor onvoldoende dreigt over te blijven om de uitkeringsbeloftes na te komen.

Achterblijvers op de beurs

Dat banken en verzekeraars moeite hebben met geld verdienen, is ook te merken op de beurs. De aandelen van de financiële sector blijven al lange tijd achter. Aandeelhouders van verzekeraars en met name banken profiteerden amper van de beursrecords die tot voor kort nog werden gevestigd.

Toen de coronacrisis op de beurs om zich heen greep, behoorden de aandelen van banken en verzekeraars ook nog eens tot de hardste dalers. De Europese bankenindex Stoxx 500 Banks verloor tussen 1 januari en 6 maart (vóór de oliecrash van maandag) zo’n 24 procent, de Europese verzekeraars leverden gezamenlijk ongeveer 16 procent in. In dezelfde periode zakten de vijftig grootste aandelenfondsen van Europa gemiddeld een kleine 15 procent.

Daar kwam de oliecrisis deze week dus bij. Doordat de Saoediërs dit weekend de oliekraan openden, viel de oliesector maandag keihard naar beneden. De verliezen bij banken en verzekeraars deden daar niet veel voor onder. De Europese bankenindex stond maandag bij het slot bijna 11 procent in de min, het equivalent voor de verzekeringssector noteerde bijna 9,5 procent lager. Dinsdag en deze woensdag herstelden alleen de verzekeraars iets, maar bij geen enkel fonds was dat genoeg om het verlies van maandag teniet te doen.

Stroppenpotten vullen

Waarom krijgt de financiële sector zulke harde klappen op de beurs? Bij verzekeraars kan een deel ervan worden verklaard doordat ze, op zoek naar hogere rendementen, een groeiend deel van hun kapitaal beleggen. Een daling van de beurzen heeft dan logischerwijs invloed op het resultaat en dus op de eigen beurskoers.

Voor banken is de impact van het coronavirus nog directer. De vraag naar leningen loopt tijdens een economische crisis terug. Daarnaast moeten hun stroppenpotten flink worden aangevuld om eventuele verliezen op lopende leningen aan bedrijven te kunnen opvangen. Het wordt voor banken daardoor moeilijk om dit kwartaal winst te maken – en mogelijk zelfs over het gehele boekjaar. Analisten van Goldman Sachs schatten het ‘corona-effect’ op de winsten van Europese banken op min 30 miljard euro, oftewel 7 procent.

Lees ook: Spaargeld is niet langer een stabiele winstbron voor banken

Voor de korte termijn zullen de bestuurders van verzekeraars en banken hopen dat ‘Frankfurt’ verlichting biedt. De sector zal ook met belangstelling kijken naar nieuws uit de Europese hoofdsteden. Als overheden op de coronacrisis reageren met werktijdverkorting en investeringen, zal dat ook banken lucht geven. Bedrijven hebben dan meer ruimte om aan hun financiële verplichtingen te voldoen. De Europese regeringsleiders kwamen dinsdag in ieder geval al met een investeringsfonds van 25 miljard euro.

Maar tot wat voor kortetermijnverlichting Frankfurt, Brussel, Den Haag, Berlijn of Rome ook besluiten, de bestuurders van banken en verzekeraars moeten vooral zelf aan de slag: een nieuw verdienmodel vinden.

Dit artikel is op 11 maart 2020 16.15 uur aangepast vanwege actuele ontwikkelingen.