Analyse

Virus stelt ECB en politiek op de proef

Eurozone Wie moet een recessie in de eurozone afwenden? De Europese Centrale Bank vergadert donderdag, in Brussel wordt gepleit voor gecoördineerde investeringen van de lidstaten. De ‘coronacrisis’ is lastig te bestrijden.

Het Duomoplein in Milaan is vrijwel leeg nu de bewegingsvrijheid in het noorden van Italië is beperkt. Foto Antonio Calanni/AP
Het Duomoplein in Milaan is vrijwel leeg nu de bewegingsvrijheid in het noorden van Italië is beperkt. Foto Antonio Calanni/AP

De coronacrisis betekent niet alleen de zwaarste beproeving van de Europese gezondheidssystemen sinds jaren. Ook Europa’s economische beleidsmakers – de nationale regeringen, de EU-instituties en de Europese Centrale Bank – staan voor een lakmoesproef. Wat gaan zij doen om een recessie, een financiële crisis, of een combinatie van beide af te wenden? En wíé moet precies in actie komen?

Donderdag vergadert het ECB-bestuur, dinsdag hielden de leiders van de EU-landen, voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en ECB-chef Christine Lagarde telefonisch overleg. Lidstaten kwamen overeen gezamenlijk alles in het werk te stellen om de economische effecten te dempen. Maar een simpele remedie is er niet, noch politieke consensus over hoe te handelen.

De unieke mix aan schokken door Covid-19 maakt een effectief antwoord niet eenvoudig. Aan de aanbodzijde van de economie zijn er reisrestricties en tekorten aan producten. Aan de vraagzijde laten consumenten het afweten – denk aan alle geannuleerde vakanties. Het virus raakt weliswaar heel Europa, maar één land, Italië, is extra hard getroffen. Dat is toch al het fragielste land van de eurozone, met zijn oplopende staatsschuld van 133 procent van het bbp. En dan is er ook nog de val van de olieprijs, door de spanningen tussen Saoedi-Arabië en Rusland. Een financiële crisis zoals in 2008 – met een acuut tekort aan krediet – is er nog niet, maar de Europese banken, verzekeraars en pensioenfondsen gelden als kwetsbaar, zeker nu de marktrentes waarvan zij afhankelijk zijn verder zijn gekelderd.

Lees ook: Trump wil coronavirus economisch te lijf

Uitdaging voor Lagarde

Dit was niet de situatie die Christine Lagarde voor zich zag toen ze eind vorig jaar ECB-chef werd. Lagarde wilde dit jaar rustig beginnen met een ‘strategische evaluatie’ van het monetair beleid. Maar die benen-op-tafelsfeer is snel ingehaald door het coronavirus, dat in elk geval het op twee na grootste euroland, Italië, in een recessie duwt. Wat nu gedaan? Lagardes voorganger Mario Draghi suste in 2012 de eurocrisis door te beloven de geldpers aan te zetten (‘whatever it takes’). Daarop volgde een extreem ruim monetair beleid. Rentes werden negatief gezet, banken kregen ultragunstige lange termijnleningen en de ECB kocht massaal staats-en bedrijfsleningen op.

Niet alleen heeft de ECB haar arsenaal zo flink uitgeput, waardoor ze niet zomaar kan doen wat de Amerikaanse Fed vorige week deed: in één klap de rente verlagen met 0,5 procentpunt. Ook is ‘meer van hetzelfde’ als antwoord op ‘corona’ niet zonder meer effectief. Verdere renteverlagingen helpen weinig om de vraag te stimuleren: de angst voor het virus, en niet de leenkosten, bepalen nu de economische beslissingen. Ook dreigt een renteverlaging de banken, die nu toch al onder druk staan, verder op kosten te jagen. Meer staats-en bedrijfsleningen opkopen dan maar? Daarmee zou de lange termijnrente op de markten verder worden gedrukt. Maar die ís door de marktstress al gekelderd. En die lage rente is ook schadelijk: pensioenfondsen en verzekeraars, die van rente-inkomsten afhankelijk zijn, kraken.

Toch staat de ECB donderdag onder zware druk om te handelen, al was het maar om verdere onrust op de markten te voorkomen. Logisch lijken enkele gerichte maatregelen, om de pijn van met name bedrijven te verzachten. Ultragunstige lange termijnleningen voor banken die het midden-en kleinbedrijf overeind helpen staan ter discussie. De ECB kan ook besluiten ditmaal vooral bedrijfs-in plaats van staatsleningen te kopen, wederom om het bedrijfsleven lucht te geven.

Zowel aan een voorzichtig antwoord als aan een grootscheepse actie van de ECB kleeft een risico. Doet de ECB te weinig, dan kan de koers van de euro verder oplopen. Dat is negatief voor Europese exportbedrijven. Doet de ECB deze week al heel veel, dan kan dat de druk van regeringen en EU-instellingen afhalen om zélf in actie te komen. Begrotingsbeleid, zeggen veel economen en denktanks, is in deze situatie effectiever omdat het geld dan direct in de ‘echte’ economie komt.

Niet dat regeringen tot nu toe op hun handen zitten. Verschillende lidstaten namen al maatregelen om de economische effecten van de coronauitbraak te dempen. De Italiaanse premier Giuseppe Conte beloofde dit weekend een „massale shocktherapie”. De Duitse regering kwam na lange onderhandelingen zondagavond een stimuleringspakket van 12,5 miljard euro overeen.

Intussen zwelt de roep om meer Europese afstemming aan. De Franse minister van Financien Bruno Le Maire riep maandag op tot massale, Europese stimuleringsmaatregelen. „Europa wordt geconfronteerd met haar verantwoordelijkheden. Nu moet het zijn nut en doeltreffendheid bewijzen.” Le Maire belde vorige week ook met Lagarde.

Ook de Europese Commissie bepleit gecoördineerde actie, waarbij landen afspreken allemaal eenzelfde percentage te investeren om de zwaarst getroffen sectoren te steunen, zoals toerisme en transport. „Dit is een wake-up call voor de noodzaak van gecoördineerd begrotingsbeleid op eurozoneniveau”, zei de verantwoordelijke Eurocommissaris Paolo Gentiloni dinsdag tegen Bloomberg. Daarbij is wel de vraag wat precies in tijden van corona de economie op gang helpt. Uitkeringen voor deeltijd-ww en brugleningen aan het mkb zijn voorbeelden van gericht ‘coronabeleid’.

Het is niet voor het eerst dat de Commissie lidstaten als Duitsland en Nederland oproept meer te investeren – vooralsnog zonder succes. Tegelijk kan een crisis vastgeroeste posities in beweging brengen: Europese investeringsafspraken kwamen eerder tot stand in reactie op de bankencrisis in 2008. Destijds werd afgesproken dat ieder 1,2 procent van het nationale bbp extra zou investeren.

Staatssteun

Zelf overweegt de Commissie soepeler om te gaan met de begrotingsregels. Italië kreeg al de toezegging dat uitgaven die samenhangen met het virus niet worden meegeteld bij het begrotingstekort. Mogelijk wordt die lijn breder doorgetrokken, hoewel dat op weerstand zal stuiten bij lidstaten die voor strikte begrotingsdiscipline pleiten, zoals Duitsland.

Meer steun is er naar verwachting voor een versoepeling van de staatssteunregels bij het helpen van getroffen sectoren. De Commissie bekijkt in hoeverre lidstaten bedrijven die kampen met „uitzonderlijke gebeurtenissen” sterker kunnen ondersteunen. Ook dat lijkt op de reactie op de financiële crisis in 2008, waarbij overheden van Brussel toestemming kregen om de eigen banken met miljarden te redden.

Laat dit duidelijk zijn, benadrukte Commissievoorzitter Von der Leyen dinsdag na het Europese topoverleg: „Wij zullen alle middelen die ons ter beschikking staan aangrijpen om ervoor te zorgen dat de Europese economie deze storm zal doorstaan.” Voor het eind van de week wil ze met concrete voorstellen komen, zodat Europese minister van Financiën ze tijdens het Eurogroep-overleg aanstaande maandag kunnen bespreken.

Dat het voldoende zal zijn om een economische crisis in de eurozone te voorkomen, gelooft haast niemand. Waarschijnlijk zullen dan ook andere, vertrouwde reflexen uit de Europese crisisjaren terugkeren als Italië als gevolg van de coronauitbraak economisch verder wegglijdt. Schieten andere landen de Italianen dan te hulp? Dat lidstaten de afgelopen weken hun grens sloten (Oostenrijk) of de uitvoer van mondkapjes naar andere Europese landen verboden (Frankrijk, Tsjechië) belooft weinig goed voor de Europese solidariteit in tijden van Covid-19.